Wat enkele doorslaggevende keuzes betreft moet men tevens aantonen dat er een nieuwe wind door blaast, een nieuwe aanvoer van zuurstof, om de geur van het verstarde discours te verjagen. Om een goede dag volledig te breken met het reactionaire, ouderwetse, verstijfde, achtergebleven, welke te vaak wat heet de ‘nationalistische milieus’ gekenmerkt heeft.
Om dit te verduidelijken zal ik een voorbeeld nemen. Ik blijf herhalen dat men nooit het verleden van ons land moet verloochenen. Men moet zich de totaliteit van het verleden aanmeten – wat men ook mag denken van dit of dat moment in de geschiedenis. Maar ik vind daarom niet dat we ons moeten blijven geruststellen met oude herinneringen, nostalgie en de bittere nasmaak die deze zaken vaak met zich meebrengt. Laten we de oude lidtekens niet tot in den treure open blijven scheuren.
Om het klaar en duidelijk te stellen, de 20-jarige jongens en meisjes van vandaag hebben niets te maken met het koloniaal verleden van Frankrijk. We gaan het Frans rijk niet terug instellen, waarover veel te zeggen valt (het heeft ons hoe dan ook met de erfenis van immigratie achtergelaten…), maar het doet me denken aan de oude kolonialisten welke in de pastis of de whisky verzuipen terwijl ze de hele dag hun Afrikaanse of Aziatische herinneringen ophalen en daarbij de laatste decennia totaal vergeten. Het is utopisch en naïef de koloniale kist terug open te trekken en Algerije of welk exotisch land ook terug te veroveren. Dit is volslagen losgebroken van de hedendaagse politieke realiteit.
En toch hebben we allemaal in de rangen van het FN mensen gekend die, na een goed uitgeruste maaltijd, in alle staten oproept tot – best sympathiek, gezien deze zich dan tenminste niet tot politieke analyses pretendeert in te kunnen laten –de Algerijnse kust binnen te vallen…
De herinnering is noodzakelijk, maar het is desastreus op politiek vlak over te komen alsof we de ogen in het verleden vastgeankerd hebben. Laten we onze vijanden geen plezier doen: laten we ons niet inlaten in het vieren van vervlogen tijden. Tenzij het gaat om een duidelijke parallel te trekken, zoals op vlak van immigratie met de efficiënte methodes toegepast door Karel Martel…
Jeanne d’Arc is een sympathiek figuur, maar de Ariane Raket (Ariadne is een figuur uit de Griekse en Romeinse mythologie – nvdr.) lijkt me een veel beter symbool voor een politieke toekomstbeweging dan het beeld van de heilige maagdelijke martelaarster Jeanne d’Arc. En, liever dan de herinneringen aan Indochina en het verloren Algerije opvissen, kan men beter aan Eurosiberië denken, aan het Groot Eurosiberisch Rijk welke ooit Europa met haar uitloop richting Azië kan vormen.
Daarin liggen elementen van motivatie, van psychologische mobilisatie en enthousiasme welke in staat zijn de verbeelding van 20-jarigen aan te spreken. Want deze zaken openen voor deze mensen perspectieven, toont hen een grootse toekomst, grote mogelijkheden voor ons land, voor ons volk – en zij worden geroepen tot mee te werken aan dit groots avontuur, welke een zin aan hun leven kan geven. Laten we richtinggevers zijn. We moeten aan het verleden de juiste plaats kunnen geven – daar strijd ik reeds lang voor – maar met oog op de toekomst. Want als we een politiek lot willen, moeten we een weg richting de toekomst vinden, tonen dat we altijd voor ons uit kijken.
We moeten, met een woord, pioniers zijn.
p. 95-97
Pierre Vial, in Une Terre, Un Peuple, 2000
[vertaald]