Vrijdag, 16 mei 2008De Slag aan de Peene![]() ’t Wierd gezeid dat Vlaanderen groot was, Groot scheen in der tijden wolk Sanderus, de 17de eeuwse Vlaamse historicus, laat de geschiedenis van Vlaanderen – “Vlaandre, welk Gewest toen vol Bosschen en Moerassen was†– in 631 beginnen met Forestier Lideric Van Buc. Dit gebied omvatte de streek van Rijsel, Douai en enkele kleinere steden in hierrond, tot de contreien van Harelbeke. In de loop van de geschiedenis zou de grootte van Vlaanderen nog dikwijls wijzigen, hetzij door gewiekste politieke manoeuvres , huwelijken, erfrechten of door – hoe kan het ook anders - strijd. Eén van de veldslagen die bepalend was voor het uitzicht van het hedendaagse Vlaanderen is de ‘Slag aan de Peene’, ook wel bekend als de ‘Slag bij Kassel’. Deze laatste term is echter licht misleidend. Daar vond namelijk niet één slag plaats, maar drie. Allen komen hieronder (kort) aan bod. De ‘eerste Slag bij Kassel’ speelde zich in 1071 af op de Kasselberg. De heerschappij over het Graafschap Vlaanderen was de oorzaak van dit treffen. Arnulf de Ongelukkige had als oudste zoon van Boudewijn VI recht op de graventitel. Zijn moeder Richilde en de Franse koning Filips I steunden hem daarin. Robrecht de Fries – Arnulfs oom - betwistte diens aanspraak op de troon en verweet hem als een tiran te heersen over Vlaanderen. Op 22 februari vond een gewapend treffen plaats waarbij Arnulf het onderspit dolf (vandaar zijn bijnaam). Vlaanderen bereikte onder de heerschappij van Robrecht zijn grootste omvang ooit.
De ‘tweede Slag bij Kassel’ was het sluitstuk van de ‘Opstand van Kust-Vlaanderen’. Lodewijk II van Nevers, indertijd Graaf van Vlaanderen en sterk Fransgezind vanwege zijn huwelijk met Margareth, een dochter van Filips V, voerde in die dagen een belastingsverhoging door die bovenop de betalingen kwam zoals gesteld door het verdrag van Athis-sur-Orge. Samen met het opnieuw opkomen van de leliaards zorgde dit voor veel ongenoegen bij de Vlaamse boeren en ambachtslieden uit Poperinge, Broekburg, Veurne, St.-Winoksbergen, Kassel en Belle. Onder leiding van Nicolaas Zannekin kwam het omstreeks 1322 tot een opstand. Hij slaagde erin met zijn ‘Kerels’ enkele steden zoals Nieuwpoort en Veurne te veroveren en kon de graaf gevangen nemen nadat hij Kortrijk bezette. Robrecht van Kassel, oom van de graaf, verleende zijn steun aan de opstandelingen. Op dit moment kwam Karel de Schone tussenbeide ten gunste van Lodewijk. Zannekin liet hem vrij op 18 februari 1326. Twee maanden later moest de vrede van Arques de onlusten beëindigen, maar dit mislukte. Tenslotte kwam het op 23 augustus tot een veldslag tussen enerzijds een Franse strijdmacht onder leiding van Filips VI en het volksleger van Zannekin. Filips verzamelde een enorme strijdmacht bestaande uit 2500 zwaar bewapende ruiters en 12000 man voetvolk. Het leger van Zannekin, 15000 man sterk, ging onverwachts de confrontatie aan maar onderging een verpletterende nederlaag eens de Fransen van hun verrassing waren bekomen. Robrecht van Kassel, die eerst aan de kant van de Vlamingen stond, streed nu aan de zijde van Filips tégen hen. De regio bleef echter Vlaams. De ‘derde Slag bij Kassel’ of ‘De slag bij de Peene’ in enkele lijnen weergeven is onmogelijk. Ik stuitte zelf op veel moeilijkheden bij het definiëren van noodzakelijke begrippen zoals ‘Vlaanderen’, de ‘Zuidelijke- en Noordelijke Nederlanden’, ‘Bourgondië’ en dergelijke meer. Bovendien vonden er voorafgaand aan de slag een boel ontwikkelingen plaats die voor een goed begrip van de slag en de gevolgen een verklaring behoeven. Daarom start ik met het verloop van enkele regio’s zoals Artesië en Picardië te schetsen. Die liggen dicht bij het grondgebied van de veldslag en waren eeuwenlang fel door Frankrijk begeerd. Vervolgens kom ik tot de Bourgondische Nederlanden, bespreek ik de overgang naar het huis van Habsburg en tenslotte de overgang naar Spanje. Hierna komt de splitsing (die niet alleen het gevolg is van godsdienstoorlogen) tussen Noord en Zuid aan bod. Tenslotte bespreek ik de expansiepolitiek van Frankrijk met als triest hoogtepunt de (derde) Slag bij Kassel. Frankrijk, door de eeuwen heen belust op de Vlaamse rijkdom, poogde dikwijls Vlaanderen of stukken ervan in te lijven. Artesië, in 932 veroverd door graaf Arnulf I, graaf van Vlaanderen, kwam in 1191 onder het bewind van de Franse koning Filips II August. 8 Jaar nadien behoorde het grootste deel van de streek dankzij de ‘Vrede van Péronne’ opnieuw tot Vlaanderen. Een jaar later gaf Boudewijn IX het gebied als bruidschat mee bij het huwelijk van Isabella, zijn nichtje en Filips II August. Door huwelijken en erfenissen komt het gebied in 1382 aan Lodewijk van Male, graaf van Vlaanderen. Vanaf dat moment deelde Artesië, als een onderdeel van het Bourgondische rijk, een eeuw lang dezelfde geschiedenis als de rest van Vlaanderen. Lodewijk XI trachtte na de dood van Karel de Stoute alle Bourgondische lenen onder zijn heerschappij te brengen. Zodoende vormde onder andere Artesië een twistpunt tussen Frankrijk en Maximiliaan I, door de dood van zijn vrouw Maria van Bourgondië en dochter van Karel de Stoute, heerser over de Nederlanden. Frankrijk, dat Maria aan de Dauphin wilde koppelen voelde zich door het huwelijk tussen Maria en Maximiliaan in zijn eer gekrenkt, stak zonder waarschuwing de Somme over en veroverde de daar gelegen rijke steden. Maximiliaan versloeg echter op 7 augustus 1479 bij Guinegate de troepen van Lodewijk XI. Dit markeerde het begin van de Habsburgse Nederlanden. Frankrijk moest zijn veroveringsplannen voorlopig opbergen. Maria stierf in 1482 na een val van haar paard. Maximiliaan greep dit aan om opnieuw oorlog te voeren met Frankrijk. Hij wenste de gebieden rond de Somme die verloren gingen na de dood van Karel de Stoute te heroveren. De Vlaamse steden kwamen in opstand uit vrees voor nieuwe belastingen waarop Maximiliaan zijn plannen noodgedwongen moest opbergen. Hij sloot vrede met Lodewijk en schonk Frankrijk in 1482 Artesië als onderdeel van de ‘Vrede van Atrecht’. Toen Lodewijk een jaar later stierf poogde Maximiliaan de vijandelijkheden verder te zetten. De Vlaamse steden verzetten zich echter nogmaals. In 1493 kwam er een verdrag tot stand waar Frankrijk zich bereid toonde om Artesië om te wisselen tegen Picardië. Artesië kwam hierdoor opnieuw onder Habsburgs-Bourgondisch bewind. Het grootste deel van Picardië ging echter voor altijd verloren. Een extra bepaling uit het verdrag verplichtte Filips de Schone, die het regeerschap van zijn vader Maximiliaan overnam, leenhulde te brengen aan Frankrijk voor Artesië en Vlaanderen. Filips nam een andere politieke houding aan dan zijn vader. Hij trachtte zich verre van de Frans-Engelse tegenstellingen te houden door een strikte neutraliteitspolitiek te handhaven. Daarom sloot hij een handelsverdrag met de Engelsen en bracht hij leenhulde aan de Fransen. Deze houding verschilde reeds sterk van de anti-Franse van Maximiliaan en evolueerde nog verder door zijn huwelijk met Johanna van Kastilië. Haar troongerechtigde familieleden lieten allen het leven. Zodoende stond Filips als haar echtgenoot opeens aan het hoofd van Oostenrijk, de Nederlanden en Spanje. Daarom nam hij een Fransgezinde houding aan die hij bezegelde door een huwelijksverdrag te sluiten tussen zijn zoontje en de dochter van de Franse koning. Filips stierf onverwacht in 1506. Zijn zoontje Karel V zou hem opvolgen. Zijn tante Margaretha trachtte ervoor te zorgen dat hij geen leenhulde hoefde te brengen. De Habsburgers zaten immers al enige tijd verveeld met dit leenheerschap. Daarop ontstonden opnieuw conflicten. Karel V dwong de Franse koning Frans I met de ‘Damesvrede van Kamerijk’ af te zien van zijn leenrechten op Vlaanderen en Artesië. In 1549 bepaalde keizer Karel V middels de ‘Pragmatieke Sanctie’ dat de Nederlanden voortaan ondeelbaar zouden zijn. Daarmee scheidde hij de Nederlanden van Frankrijk en het Duitse Rijk. Tevens stelde hij dat het Nederlands de enige officiële taal zou zijn. Zijn zoon Filips II volgde in 1556 zijn vader op en heerste over de Nederlanden. Hij was echter in Spanje geboren en had geen enkele voeling met het Vlaamse volk. Dit zou later nefast blijken. In 1559 sloot Spanje vrede met Frankrijk. Zo hadden beide potentaten hun handen vrij om de religieuze spanningen in hun streken te beslechten. De Reformatie, onder invloed van Calvijn en Luther, had de bedoeling wantoestanden binnen de kerk aan te klagen en die weg te werken. De katholieke kerk verwierp echter de goedbedoelde hervorming. Daarop ontstond de Gereformeerde Kerk. Katholieke vorsten zoals Karel V en later diens zoon Filips II en de kerk reageerden en bestreden de Reformatie in de zogenaamde Contrareformatie. Bedoeling was de mistoestanden weg te werken. Door de boekdrukkunst groeide de aanhang van de hervormingsgezinden vrij snel en voedde zo de politieke tegenstellingen tussen Europese vorsten en hun edelen. Opstanden en godsdienstoorlogen waren het gevolg. In de Nederlanden vormde de Beeldenstorm een cruciaal hoogtepunt. De Beeldenstorm kende verschillende oorzaken. Zo verbood het calvinisme de heiligenverering terwijl dat in de Rooms-katholieke kerk gebruikelijk was. Naast dit uitgesproken religieus aspect speelden er nog politieke en sociale oorzaken mee. Zo ergerden vele edelen zich aan de door Filips II aangestelde landvoogdes Margaretha van Parma. Zij regelde vele zaken buiten de adel om maar stelde die wel aansprakelijk voor het resultaat. Later bleef zij doof voor de klachten van de edelman. Daarnaast hadden de protestanten erg te lijden onder vervolgingen en heerste er in 1566 een hongersnood. Alles tezamen voldoende redenen om te reageren tegen de exorbitante rijkdom die de kerken tentoonspreidden. Na de Beeldenstorm wou een woedende Filips II de orde in de Nederlanden gewapenderhand herstellen. Daartoe stuurde hij Fernando Ãlvarez de Toledo, beter bekend als de Hertog van Alva, naar onze streken met een leger van 10 000 man en onbeperkte bevoegdheden. Zijn opdracht bestond uit het straffen van de opstandelingen en alleen het katholieke geloof te tolereren. Margaretha legde bij het zien van het buitensporige geweld dat de hertog van Alva aanwendde, haar bevoegdheden als landvoogdes neer. Alva nam haar plaats in en richtte de ‘Raad van Beroerten’ op waarop vele edelen zoals Willem van Oranje op de vlucht sloegen. Daarnaast zorgde de invoering van de ‘Tiende penning’ voor heel wat ongenoegen en weerstand. Zo kwamen een aantal hoge edellieden in het verzet. Eén van hen was Willem van Oranje. Hij was gehuwd met Anna van Saksen, de dochter van de Luthersgezinde Duitse keurvorst Maurits van Saksen. Latere conflicten zorgden ervoor dat Willem naar Duitsland uitweek. Toen de Raad der Beroerten Willems bezittingen in januari 1568 verbeurd verklaarde, verzamelde die een leger in Duitsland om tegen Alva op te trekken. Oranjes eerste invasie zette echter geen zoden aan de dijk. Anders was dit bij de tweede invasie. In april 1572 hadden de Oranjes dankzij hun verovering van Briel de ideale reden om tot een algemene opstand op te roepen. Na een aantal bescheiden successen slaagde Alva er toch in om de meeste steden terug te veroveren. In 1576 nam de onrust in alle gewesten toe. Spaanse soldaten kregen al maanden geen soldij meer en sloegen aan het muiten. Deze muiterij ging de geschiedenis in als de ‘Spaanse Furie’. Oranjes populariteit steeg tot ongekende hoogtes. In november 1576 sloot hij de ‘Pacificatie van Gent’ tussen zijn bondgenoten, Zeeland, Holland en de rest van de Nederlanden. De voornaamste afspraken stelden dat de Spanjaarden de Nederlanden onmiddellijk dienden te verlaten en dat katholieken en protestanten naast elkaar moesten kunnen bestaan. De ‘Unies van Brussel’ herbevestigden de afspraken uit de eerder genoemde overeenkomst. Echter, op 15 januari 1579 beslisten Artesië, Kamerijk, het graafschap Henegouwen en Romaans Flaanderen (het Franssprekende gedeelte van het oude graafschap Vlaanderen) om zich te verenigen in de ‘Unie van Atrecht’. Die bepaalde dat de enige toegelaten godsdienst het katholicisme zou zijn. Door deze laatste bepaling konden de noordelijke gebieden omwille van hun sterke protestantse invloed niet toetreden. Als reactie vormden de protestantse gebieden enkele weken nadien de ‘Unie van Utrecht’. Terwijl de leden van de Unie van Atrecht zich in feite opnieuw onder het gezag van Filips II plaatsten, was de Unie van Utrecht de grondlegger van de ‘Zeven Verenigde Provinciën’. Op dit moment verkreeg Willem van Oranje de steun van de katholieke graaf van Anjou, de broer van de Franse koning. Die kwam aan het hoofd van 10 000 man Oranje steunen op voorwaarde dat de Noordelijke Provinciën voorgoed de Spaanse koning zouden afzweren. Die deden dat met het ‘Plakkaat van Verlaetinghe’ dat eigenlijk als een onafhankelijkheidsverklaring gold ten opzichte van Filips II. Echter, de ondergeschikte positie van de graaf van Anjou leidde tot enige frustraties waarop hij Antwerpen aanviel om er zijn gezag te vestigen. Hij stootte op verwoede tegenstand van de Antwerpenaren en sloeg op de vlucht. Dit betekende het einde van Willems “Franse politiekâ€. Alexander Farnese, beter bekend als de hertog van Parma, veroverde in 1583 in dienst van Filips II alle grote Vlaamse steden zoals Brugge, Gent en Ieper. Een jaar later, op 10 juli 1584 vermoordde Balthasar Gérards Willem van Oranje. In 1585 veroverde Parma Brussel en Mechelen. In augustus viel Antwerpen. De val van Antwerpen gold als de militaire bezegeling van een scheuring van de Nederlanden in een noordelijk en een zuidelijk deel. Eerder kregen die al politiek vorm in de Unie van Atrecht en de Unie van Utrecht. Grote delen van de (protestantse) bevolking trokken toen naar het Noorden waar zij en hun geslacht bijdroegen aan de ‘Gouden Eeuw’. Zo zag Hondschote, “het meest ketterse nest van Vlaanderenâ€, zijn inwonertal van 15 000 in twintig jaar tijd teruglopen tot 385 personen. Antwerpen verloor zo 60 000 van zijn 100 000 inwoners. Doordat het Noorden geen vorst kon vinden besloot de bevolking de politieke macht bij de Staten-Generaal onder te brengen. Dit betekende het ontstaan van de ‘Verenigde Provinciën’ zonder een regerende vorst. In 1598 was de situatie voor de jonge republiek schitterend, onder meer door de schitterende militaire inzichten van Maurits van Nassau. Spanje trachtte de Nederlanden nog te herenigen maar de Noordelijke staten kwam niet opdagen op de Statenvergadering te Brussel. Filips II voelde zijn einde naderen en stelde zijn dochter Isabella aan om samen met haar echtgenoot Albertus van Oostenrijk over de Zuidelijke Nederlanden te heersen. Samen slaagden ze erin een bestand met de Noordelijken te sluiten waardoor de vijandelijkheden gedurende 12 jaar stilvallen. Onder hun beleid herstelde het Zuiden zich snel van de burgeroorlog en brak een periode aan van artistieke en economische bloei. Toen Albertus stierf in 1621, kwamen de Zuidelijken weer onder direct Spaans bestuur. De nieuwe koning Filips IV liet Isabella immers te weinig bevoegdheden om haar bewind naar behoren te kunnen uitvoeren. Onmiddellijk laaiden de vijandelijkheden tussen de Spaanse troepen en de Republiek weer op. Aanvankelijk boekten de Spanjaarden onder leiding van Spinola enkele successen. Frederik Hendrik, de zoon van de inmiddels overleden Maurits van Nassau, zette het werk van zijn vader voort en behaalde enkele schitterende overwinningen op de Spanjaarden. Piet Hein veroverde een jaar later zelfs de ‘Spaanse Zilvervloot’ waardoor er plots kapitaal in overvloed was. De jaren nadien veroverde Frederik steeds meer gebied. In 1633 poogde Isabella op eigen houtje tot vrede te komen met de Republiek. De onderhandelingen draaiden op niets uit en Isabella stierf kort later. Een jaar later volgt Ferdinand van Oostenrijk, een kleinzoon van Filips II, zijn tante op. Hij veroverde enkele steden, toen tot Frankrijk behorend, waarop Frankrijk de oorlog verklaarde. Samen met de Republiek veroverden de Franse Legers een aantal Zuid-Nederlandse steden waaronder Diest, Aarschot en Tienen. Kardinaal Richelieu formuleerde in 1635 het verdrag om de Waalse Nederlanden bij Frankrijk te voegen en de Vlaamse Nederlanden bij de Republiek. De jonge Republiek wou echter het machtige Frankrijk niet als zijn buur en trok zich terug. Francisco de Melo verving Don Ferdinand in 1641. Hij richtte zich in den beginne voornamelijk op de strijd tegen de Franse troepen. Hij behaalde grote overwinningen en maakte grote delen van de Franse gebiedswinst weer ongedaan. Op 16 mei 1643 versloegen de Fransen de Melo bij Rocroi wat hen in staat stelde Grevelingen bij Duinkerke te veroveren. Tevens markeerde de slag het einde van de Spaans-Habsburgse overheersing. Spanje leed nieuwe nederlagen tegen de Republiek waardoor de Fransen Duinkerke en Kortrijk konden inlijven. In 1648 maakte de ‘Vrede van Münster’ een einde aan de oorlog tussen de opstandelingen in de Nederlanden en Spanje. Laatstgenoemde erkende de Republiek als soevereine staat. Er kwam een grens tussen de Zuidelijke Nederlanden en de Republiek die de frontsituatie op dat moment sterk bepaalde. De situatie tussen Engeland en de Republiek was echter dramatisch daar beiden concurrenten van elkaar waren op gebied van handel en kolonies. Daaruit volgde in 1651 de ‘Eerste Engels-Nederlandse Oorlog’. Vredesbepalingen die nadelig bleken voor de Republiek zorgden voor een hernemen van de vijandelijkheden. De ‘Tweede Engels-Nederlandse Oorlog’ volgde. De Republiek had echter de vloot versterkt en won dankzij Franse hulp van Engeland en diens bondgenoot Münster. De Franse hulp bestond echter voornamelijk uit diplomatiek hulp. Even later bleek waarom. Lodewijk XIV claimde de Spaanse Nederlanden op basis van plaatselijk recht in delen van de Spaanse Nederlanden. Dat stelde dat het erfdeel van dochters uit een eerder huwelijk voorgaat op het erfdeel van zonen van latere huwelijken. Zo zou zijn vrouw de Spaanse Nederlanden erven omdat zij uit het eerste huwelijk van Filips kwam en zijn zoon Karel II van Spanje een zoon was uit Filips’ tweede huwelijk. Om zijn eisen kracht bij te zetten viel Lodewijk XIV de Spaanse Nederlanden binnen. Hij wou bovendien de macht van de Habsburgers beperken en besliste onregelmatige noordgrens tussen Frankrijk en de Spaanse Nederlanden beter te beveiligen. Frankrijk veroverde grote stukken land. Onder de voet gelopen steden liet hij door Vauban versterken. De ‘Derde Slag bij Kassel’ kaderde in deze veroveringspolitiek. Zowel de Spaanse Nederlanden als de Verenigde Provincies verzetten zich tegen deze politiek. De laatste vooral omdat die liever het zwakke Spaanse bewind als buur had. Frankrijk zou krachtig reageren. De Republiek sloot een alliantie met Zweden en Engeland om Frankrijk te kunnen stoppen. Frankrijk sloot vrede met Spanje. Geheime clausules waarin de leden zich ertoe verbonden Frankrijk militair aan te pakken, raakten echter openbaar waardoor die laatste zich bedrogen voelde door de Republiek. Over het algemeen hadden de Republiek en Frankrijk geen tegengestelde belangen, behalve daar waar het Spaans-Vlaanderen betrof. Frankrijk zag de Rijn als de natuurlijke grens. Tussen de Rijn en Frankrijk lagen de Spaanse Nederlanden en delen van de Republiek. Onmiddellijk ondernam Lodewijk stappen om de Verenigde Provinciën te isoleren. Hij kocht Zweden en Münster om, Engeland deed hij toegevingen. In 1672 viel Engeland een Republikeinse vloot aan. De oorlogsverklaringen van Frankrijk en de bisdommen van Keulen en Münster kwamen een maand nadien. Lodewijk trok niet door de Spaanse Nederlanden maar maakte een omtrekkende beweging en vermeed zo de verdedigingslinie van de Republiek. De overwinning was compleet. Toen Frankrijk al aan Utrecht stond, begonnen de vredesonderhandelingen. Lodewijk, door zijn succes overmoedig, stelde veel te hoge eisen waarop de Republiek de oorlog verder zette. Engeland haalde al in 1674 bakzeil. Enige tijd later wist de Republiek het Heilig Roomse Rijk en Spanje aan zijn kant te scharen. Daarop zette de oorlog zich voornamelijk in de Spaanse Nederlanden verder. De Republiek stuurde 30 000 man onder bevel van Willem III, Prins van Oranje en vorst van Engeland, naar de Zuidelijke Nederlanden. Spanje zond 10 000 man, de Duitse keizer stuurde af en toe een leger. Frankrijk, dat afzag van verdere veroveringen in de Republiek, trachtte een dubbele gordel versterkingen; de “Frontière de Fer†van Vauban, te veroveren en te bouwen. In 1677 waren de doelen Kamerijk, Valencijn en Sint-Omaars. Nadat Valencijn viel, trokken Lodewijk en Vauban op naar Kamerijk. De Hertog van Orléans, broer van de koning, marcheerde naar Sint-Omaars. Willem III trachtte de belegerde steden te ontzetten. Hij trok op vanuit Ieper en marcheerde met 32 000 man via Poperinge naar de Kasselvallei. De hertog van Orléans, op de hoogte van Willems komst, trok hem tegemoet. De troepen troffen elkaar bij de Penebeek waaraan Zuytpeene en Noordpeene hun naam ontleenen. Lodewijk stuurde zijn broer 25 000 voetknechten en 9000 cavaleristen vanuit Kamerijk onder het bevel van maarschalk Luxembourg. Naar de avond toe maken 66 000 soldaten zich op voor de strijd. Laatstgenoemde slaagde erin om met een cavalerieaanval de flank van een Staats bataljon aan te vallen en zodoende het bataljon helemaal te vernietigen. Daardoor raakten drie andere bataljons in paniek en vluchten. Daarop gaf Willem het sein tot de aftocht. Aan beide zijden vielen 4 200 doden en een zevenduizendtal gewonden. Kamerijk viel op 19 april 1677. Kort daarop volgde Sint-Omaars. 11 juli 1678 sloot Frankrijk vrede met de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Het vredesverdrag ging de geschiedenis in als de ‘Vrede van Nijmegen’. Frankrijk diende zich terug te trekken uit de Nederlanden maar mocht een deel van het Graafschap Vlaanderen behouden waaronder St-Omaars en Ieper. De ‘Vrede van Utrecht’ verplichtte Frankrijk een aantal oostelijk gelegen veroverde steden zoals Ieper en Menen te verlaten. Tevens aanvaardden Spanje en de Verenigde Provincies dat Frankrijk een deel van het graafschap voorgoed had geannexeerd. Sinds een dertigtal jaar herdenken volksnationalistische Vlamingen deze slag met de “Zwijgende Voettocht van de Peeneâ€. De wandeling vertrekt van Noordpeene naar Zuytpeene of andersom het jaar erop. Halfweg de route herinnert een obelisk aan de plaats van het slagveld. Op deze plaats zingen de nationalisten de drie nationale liederen na een betoog te aanhoren van enkele sympathisanten. Nadien nodigt Kassel uit om een frisse pint te drinken in één van zijn nog steeds typisch Vlaemsche cafeetjes. Vlaanderen wás groot in der tijden wolk, helaas verloor het heel veel van zijn grondgebied aan het Franse imperialisme. Picardië, Artesië, Duinkerke, Kassel, Rijsel en zovele bekoorlijke stadjes en dorpjes gingen voor altijd verloren. Of niet? Mocht Wallonië openlijk aansluiting zoeken bij Frankrijk, móeten wij Frans-Vlaanderen eisen ter compensatie. De Schreve tussen Frans –en West-Vlaanderen is slechts een staatkundige grens gevormd door tegengestelde belangen, geen etnische grens! Aan de Vlamingen wat de Vlamingen toekomt! Aan Vlaanderen wat Vlaanderen toekomt! Jürgen Dekemele Commilito NSV!-Westland [Ontgroeningswerk]
Geplaatst door Metamilitant
in Geschiedenis Vlaanderen, Ontgroeningswerken
op
01:13
| Reacties (0)
| Trackbacks (0)
Trackbacks
Trackback URI voor deze bijdrage
Geen Trackbacks
theme Joshua Tree by David Cummins |
ZoekenCategorie
Gelieve naar de voorpagina te gaan voor de speler.
Gelieve naar de voorpagina te gaan voor de speler.
|




















