Op 13 april 1899 zag Florimond Grammens het levenslicht als zoon van rijkswachter Frederic Grammens en boerendochter Maria Gelaude. Rond 1910 verhuisde het gezin van Bellem naar Eeklo alwaar zijn moeder een stoffenwinkel uitbaatte. Na de lagere klassen liep Flor les aan het plaatselijke, destijds Franstalige, St.-Vincentiuscollege alwaar hij de voorbereidende en de Latijnse lessen volgde.
Gedurende de Eerste Wereldoorlog trok hij naar de normaalschool te Sint-Niklaas waarvan de Vlaamsgezinde Amaat Joos schoolhoofd was. In 1918 dook hij onder en nam na de bevrijding door Belgische troepen vrijwillig dienst als brancardier. In 1919 behaalde hij zijn diploma als onderwijzer en trok een jaar later naar de tweetalige (taalgrens)stad Ronse om er een betrekking als onderwijzer te aanvaarden.
Eind 1919 liet Flor zich opmerken toen hij als lid van De Consciencevrienden een voordracht hield over diens leven en werk. Flor verweet Conscience een gebrek aan strijdlust en meende dat de Vlaamse Beweging niet alleen nood had aan ‘mannen van het woord’ maar evenzeer aan ‘mannen van de daad’. Dat dit geen ijdele woorden waren bewees Flor tijdens zijn verdere leven.
Na 1920 zet Flor zich in voor de Davidsfondsafdeling van Ronse. Arthus Boon was toen voorzitter. Nog eens vijf jaar later werkt hij er als secretaris. Onder zijn invloed groeide het ledenaantal spectaculair. In 1926 hield hij op vraag van Boon een voordracht over de ‘Taaltoestanden in de streek Avelgem-Ronse-Twee Akren’. Dit markeerde het begin van zijn rol als spreker. Vanaf 1927 fungeerde hij als propagandist. Tevens ontstond in datzelfde jaar het ‘Komitee Taalgrens Wakker!’, een initiatief van het Davidsfonds, het Algemeen-Nederlands Verbond en de Vlaamse Toeristen Bond. Ook hier vervulde Grammens de rol van secretaris.
Echter, in 1929 leidden zijn onvermogen om niet anders dan als leider op te treden en zijn manifeste onwil om met niet-katholieken samen te werken tot diens definitieve uitsluiting. Daarom richtte hij de ‘Kristen-Vlaamse Taalgrensaktie’ op, met als lijfblad de ‘Taalgrenswacht’. Zijn Taalgrensactie bestond uit zes verschillende actiegroepen (waarvan hij zelf de vergaderingen leidde) in verschillende deelgebieden van de taalgrens. Op dit moment verliet Grammens, nadat hij herhaaldelijk ziekteverlof opnam, het onderwijs en begon stelselmatig Franse aankondigingen in taalgrensgemeenten te verwijderen.
In 1930 slaagden Grammens’ actiegroepen erin om in 25 Vlaamse gemeenten uit Henegouwen of Luik voldoende handtekeningen te verzamelen waardoor de lokale overheden zich verplicht zagen een uitwendige tweetaligheid in acht te nemen. Dat jaar benoemde de Bestendige Deputatie in Oost-Vlaanderen hem tot Inspecteur der Beroepsleergangen en Naschoolse Werken. Deze functie liet hem toe zich quasi volledig voor de Vlaamse zaak in te zetten. Flor wilde doen vaststellen dat de taalwetgeving naleven onmogelijk is zonder een aanpassing van de provinciegrenzen. Daartoe lokte hij processen uit voor Waalse- en correctionele rechtbanken die een Nederlandse procedure steeds weigerden.
Door zijn toedoen voorzag de overheid in de mogelijkheid om zaken te verplaatsen naar een naburige anderstalige rechtbank. Daarnaast moesten gemeenten die blijkens een volkstelling een meerderheid Nederlandstaligen kenden verplicht besturen in het Nederlands. Gemeenten met een Nederlandstalige minderheid van 30% zagen zich gedwongen de uiterlijke tweetaligheid in acht te nemen. Jammer genoeg zou diezelfde wet enkele decennia nadien de verfransing van Brussel bespoedigen.
Ondanks dit succes raakte de ‘Kristen-Vlaamse Taalgrensaktie’ op een dood spoor. Tevens gaven vier van de zes actiegroepen er ontmoedigd de brui aan. Flor verloor bovendien zijn geloof in de parlementaire democratie en radicaliseerde. Getuige daarvan zijn onafhankelijk lijsttrekkerschap voor de nationalisten in Oudenaarde bij de provincieraadsverkiezingen van 1936.
9 januari 1937 luidde echter een nieuwe episode in. Flor, getooid in witte schilderskiel en voorzien van ladder en kwast, overschilderde de Franstalige straatnaamborden en wegwijzers van de taalgrensstad Edingen. In naburige steden en gemeenten volgde hetzelfde fenomeen. Dit leidde herhaaldelijk tot zijn opsluiting. Diezelfde maand slaagde hij erin om de eentalig Franstalige gemeenteraadsverslagen van de Vlaamse gemeente Walshoutem, toen gelegen in Luik, te ontvreemden en als bewijsstukken voor te leggen aan het ministerie van Binnenlandse Zaken.
Gevangenisstraffen waren dikwijls Flors deel. Bij zijn acties kreeg hij echter veel steun van de Vlaamse studentenbeweging. Zo bestormden studenten de gevangenis van Tongeren in januari 1938 in een poging Grammens te bevrijden. Op 3 juli 1938 organiseerden zij een verzetsbetoging waaraan tienduizenden deelnamen. Zij eisten de vrijlating van Grammens toen die na een zuiveringsactie in het Gentse gerechtshof in de gevangenis van Gent zat opgesloten. Daarop erkende de regering de eentaligheid in Vlaanderen als “bindende interpretatie van de wetâ€. Het jaar nadien ondernamen studenten een nieuwe poging om Flor uit de gevangenis van Oudenaarde te ontzetten die, net als de eerste, mislukte.
In april 1939, aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, aanvaardde Grammens het onafhankelijke lijsttrekkerschap voor de Antwerpse lijst van het VNV en raakte dankzij 4 300 voorkeurstemmen verkozen. Daarna verhuisde hij naar Brussel. In augustus 1940 nam de Commissie voor Taaltoezicht hem op als lid en stelde hem het jaar nadien als voorzitter aan. Zijn taak bestond erin de toepassing van de taalwetten na te gaan en eventuele voorstellen ter verbetering in te dienen. Hij slaagde erin om een aantal kinderen dat onwettig in Franstalige klassen was ondergebracht, over te plaatsen naar Nederlandstalige klassen. Hun aantal in die klassen steeg van 19% in 1939 naar 43% in 1943. Door het strikt toepassen van de wet op het ambtenarenstatuut steeg het Vlaamse aandeel bij de hogere ambtenaren van 35,5% in 1940 naar 48% in 1943. Zelf laat hij niet na om te protesteren bij de bezetter tegen de verwaarlozing van het Nederlands in Duitse mededelingen.
Flor Grammens trad tijdens WO II niet toe tot de eenheidsbeweging VNV, noch collaboreerde hij met de bezetter. Ondanks zijn parlementaire onschendbaarheid en het verweer dat hij alleen de taalwetten toepaste, pakte een ‘verzetsgroep’ hem op eind oktober 1944 en plunderde zijn huis te Oudergem. De inboedel ging in vlammen op. In 1947 kwam hij voor de krijgsraad die hem veroordeelde tot tien jaar gevangenschap. Daarbovenop kwam een boete van 500 000 frank. Later draaide het krijgshof het vonnis terug tot zes jaar cel en een boete van 50 000 frank.
Eens opnieuw vrij ging Flor onversaagd terug aan het werk. Hij richtte het Grammensfonds opnieuw op, gaf het blad ‘Na raad ter daad’ uit en speelde vanaf 1955 een belangrijke rol bij het totstandkomen van de Vlaamse Volksbeweging. Daarnaast stichtte hij het weekblad ‘Vrij’ dat echter na een jaar verdween. Tijdens deze jaren gaf hij talloze voordrachten en wendde overal waar nodig zijn invloed aan om wantoestanden te elimineren. Het Franstalige karakter van de wereldtentoonstelling in 1958 was hem een doorn in het oog. Flor reageerde door met pek gevulde eieren naar de Franse paviljoenen te gooien. Dit leverde hem twee maanden cel op. De publieke opinie reageerde echter nogal lauw.
In 1959 verhuisde Flor naar Mechelen. De daaropvolgende jaren ageerde hij tegen Franstalige reclameteksten aan de kust en de rest van Vlaanderen. Nadien liep Flor weinig in de kijker.
Als taalgrenswachter kwam Flor begin jaren ’70 in contact met het ‘Aktiekomitee Brussel en Taalgrens’ (ook wel bekend als Aktiegroep Taalgrens). Uit deze bijeenkomst groeide de uiteindelijke benaming voor de actiegroep: ‘TAK’ of voluit Taal-Aktie-Komitee. De benaming kwam van Flor Grammens zelf, ‘en iedereen zal wel weten dat een "voorstel" van Grammens zoiets was als een "decreet".
Ondanks zijn bescheiden invloed binnen het TAK was Flor om drie redenen toch van groot belang. Allereerst gaf hij het TAK zijn naam. Ten tweede zorgde hij voor een ruime persaandacht door zijn aanwezigheid. Ten derde kon de nieuwe actiegroep zijn ervaring goed gebruiken. Toch gingen Flor en het TAK nog voor ’73 uiteen. De karakters van de Pauw en Grammens botsten immers vaak, en hadden ze een verschillende strategie voor ogen. Bovendien was de Pauw niet tevreden met de vriendschap tussen Grammens en minister Van Elsande die vaak het mikpunt was van TAK-acties.
Op 11 juli 1974 onthulde de gemeente Bellem omwille van Grammens’ 75ste verjaardag een gedenkplaat aan zijn ouderlijke woning met daarop enkele van zijn strijderattributen zoals de hamer, de verfkwast en een gebroken ei.
In 1975 kocht het Grammensfonds de ouderlijke woning en schonk die aan het Bellemse gemeentebestuur. Die huisvestte er op zijn beurt een museum.
In 1979 volgde in Schaarbeek Flors laatste spectaculaire actie. Daar spoot hij de Franstalige bordjes in de lokettenzaal zwart. Later dat jaar verliet hij op 80-jarige leeftijd zijn appartement in Mechelen en nam zijn intrek in zijn geboortehuis. Hij overleed te Deinze op 28 maart 1985. Zijn schild met hamer, borstel en ladder sieren tot op heden zijn grafzerk naast het opschrift ‘man van de daad’.
Jürgen D.
Commilito NSV!-Westland
[Ontgroeningswerk]
Trivia
Flor Grammens is de vader van journalist Mark Grammens die het werk van zijn vader enigszins verder zet via ‘Journaal’.