Enkele dagen geleden hebben enkele ‘te plaatsen’ figuren deze video op youtube gepubliceerd. Een smakeloos, beledigend en oppervlakkig grapje als deze is een goede motivatie eens verder in te gaan op dit fenomeen ‘antifascisme’.
Zoals meeste lezers hier weten zijn er nogal wat individuen en initiatieven binnen en buiten Vlaanderen gewijd aan de strijd tegen en het rapporteren van de ‘extreem-rechtse vijand’ (en dit is dan nog wel vaak de zachtste terminologie). Er zijn de bekende blogs en trotskisten, maar ook journalisten zoals Tom Cochez of Marc Spruyt behoren thuis in dit rijtje.
Ik ga het hier echter niet hebben over de inhoudelijke overwegingen voor bijvoorbeeld trotskisten als de Aktief Linkse Studenten om tegen ons te strijden. Ja wij zijn hun vijand en zij de onze, ideologisch gezien kan men dit niet ontkennen en de ideologische strijd an sich is ook helemaal geen probleem. Het ligt in de hiervoor aangehaalde middelen dat deze organisaties en initiatieven nogal door de bocht gaan, en volgens mij is dit dan ook een zaak waar de nationalistische beweging zich bewust van moet zijn.
Marginaliseren en Criminaliseren
Het Anti-Fascistisch Front (AFF) is de meest bekende en gevierde veteraan in deze en rolmodel voor de antifascistische praktijk. Ooit was er een actieve militanten werking welke antifascistische actie op de straten voerde (met al dan niet toegelaten middelen), tegenwoordig zijn er enkel nog een handvol medewerkers met een blog en tijdschrift (Verzet). De schrijfsels van AFF zijn echter geen informatieve analyses welke mensen zouden moeten waarschuwen voor het ‘extreem-rechtse’ gevaar. De werkwijze van het AFF is het zoveel mogelijk marginaliseren van onze kant, zonder meer.
Marginaliseren is waar alles om draait en dit is ook waarom de zogeheten analyses eigenlijk van secundair belang zijn. Het gros van de antifascisten zijn immers wat heet ‘democratische socialisten’. Dit komt erop neer democratie wel goed is (net als in de ‘democratische’ Sovjet Unie), doch dat extreem-rechts geen mening, maar een misdaad vormt. Door te marginaliseren kan de extreem-rechtse beweging gecriminaliseerd worden en door ze te criminaliseren kan de publieke opinie hierover ook niet veranderen, zullen de maatschappelijke instellingen ertegen gekant blijven (in toenemende mate) etc.
Het is belangrijk dat we beseffen dat er geen eigenlijke analyses aan te pas komen. De aangehaalde informatie is vrijwel altijd selectief, verdraaid en/of simpelweg onwaar.
Daarbij wordt maar wat graag naar het verleden teruggegrepen. Als iemand of een organisatie in een vorig leven wel eens wat domme uitspraken of bezigheden heeft gehad die absoluut niet meer overeenkomen met de huidige overtuiging of activiteiten, dan worden deze standaard uit de context getrokken. Het is belangrijk dit te beseffen, in een paar jaar tijd kan er veel veranderen en zonder wederwoord van de personen zelf kan er geen oordeel geveld worden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat antifascisten nooit vraaggesprekken houden met degenen die ze aanvallen. Dit zou het masker immers doen vallen, en wat het fascisme-etiket geen kracht bij zet hebben de antifascisten geen zaken mee vanzelfsprekend. Een integrale, objectieve analyse van huidige activiteiten of huidige overtuigingen moet men nooit verwachten van antifascisten omdat zij er in hun zaak niet bij gebaat zijn. Wijlen Blokwatch beweerde dit wel telkens te doen, maar, ondanks hun subtiliteit op eerste gezicht, wie hielden ze voor de gek met onder meer die karikaturen?
Wat te doen?
Dat de nationalistische beweging niet moeten zwichten betekent echter niet dat ze er doof voor moet zijn. Wat dus te doen tegen de antifascistische praktijk? In de kern komt het neer op: Laat ons niet marginaliseren. Belangrijk is dat zij die geviseerd worden door het antifascisme, de buitenstaanders het tegendeel tonen. Als een beruchte spreker ergens te gast was, zorg dat de toespraak integraal te lezen en/of te beluisteren is. Als er een spraakmakende actie was, zorg dat een audiovisueel verslag toegankelijk is.
Als verwijten worden gemaakt, bewijs het tegendeel. De enige wijze waarop antifascisme kan slagen in het marginaliseren is door niet de andere kant kenbaar te maken. Internetmedia is uiterst belangrijk voor de nationalistische beweging om zich te profileren omdat de antifascistische strijd zelf tegenwoordig vooral op het internet wordt gevoerd. Journalisten zoals Tom Cochez of Marc Reynebeau en de kwaliteitskranten in het algemeen zijn dan nog een geval apart, doch ook hier telt wat buitenstaanders op internet van onze kant kunnen vinden, denk aan persreacties. De komende jaren zal internet nog altijd het enige vrije medium in onze maatschappij zijn en de nationalistische beweging doet mijns inziens nog niet genoeg om hier gebruik van te maken. Thans kan ik van ervaring spreken dat aantrekkelijke vormgeving, podcasts en videocasts die professioneel overkomen heel doenbaar zijn.
De valkuil
Ten slotte bestaat er in het antifascisme een zeer gevaarlijke valkuil voor de nationalistische beweging. Als deze zich laat beïnvloeden door hun laster, dan zal dat een beperking in zowel de actieterreinen betekenen (denk aan zionisme) als het ideologisch spectrum (denk aan zekere denkers). De slogan van de Nationalistische Vormingscel is ‘Durven Denken’ voor een reden, er moet niet gezwicht worden voor welke druk dan ook wordt uitgeoefend. Zodra de nationalistische beweging dit immers wel doet zullen antifascisten altijd voor minstens een deel gewonnen hebben.
Het is dan ook belangrijk stil te staan bij de foutieve gedachtegang “we moeten hen geen voer gevenâ€. Als we niets fout doen kunnen we hen sowieso geen echt voer geven, waardoor we ons van bepaalde smakeloze bezigheden sowieso dienen te onthouden, maar dit ook zelfs al was er geen antifascisme. De punten die zij echter fout vinden zijn daarom niet degene die wij moeten mijden. Enkel door op deze punten juist wel voer te geven, maar dan ook het tegendeel van de antifascisten aan te tonen, kan de nationalistische beweging zich uit de marginaliteit trekken. Zo hoeft de nationalistische beweging niet aan complexen te lijden en loopt ze ook niet het risico enkel in geamputeerde vorm aanvaard te worden.
Conclusie
Internetmedia biedt de nationalistische beweging de kans het hoofd te bieden aan antifascisten door zich waardig uit de marginaliteit te trekken. Nationalisten zijn geen verzuurde schepsels die in donkere kamers rassensuperioriteit prediken en knokploegen door de straten laten marcheren. Zouden we dit wel zijn, dan is er iets mis met ons. Zodoende is er niet meer dan een communicatieprobleem welke de antifascisten in hand werken, en welke wij dienen te doorbreken.
De Nationalistische Vormingscel zal op dit vlak voortdurend innovatieve mediakanalen aanspreken en anderen aanmoedigen ditzelfde te doen. De waarheid vreest geen onderzoek, hoe transparanter de nationalistische beweging is, hoe beter dit overkomt en hoe minder verzuurde figuren als Yelloman ruimte wordt gelaten.