Ontwikkelingssamenwerking… heeft zijn voor- en nadelen. Enerzijds kan het ervoor zorgen dat corrupte regimes langer aan de macht kunnen blijven door hen een blanco cheque uit te schrijven of door hen geld te geven zonder controle, beide zijn zaken die nu maar al te vaak voorkomen. Maar anderzijds kan het ook een grote rem op de huidige massamigratie betekenen. Politici die zeggen dat ontwikkelingssamenwerking een onnodige uitgave is, vergeten daarbij te zien dat zonder die stroom van geld er nog een pak meer migratie zouden zijn. Ze zijn echter juist wanneer zij de huidige effectiviteit ervan in twijfel trekken. Zoals hierboven gezegd, is een blanco cheque uitschrijven voor corrupte regimes absoluut geen garantie op een verbetering, integendeel. Solidariteit is altijd gekoppeld aan voorwaarden, wanneer men geen voorwaarden stelt bij de overdracht van grote bedragen zet men de deur wagewijd open voor misbruiken.
Vaak zit er echter ook een probleem in de weinige voorwaarden die men stelt aan de ontwikkelingssamenwerking. Die houden immers vaak in dat westerse bedrijven een onbeperkte toegang krijgen tot de markt, China probeert nu trouwens dezelfde strategie uit, waardoor de levensomstandigheden helemaal niet verbeteren, maar enkel de financiële toestand van die bedrijven. Echte onafhankelijkheid houdt ook in dat de markt grotendeels in handen is van het eigen volk met zo weinig mogelijk buitenlandse interventie. Indien dat niet zo het geval is, is men een slachtoffer van kolonialisme waarbij de economie in handen is van een buitenlandse mogendheid. Wat moet primeren is dus de ontwikkeling van een eigen economie. Iets waarbij de huidige opgeleide migranten hier een grote rol in kunnen spelen. Zij beseffen immers niet dat zij in hun landen van herkomst een elite kunnen vormen die de speerpunt vormt van modernisering en welzijnsverhoging. Hopelijk vergeten ze hun lessen uit het Westen niet en kiezen zij, in tegenstelling tot ons, voor een economische groei zonder aantasting van eeuwenoude tradities.
Economische migratie… is een voorstel van bepaalde rechtse partijen dat ik in deel 1 reeds aanhaalde. Het is vanuit een volksnationalistisch en solidaristisch standpunt compleet verwerpelijk. De mens wordt teruggebracht naar een economisch cijfer, de waarde van een mensenleven wordt enkel nog uitgedrukt in een economische kosten-/batenanalyse. Ook zorgt het ervoor dat de opgeleide laag van andere landen wegtrekt, waardoor de kansen van die landen om uit het economische slop te kruipen sterk afnemen. Het zijn net de hooggeschoolde buitenlanders die we zoveel mogelijk zouden moeten weren zodat zij in hun eigen land mee het voortouw kunnen nemen voor de opbouw ervan.
Anti-migratie als plat populisme… wordt helaas veel te vaak gebruikt door rechtse partijen. Zij klagen de gevolgen aan van een bepaald beleid, gesteund en uitgetekend door de twee lobby’s uit deel 1, namelijk de aanwezigheid en toevloed van migranten. Maar op geen enkel moment vallen zij de echte oorzaak aan hiervan en dat is de wil van de elite van het grootkapitaal. Wanneer ik het in het vorige deel had over de egalitaire en de liberale lobby’s, dan mag men niet vergeten dat de eerste slechts een reactieve is. De egalitairen gebruiken de toevloed van migranten voor hun doeleinden, het is de liberale lobby, de lobby van het grootkapitaal, die verantwoordelijk is voor de toevloed van de migranten. Strijden tegen massamigratie moet dan ook kaderen in een algemene volksnationalistische strijd tegen het globaal grootkapitaal, dat enkel uit is op de vernietiging van culturen door ze zoveel mogelijk met elkaar te laten vermengen tot men enkel nog een grote grijze massa heeft. Als iedereen veramerikaniseerd is, is het immers veel makkelijker om Amerikaanse rommel op een globale schaal te slijten en iedereen in loonslavernij te laten werken voor Amerikaanse multinationals.
Volksnationalisme en anti-migratie zijn een pleidooi voor een sociaal beleid, de huidige generatie marxisten à la LSP tonen met hun halfzacht betoog over egalitarisme e.d. enkel aan dat zij niets snappen van de macht van het grootkapitaal. Laat staan dat zij inzien hoe massamigratie net een kapitalistisch streven is, terwijl het verzet daartegen net een bevrijdende strijd is.
Waar is de radikaal-rechtse oppositie? Ik vraag het mij dikwijls af. Er is geen bevlogenheid meer onder de parlementairen, niet langer wordt er gespot met het systeem vanop het spreekgestoelte, er zit geen passie meer in de debatten. Enkel, en dat toont de kracht van ervan, over volksnationalistische thema’s durven politici zich nog te laten gaan aangezien dat verbonden is met de eigenheid van de mens; een gevoel van verbinding met andere in zijn groep/volk. Maar parlementairen die vragen stellen bij het huidige systeem waarbij het grootkapitaal de wereld op zijn manier probeert te globaliseren, parlementairen die het burgerlijke parlementaire representatieve systeem in vraag trekken (zoals socialisten ooit deden), die bestaan niet meer. Er is gewoon geen oppositie meer, iedereen draait zonder vragen mee in het systeem, wat leidt tot beroepspolitici die niet langer uit overtuiging aan politiek doen, maar uit puur financieel gewin. Ideologische bevlieging is verworden tot een handicap en iets waarmee politici zich liever niet bezighouden wegens “saai†of “iets waarmee we eventueel kiezers kunnen verliezenâ€.
Het probleem voor ons solidaristen, maar dat vormt tegelijkertijd onze grootste sterkte, is dat er geen solidaristische partij is. Geen parlementair zal zich nog solidaristisch durven noemen, liever noemen ze zich “conservatief†of “rechts-nationalistisch†of, gruwel, “rechts-liberaalâ€. De strijd tegen massamigratie moet gezien worden in een breed kader van strijd tegen het grootkapitaal, tegen de uitwassen van het kapitalisme en tegen de idee van de ganse kapitalistische maatschappij, waar enkel winst, het individu en materialisme telt. Wie dit een links pleidooi vindt, toont dat hij of zij nog steeds puur in simplistische termen als links en rechts denkt. Termen die in dit postmoderne tijdperk al lang enige waarde zijn verloren. Hoe noemt men immers iemand die voor een sterke controle van de staat op de economie is, maar geen afbreuk wil aan eeuwenoude tradities. Iemand die dus sociaal-economisch naar de linkerkant helt, maar maatschappelijk meer conservatief is? Die is niet links, die is niet rechts, die is solidarist.