Nationalistische Vormingscel

Wat is er mis met ...

Nationalistische Vormingscel

Maandag, 6 oktober 2008

Wat is er mis met liberalisme?



Voor velen lijkt liberalisme de beste, zo niet de enige manier waarop politieke leiders en sociale groepen kunnen samenwerken, en waardoor sociale veranderingen en politieke hervormingen kunnen slagen. In elk geval is dit het geval in Oost-Europa, maar ik geloof dat dit ook tot een aanzienlijk niveau geldt voor andere landen welke wij omschrijven als het Westen. Liberalisme wordt niet alleen gezien als synoniem met vrijheid, maar ook als het lot van de moderne wereld, de fundamentele bindende kracht achter de beschaving, en de enige politieke taal waardoor we elkander kunnen begrijpen. Toen Oost-Europeanen zichzelf van de Sovjet hegemonie bevrijdden, was het eerste dat hen verteld werd, en velen vertelden dit tegen zichzelf, dat ze een liberaal patroon moesten gaan volgen. Wat dit ‘liberaal patroon’ inhield, moest nog duidelijk worden. Maar waar geen twijfel rond bestond, was dat een openlijke afwijzing van dit patroon, zelfs slechts mondeling, of het opzettelijk vervangen van het woord ‘liberaal’ door ‘niet-liberaal’, onaangename gevolgen zou teweeg kunnen brengen bij internationale instellingen en in de internationale publieke opinie.

Liberalisme is natuurlijk een los en nogal obscuur concept dat verschillende ideeën verzamelt, die niet altijd met elkaar te verenigen zijn in de verschillende historische contexten. Het gaat van radicaal vrije markt kapitalisme tot de welvaartstaat, over Ludwig von Mises, naar John Rawls, richting Reagonomics en verder door via de Europese Unie. Wisselen tussen een enge en een brede definitie van liberalisme, en terug, is, zeker in de polemiek, een algemene praktijk geworden bij politici, politieke commentatoren en het gros van de mensen. Daarom is een coherente en exhaustieve definitie van ‘liberalisme’ zeer moeilijk. Dit is echter geen excuus voor de zoektocht naar zo’n definitie op te geven. Coherente en exhaustieve definities van socialisme of conservatisme zijn niet minder moeilijk, maar dit heeft critici nooit weerhouden bezwaren tegen deze twee te opperen.

Laat me dus mijn eigen formulering geven. Een liberaal is iemand die een afgeslankte kijk op de mens, gemeenschap, moraliteit, religie, geschiedenis en filosofie heeft, vanuit de overtuiging dat dit de veiligste wijze is voor menselijke coöperatie tot stand te brengen. Hij ontkent niet dat rijkere principes en normen mogelijk zijn, maar hij gelooft dat deze principes enkel valide zijn binnen bepaalde groepen en gemeenschappen. Daarom weigert hij aan deze principes en normen enige universele waarde te hangen en protesteert wanneer iemand zijn overtuiging, hoe juist deze ook mag zijn, probeert op te leggen aan de volledige sociale entiteit. Liberalen hebben wellicht afwijkende meningen over economische vrijheden en de rol van de overheid, maar ze staan verenigd in hun overtuiging dat een afgeslankte kijk op vlak van antropologische, morele en metafysische assumpties de eerste voorwaarde is voor vrijheid en vrede. Wie deze assumpties wil verrijken brengt ideologisch conflict teweeg en ondermijnt daardoor de basis voor vredelievende samenwerking, wat de deur opent naar discriminatie.
Kan iemand vandaag de dag een niet-liberaal of zelfs anti-liberaal wereldbeeld hebben zonder, in het beste geval, bespot of, in het slechtste, tot gevaarlijk aanhanger van autoritarisme uitgeroepen te worden? Is de afgeslankte kijk door elementaire assumpties werkelijk de enige wijze waarop liberale doelen bereikt kunnen worden? Ikzelf geloof dat de identificatie van liberalisme met vrijheid, zo karakteristiek voor deze moderne tijden, grotendeels uit het luchtledige getrokken is. Liberalisme is een van de vele systemen wiens doel het is een soort ordening van de wereld te krijgen. Of deze ordening goed of verkieselijk boven anderen is, of zelfs in welke mate deze een echte verhoging van onze vrijheid betekent, blijven open vragen, en geen definitief antwoord lijkt zich aan te melden.

In wat volgt zal ik vijf argumenten geven tegen liberalisme, waarbij enkelen tegen de theorie op zich zullen zijn terwijl de anderen zich op de assumpties richten.

Eerste Argument

De eerste en meest acute reden voor mijn lauwe houding tegenover liberalisme is haar gematigde positie tegenover het volledige menselijk bestaan. Of in simpele woorden: liberalisme is niet interessant. Plato, Aristoteles, Dante, Shakespeare en Tolstoj waren geen liberalen. Men kan geen uitmuntende schrijver bedenken die uitsluitend als liberaal gezien kan worden. Wat zo fascinerend is aan de mens en de wereld, in haar verhouding tegenover God, de natuur en elkander, is allemaal geformuleerd geweest buiten het liberaal wereldbeeld. De meest intrigerende denkers welke we tot de liberale traditie rekenen in de meest brede zin van het woord – Kant, Ortega y Gasset of Tocqueville – worden allemaal pas interessant van zodra ze het orthodoxe liberalisme overstijgen.

Een kleine denkoefening zal dit duidelijk maken. Stel een man voor die uitsluitend de filosofie van Aristoteles, Hegel, fenomenologie of Thomisme geleerd heeft. Zo’n man kan beticht worden een eenzijdige kijk op de wereld te hebben, maar hij zou zeker en vast, gezien andere voorwaarden duidelijk vervuld zijn, een zekere wijsheid, in de meest elementaire zin, verworven hebben. Laat ons nu iemand inbeelden die uitsluitend de filosofie van het liberalisme geleerd heeft. Zo’n man zal nooit wijsheid kunnen behalen aangezien de werken welke hij bestudeert de meest belangrijke problemen waar de mens sinds haar bestaan mee worstelt uitsluit. De liberaal negeert deze problemen omdat hij ze als irrelevant of, voor redenen die ik verderop zal bespreken, gevaarlijk beschouwt. Mijn ervaring met liberalen is dat wanneer ik deze vragen in hun bijzijn opper, twee reacties mogelijk zijn: ofwel een weerzin van deze onderwerpen te behandelen als meer dan van secundaire aard, of irritatie welke het gevolg is van zijn overtuiging dat hij dit probleem lang geleden al eens bekeken heeft binnen zijn systeem en geen reden kan bedenken het terug op te graven.

Het gebrek aan gewichtigheid welke men voelt bij het lezen van liberale werken is een logisch gevolg van de liberale afgeslankte assumpties, waarvan men geen diep inzicht kan winnen. Het is niet dat de boom van literaire kunst altijd groener is dan de boom van politieke theorie, of dat er geen belangrijk poëet of schrijver bestaat welke een bepaalde theorie verdedigde. De wortel van het probleem ligt in het programma van consequent reductionisme welke de liberale geest sluit voor zaken welke mensen altijd ervoeren als fundamenteel aan het menselijk bestaan. Men kan niet aan het dilemma ontsnappen: Of men maakt rijkere assumpties, en dan stapt men vanzelf van strikt liberalisme af, of men blijft bij de oorspronkelijke afslanking, en dan vervalt men in steriliteit.

Tweede Argument

Wat tot nu toe besproken is kan gecounterd worden met het volgende argument. Liberalisme raakt geen fundamentele metafysische of antropologische – of anders gezegd, menselijke – problemen daar het een veel bescheidener doel heeft. Liberalisme heeft als doel een raamwerk op te stellen waarbinnen mensen kunnen functioneren als handelende, denkende, creatieve wezens. Liberalen willen een model van publieke orde uitbouwen, breed genoeg om maximale vrijheid te garanderen voor iedereen, inclusief aanhangers van Aristoteles, Hegel of het Thomisme, alsmede haar vijanden – met andere woorden, alle strekkingen, ongeacht de verschillende prioriteiten of mate van diepgang die ze aan problemen hechten.

Dit is een bekend argument, maar ik voel er maar weinig voor. Wat we in dit antwoord vinden legt nog een laag van liberale problemen bloot en verklaart waarom het zo moeilijk is met liberalen te praten. Zo komen we tot mijn tweede argument. Liberalen plaatsen zichzelf altijd in een hogere positie dan hun gesprekspartners, en van die positie krijgen ze de onweerstaanbare drang te domineren. Wat ze doorgaans zeggen gaat een beetje als volgt: We zijn niet geïnteresseerd in over een bepaald onderwerp te beslissen; alles wat we willen doen is een systeem uitbouwen waarin men zelf een beslissing kan maken. Hier zijn twee nogal dubieuze conclusies uit te trekken. Ten eerste, ze nemen altijd de rol van maatschappelijk architect op zich, zonder iemand toestemming hiervoor te vragen. Zodoende willen ze altijd domineren door tegelijk de rol van hoeder van het systeem, alsook die van rechter voor de regels binnen het systeem, op te nemen. Ten tweede, ze beweren ‘neutraal’ te staan tegenover concrete oplossingen en beslissingen binnen het systeem, maar zo’n ‘neutraliteit’ is onmogelijk vol te houden; men kan niet de organisator van alles zijn en tegelijk weerhouden van concrete zaken op te leggen in specifieke gevallen.

Op zijn minst sinds de tijd van John Locke, hebben liberalen – terwijl ze beweren dat ze enkel interesse hebben voor de vrijheid van de individuen en niet de context van hun keuzen – categorisch geoordeeld over hoe de overheid eruit zou moeten zien, hoe geregeerd zou moeten worden, hoe het sociaal leven georganiseerd zou moeten zijn, hoe families zouden moeten zijn, hoe onze geest zou moeten werken en hoe we in relatie tot God zouden moeten staan. Ze hadden doorslaggevende antwoorden – vanuit de overtuiging dat ze slechts de principes volgden welke aan de basis van hun raamwerk liggen – over welke instituties inferieur en superieur zijn, hoe kinderen onderwezen moeten worden en wat de doelen van scholen en universiteiten moeten zijn, wat de beste structuur is voor kerken en families en wat aanvaardbare relaties tussen partners, ouders en kinderen, leraars en leerlingen inhouden. De antwoorden “Weet ik niet” of “een beslissing is niet mogelijk binnen deze context” hoort men niet vaak uit de mond van een liberaal komen. In het systeem van vrijheid welke zij geconstrueerd hebben is alles voorspelbaar bekend en gereguleerd.

Deze openlijk verklaarde focus op “procedurele”- in plaats van “substantiële” onderwerpen is een van de grootste en meest doeltreffende liberale mystificaties, om nog niet te spreken van wichelarij. Er zijn geen niet-substantiële onderwerpen. En eens een radicale verandering gemaakt is, zei het in een schoolsysteem, familieleven, universiteit of kerk, maakt het geen zier uit of deze verandering van procedurele dan wel substantiële aard was. Liberalen hebben abortus gelegaliseerd, zijn bezig homoseksuele huwelijken te legaliseren, zijn geneigd euthanasie te legaliseren; ze hebben de familie veranderd of tenminste veranderingen erin ondersteund en hetzelfde voor religie, onderwijs en zeden. Geen van deze veranderingen waren, strikt beschouwd, van “substantiële” aard; ze waren allemaal gebaseerd op legale en formele argumenten. Maar in de praktijk waren de gevolgen op het sociaal en moraal leven diepgaand. Niet alleen is liberalisme niet bescheiden, haar ambitie om overal het doorslaggevend antwoord op te hebben is niet te stoppen: het is het resultaat van zelfbedrog. De socialisten, conservatieven en monarchisten zijn ook ambitieus, maar ze weten maar al te goed hoe ver ze willen doordringen, en tenminste een deel zijn zich er terdege van bewust dat de realiteit niet altijd meezit maar men soms naar die realiteit zal moeten luisteren. De liberalen leven echter in een wereld van zelfbedrog wat betreft hun mildheid en bescheidenheid, in de heilige overtuiging dat zelfs de meest brutale tussenkomst nog altijd niet de morele en sociale wereld zal raken.

Van het liberale raamwerk wordt wel eens gezegd dat ze zich beperkt tot de algemene structuur van de samenleving, terwijl ze ruimte laat voor niet-liberale gemeenschappen onder de voorwaarde dat deze aan de algemene liberale principes gehoorzamen. Eens aangenomen – en alle liberalen nemen dit aan – dat individuen de maatschappelijke basiselementen zijn, verliezen gemeenschappen – en hier dan nog vooral de niet-liberale – alle privileges welke uit ervaring, gebruik, traditie of menselijke natuur kunnen vloeien. Er is geen doorslaggevend argument dat een liberaal onbeweeglijk trouw aan de algemene principes van het geheel kan zijn en tegelijk tolerant aan die van specifieke groepen of gemeenschappen. Alle gemeenschappen worden gezien als aggregaten van individuen en het zijn de individuen, niet de gemeenschappen, welke liberale bescherming nodig hebben.

Bijgevolg, niet-liberale sociale structuren en tradities – voor zover ze nog bestaan – zijn hooguit “voorlopig” getolereerd, en staan bovendien onder constante en minutieuze supervisie. Wanneer de periode van tolerantie voorbij is, wanneer “voorlopig” voorbij is, wordt deze niet-liberale sociale structuur onmiddellijk het mikpunt. Het meest wederkerend voorbeeld is de liberalen hun relatie jegens de Katholieke Kerk, welke ofwel formeel toegelaten wordt in de naam van het vrijheidsprincipe dat niet-liberalen het recht hebben op niet-liberale gemeenschappen, ofwel formeel aangevallen in de naam van diezelfde vrijheid waar de Katholieke Kerk als niet-liberaal instituut van beticht wordt te ontbreken. Maar zoals iedereen met een ernstige interesse in religie weet, de sleutel tot het begrijpen van de kerk ligt niet in procedurele vraagstukken, maar in substantiële stellingen over de menselijke natuur, metafyisica etc. Verschillende kerken kunnen wellicht al dan niet liberaal zijn, het feit blijft dat ze niet ‘per definitie’ betere kerken zijn als dat het geval ook is; het maakt hen niet beter aangepast aan de essentiële noden van de menselijke natuur en ze zijn niet beter aangewezen voor metafysische problemen te beantwoorden. Het bestaan van de Katholieke Kerk erkennen – ongeacht of het een niet-liberale structuur is – als een onherleidbare uitdrukking van de menselijke ervaring, een ervaring waar men van kan leren en verbeteren, is onmogelijk voor liberalen. Dit zou betekenen dat ze hun liberale principes moeten verraden. Van anderen leren is iets wat liberalen nooit zullen doen.

Derde Argument


Men kan moeilijk de morele grondslag achter het liberale denken ontkennen: om mensen te bevrijden van ketens omdat ketens vernederend zijn. De primaire reden waarom iemand liberaal wordt is om een situatie te creëren waarin mensen, dixit Kant, “bevrijd zijn van overheersing” (in het artikel stond “tutelage” - nvdr.) en soeverein kunnen worden. Maar hoe zou de wereld eruit zien wanneer men in deze gezegende toestand terecht komt? Op deze vraag antwoorden liberalen dat het de wereld is die overeenkomt met de liberale orde. Met andere woorden, liberalen, - en dit is mijn derde argument – verwarren twee soorten van aspiraties tot vrijheid, of beter, twee beweringen.

De eerste bewering is dat mensen volwassen wezens zijn en hun vrije handelingen niet beperkt moeten worden door een arbitraire wil. De tweede bewering is dat wat vrije mensen in feite willen een liberale orde is welke het beste past bij hun nood aan vrijheid. Deze twee beweringen zijn niet noodzakelijk identiek, maar liberalen twijfelen niet aan hun equivalentie. In het eerste geval moeten we geloven dat de gemeenschap er beter van wordt als we allemaal rekenen op de volwassenheid van de mens aangezien dit betekent dat ieder individu het best gebruik maakt van zijn mogelijkheden. In het tweede geval moeten we geloven dat er een enkel systeem is welke de maximale vrijheid voor iedereen garandeert en dat zij die vrijheid willen daarom dit systeem moeten aanhangen. Door deze twee beweringen nemen liberalen aan dat iedereen die vrijheid wil vanzelfsprekend liberalisme wil en vice versa. Door deze assumptie meten liberalen de vooruitgang van de vrijheid met als maatstaf de aanvaarding van hun systeem.

Liberalen verenigen dus – in hun geest alsook hun geweten – twee neigingen welke in essentie onverenigbaar zijn: aanvaarding van de spontane ontwikkeling van de sociale realiteit en een verlangen naar deze realiteit radicaal te hervormen naar vooronderstelde principes. Gezien deze twee zaken niet gedifferentieerd zijn in hun geest, geloven liberalen dat niet alleen de toekomst van vrijheid afhangt van de mate waarin mensen het systeem – dat zij als optimaal beschouwen – accepteren, maar ook dat de implementatie van zulk een systeem in feite gelijk staat aan de voldoening van de diepste verlangens van soevereine individuen.

Ik geloof dat dit een anders onverklaarbare paradox uitlegt: Het moderne liberale discours is geen taal van vrijheid, maar een van noodzaak. Moderniteit, zo wordt ons verteld, maakt het nodig het liberaal systeem te omarmen en alles wat niet liberaal is te verwerpen. En wie hier anders over denkt moet op het stofblik van de geschiedenis geveegd worden. Nergens is dit imperatief zo flagrant als in Oost-Europa. Bijna meteen na de val van het oude communistisch regime – wier ideologen ook in de onvermijdelijke wetten van de geschiedenis geloofden – werden de volkeren van Oost-Europa verteld dat, om vrij te worden, ze in een enkel politiek model moeten geloven. Er zou geen plaats zijn voor experimenten, voor vallen en opstaan, zelfs niet voor lessen trekken uit de eigen historische ervaringen of tradities. Scholen, universiteiten, media, families – ze moesten allemaal liberaal worden. En dit betekende nog niet eens creatief gebruik maken van iemands vrijheid, intelligentie of ervaring, maar een specifieke blauwdruk volgen welke vandaag verplicht moet zijn en morgen alleen nog meer.

Vierde Argument

Veel liberalen, vooral in de meest recente decennia, zonder ooit over superioriteit of pluralisme te hebben gesproken, predikten in feite een dualistische wereldvisie: aan de ene kant, pluralisme, aan de ander, wat ze als de antithesis beschouwen, monisme. Deze dichotomie beschrijft volgens hen niet alleen de moderne wereld, maar de volledige geschiedenis van de mens, verleden, heden en toekomst. Voor liberalen heeft de bewering dat er altijd slechts twee antagonisten zijn geweest – pluralisme en monisme –de status van dogma bereikt, vanzelfsprekender dan de Tien Geboden. Monisten zijn ayatollahs, Hitlers, christelijke fundamentalisten, integralisten, islamieten, conservatieven etcetera. Tertium non datur. Wie niet tot het kamp van de pluralisten behoort, dat van de liberalen, zal zichzelf uiteindelijk in het kamp van hun vijanden terugvinden.

Laat ons een zeer bekend maar zeer slecht essay van Isaiah Berlin nemen, “Twee concepten van vrijheid,” waarin pluralisme als “negatieve vrijheid” wordt gezien en monisme als “positieve vrijheid.” In deze essay argumenteert Berlin dat zij die de notie verdedigen van positieve vrijheid in feite politiek autoritarisme goedkeuren, misschien zelfs totalitarisme. Als, bijvoorbeeld, iemand volhoudt dat de menselijke ziel bestaat uit twee delen – hoger en lager, rationeel en niet-rationeel – en dat het hogere het lagere moet domineren, dan zal deze, bedoeld of onbedoeld, de deur openen naar een systeem waarin een groep die in de naam van het hogere deel het recht opeist haar wil bij het lagere op te dringen. Zoals wel duidelijk moet zijn, Berlin gebruikt hier een argument met hakken en stoten, wellicht het meest gebruikte argument in deze context, welke bepaalt dat monistische filosofieën uiteindelijk zullen leiden tot desastreuze politieke gevolgen door discriminatie, dominantie en andere schuldige praktijken te bestraffen.

Het enige probleem met dit argument is dat tot de groep “monisten” de grootste en belangrijkste filosofen behoren, denken we maar aan Socrates, Plato, Aristoteles, Hegel en Hisserl. Het duale perspectief van de pluralisten leidt tot het in diskrediet brengen van filosofische waarde op zich en verrassend genoeg is dit gedaan in de naam van “vrijheid” en “pluralisme.” Immers, eens dit dualistisch perspectief aanvaard wordt als zijnde legitiem, moet het intellectuele degradatie inhouden zoals we hebben ervaren onder het marxisme, waar de gehele menselijke gedachte ingedeeld werd in twee stromingen: materialisme (wat goed was) en idealisme (wat slecht was). Het heeft geen zin het “slechte” deel te bestuderen – zij het monisme dan wel idealisme – tenzij men ermee de bekende kritiek ertegen ondertekent, anders zal men het “slechte” deel verdedigen door aan te duiden dat het een paar elementen van het “goede” (pluralisme en materialisme) omvat. Het “slechte” bestuderen voor redenen die niets met dichotomie te maken hebben houdt geen steek.

Dit verklaart ook de neiging van liberalen om snel oordeel te vellen, positief dan wel negatief, over zowat alles in het verleden, het heden en de toekomst. Deze neiging ontspringt van het veelgebruikte en simpele criterium welke in essentie politiek van aard is. Liberalen analyseren niet of een theorie goed of slecht is, moreel of niet, maar of ze politiek veilig is – met andere woorden, niet te monistisch en daarom niet te autoritair. En omdat in het licht van dit kromme argument niets (afgezien van liberalisme zelf) veilig is, en omdat alles op dit argument gegooid kan worden, zijn liberalen morele strebertjes, die onophoudelijk waarschuwen, op de vingers tikken, veroordelen, prijzen of betreuren.

Vijfde Argument


Geobsedeerd door het verborgen potentieel van discriminatie en slavernij in de donkere hoekjes van elke sociale praktijk, filosofie of morele norm, vallen liberalen ten prooi aan een retoriek van emancipatie en zijn ze hulpeloos wanneer geconfronteerd met moderne ideologische mystificaties, welke vaker wel dan niet het resultaat zijn van slechte bedoelingen en overduidelijk foutieve aannamen. Gedurende de laatste eeuw zijn veel ideologieën opgestaan welke als doel verklaarden de oneerlijke discriminatie tegen te gaan. Er is vrijwel geen enkele minderheid vandaag die, deze ideologieën ondersteunend, geen overtuigend voorbeeld kan geven waarin ze slachtoffer was van een sinistere vorm van discriminatie.

Wie vandaag wel en niet liberaal is kan echter moeilijk gezegd worden, gezien emancipatorische retoriek zo omnipresent is tegenwoordig. De echte liberalen – voor wie de notie van vrijheid toch zo heilig is – zijn zeer genereus in nieuwe groepen op te nemen in de constant uitdijende cirkel van vrijheidsstrijders. Maar hun vrijgevigheid wordt niet altijd beloond. Radicale groepen, zoals homoseksuele activisten of feministen, hebben geen diepgaande sympathie met liberalisme, maar ze gebruiken het als instrument voor hun eigen doeleinden. In feite zijn het egalitairen, en het idee van gelijkheid, niet vrijheid, is hun hoofdzaak. Het probleem is dat liberalen deze groepen niet kunnen tegengaan gezien ze verlamd zijn door de retoriek van bevrijding en door hun eigen overtuiging – welke ik nogal potsierlijk vind – dat door “nee” te zeggen tegen deze groepen ze hun liberale credo verwerpen.

Het verlangen om alles en iedereen op te nemen kan soms leiden tot een maatschappelijke visie welke oneindig groot is – een utopie der utopieën, zoals Robert Nozick het noemde – welke vergeleken kan worden met een winkelcentrum waar alle bedenkbare producten verkrijgbaar zijn, en waar mensen niet geforceerd worden enkel datgene te kopen wat op dit moment mode is of aangeraden wordt door een of ander autoritaire mogendheid. In een winkelcentrum is er geen ethische hiërarchie welke mensen vertelt wat ze al dan niet mogen produceren en consumeren. Een gemeenschap naar het winkelcentrummodel heeft voorraden voor hedonisten en spiritualisten, voor joden en moslims, voor ongeletterde plezierzoekers en geraffineerde intellectuelen; er is pornografie en er is de Bijbel, Plato, Stalin, communisme en laissez-faire. Je wordt nooit het recht ontzegd iets speciaal voor jou te vinden. Moslims worden niet gedwongen tot het christelijk geloof, homoseksuelen moeten niet met iemand van het ander geslacht trouwen, monniken hebben geen afleiding in hun zoektocht naar het absolute en woekeraars worden niet voortdurend herinnerd aan de Bergrede. De diversiteit geproduceerd door deze structuur elimineert alle nood aan de smakeloze logica van politieke afwisseling.

Er zijn twee problemen met deze visie. De eerste betreft het concept. Zulk een systeem is in feite egalitair, niet liberaal: een wereld zonder discriminatie is een van perfecte gelijkwaardigheid. Het is een illusie te geloven dat de egalitaire logica van het geheel niet zal beïnvloeden wat de mensen binnen de verschillende gemeenschappen denken. Het gehele systeem zal ofwel spontane aanvaarding van de assumptie dat ethische credo essentieel gelijk zijn moeten teweegbrengen, ofwel een absolute autoriteit welke de regel van gelijkwaardigheid forceert op alle groepen. In beide gevallen kunnen we spreken van een soort multiculturalisme, wat – zoals sommigen denken – op zich een goede zaak is, maar het maakt een einde aan de droom van een echte culturele diversiteit. Multiculturalisme is altijd ofwel een sterk gereguleerd systeem ofwel een homogeniserende ideologie welke verbergt dat ze homogeniseert door voortdurend andere ‘minderheidsculturen’ tot de mode uit te roepen – homoseksuelen, Afrikanen, feministen – waarna de aanhangers meedoen in het spel en dit meedoen tot een criterium van “openheid” of pluralisme uitroepen.

Het tweede probleem is praktisch. Het effect van een toenemend aantal individuele of groepsgebonden eisen en de ondersteunende tolerantie van deze eisen door liberalen, leidt tot sociale en politieke chaos. Liberalen lijken op verkeersspecialisten welke verkeersregels zoeken zodat een steeds toenemend aantal auto’s efficiënt kunnen rijden zonder te botsen, terwijl tezelfdertijd de autofabrikant een steeds toenemend aantal auto’s wil verkopen. Dit is geen haalbare opdracht. De regels worden steeds meer inclusief, maar het prijskaartje is dat ze steeds meer afstand nemen van de realiteit. Het resultaat is een verlies van een gevoel voor proportie.

Ooit werd “geweld” geassocieerd met het martelen van mensen, vandaag is dat al het straffen van een kind. Vrije meningsuiting betekende ooit het gevecht voor de publicaties van Solzhenitsyn, vandaag is de maatstaf pornografie. Liberalen lijken te geloven dat de regels welke vrijheid verzekeren dusdanig inclusief moeten zijn dat ze zowel het verbod op martelen als op straffen van kinderen, het publiceren van Solzhenitsyn als het publiceren van pornografie incorporeren. Voor hen bestaat er geen twijfel over dat het morele principe in deze gevallen steeds dezelfde is. Maar sinds het gevecht tegen martelen en voor Solzhenitsyn al enige tijd gewonnen is, en naar alle waarschijnlijkheid niet terug zal keren, heeft men het zwaartepunt verschoven naar kinderen straffen en pornografie. Meeste bekende incidenten vandaag hebben een gelijkaardig element van absurditeit.

Klassieke liberalen zoals John Stuart Mill geloofden dat vrijheid doen toenemen door excentrieke praktijken aan te moedigen leidt tot een explosie van menselijke creativiteit. Liberalen vandaag zijn minder geïnteresseerd in creativiteit. Ze zijn langs de ene kant pedante doctrinairen die nooit genoeg krijgen van nog complexere en meer dubieuze ideologieën uit te werken ter bevordering van inclusie, en langs de andere kant zijn ze ideologische commissarissen welke opmerkelijke vaardigheden beheersen in het tot zwijgen brengen van hun tegenstanders. Want wie niet met hen akkoord gaat heeft het potentieel van een nieuwe Adolf Hitler.

RYSZARD LEGUTKO is lid van het cabinet van de president van Polen. Hij is een voormalig senator en minister van onderwijs van Polen en heeft in het verleden politieke filosofie aan de Jagiellonische Universiteit van Krakow onderwezen. Deze essay is overgenomen van een toespraak welke op het jaarlijks congres van de Vanenburg Sociëteit in Gumpoldskirchen, Oostenrijk gegeven werd, in juli 2007.

COPYRIGHT 2008 Intercollegiate Studies Institute Inc.
Geen onderdeel van dit artikel mag overgenomen worden zonder de expliciete geschreven toestemming van de copyrighthouder.
Copyright 2008 Gale, Cengage Learning. All rights reserved.

Dit essay is vertaald door de Nationalistische Vormingscel (NVC), onderdeel van de Nationalistische Studentenvereniging (NSV!). De vertaling van het oorspronkelijk Engels naar het Nederlands gebeurde met de schriftelijke toestemming van het ISI. Het essay verscheen voor het eerst in ISI’s tijdschrift ‘The Intercollegiate Review’ onder de titel “What’s wrong with liberalism?” De vertaling verscheen voor het eerst op de blog nationalisme.info. Geen onderdeel van deze vertaling mag overgenomen worden zonder toestemming van het ISI en de expliciete vermelding van “NVC, nationalisme.info” als vertaler.
Geplaatst door Metamilitant in Conservatisme, Degeneratie & Moderniteit, Filosofie, Geschiedbeschouwing, Ideologie, Toespraken, Vertalingen op 14:51 | Reactie (1) | Trackbacks (0)

Trackbacks
Trackback URI voor deze bijdrage

Geen Trackbacks

Reacties
Geeft reacties weer als (Lineair | Samengevoegd)

Onze media, die in een liberaal systeem zijn groot geworden, zitten ook vol van doctrine. Zo probeert men nieuwe regels te bepalen die maatschappelijk aanvaardbaar en politiek correct zijn.
Dit fenomeen is natuurlijk bekend.

Dit is een grote schending van het liberalisme.
Dat is volgens mij één van de grootste argumenten tegen het liberalisme.

De radicale principes ervan worden altijd veranderd wanneer persoonlijke belangen er toe doen. Wanneer ze dus rechter spelen, spelen hun principes alvast geen rol meer.
#1 svhw op 10-10-2008 21:53 (Beantwoorden)

Reactie toevoegen

Enclosing asterisks marks text as bold (*word*), underscore are made via _word_.
Standard emoticons like :-) and ;-) are converted to images.

Om het posten door robots tegen te gaan, gelieve de letters die je in het plaatje ziet over te typen. Je commentaar wordt enkel gepost wanneer de letters overeen komen. Je browser dient cookies te ondersteunen (standaard staat dit aan), of je commentaar kan niet geverifieerd worden.
CAPTCHA

 
 

theme Joshua Tree by David Cummins
NSV! Branding

Zoeken

Archief

Februari 2012
Januari 2012
December 2011
Recentelijk...
Ouder...

Categorie

  • Aankondigingen (27)
  • Analyse & Commentaar (1)
  • Azië (8)
  • Boekbespreking (16)
  • Branding (5)
  • Buitenland (36)
  • Buitenlandse pers (4)
  • Christendom (6)
  • Citaten (38)
  • Communisme & Marxisme (6)
  • Conservatisme (17)
  • Cultuur (40)
  • Degeneratie & Moderniteit (54)
  • Democratie (18)
  • Derde Weg (14)
  • Ecologisme (7)
  • Economie (46)
  • Elitisme (18)
  • Ethiek (8)
  • Europa (31)
  • Feminisme (8)
  • Filmbespreking (2)
  • Filosofie (23)
  • Flamingantisme (5)
  • Geopolitiek (22)
  • Geschiedbeschouwing (6)
  • Geschiedenis Internationaal (21)
  • Geschiedenis Vlaanderen (18)
  • Globalisering (13)
  • Hellenisme (3)
  • Humor (3)
  • Ideologie (71)
  • Immigratie (7)
  • Interbellum (2)
  • Islam (10)
  • Klassieke Oudheid (5)
  • Kunst (10)
  • Latijns- & Zuid-Amerika (3)
  • Letterkunde (4)
  • Levensbeschouwing (14)
  • Lustrum (2)
  • Media (43)
  • Monarchie (2)
  • Multicultuur (8)
  • Muziek (6)
  • Nationaal-Revolutionair (11)
  • Nationalisme (55)
  • Nederlanden (13)
  • Nieuw Rechts (4)
  • Nihilisme (3)
  • NSV! (24)
  • NVC-Reeksen (25)
  • Onafhankelijkheid (14)
  • Onderwijs (2)
  • Ontgroeningswerken (8)
  • Opiniestukken (39)
  • Podcasts (3)
  • Politiek (22)
  • Portret (21)
  • Proza & Poëzie (4)
  • Religie (12)
  • Rusland (2)
  • Segregatie (6)
  • Solidarisme (11)
  • Studentikoziteit (3)
  • Taal (10)
  • Toespraken (11)
  • Traditionalisme (14)
  • Uit den Ouden Doosch (5)
  • Uittreksels (35)
  • Verslagen (5)
  • Vertalingen (26)
  • Vlaamse Beweging (43)
  • Vraaggesprekken (5)
  • Vrije Meningsuiting (3)
  • VSA (19)
  • Wetenschap (1)
  • Zelfverbetering (19)
  • Zuid-Afrika (4)
  • Zusterwebsteks (15)

Alle categorieën

Abonneren

XML RSS 0.91 feed
XML RSS 1.0 feed
XML RSS 2.0 feed
ATOM/XML ATOM 1.0 feed
XML RSS 2.0 Reacties
I collect with vodpod
Gelieve naar de voorpagina te gaan voor de speler.
Gelieve naar de voorpagina te gaan voor de speler.
Zentropa Zentropa Asia Novopress Vlaanderen Groupe Sparte Klauwaert Corrupt Vijfhonderd Mijl Euro-Synergies ISI Junge Freiheit Bitter Lemon New-Right Australia/New Zealand Delta Stichting Cercle de la Rose Noire Manliness Voxnr