Als nationalisten zetten wij ons af tegen de ondergang van onze samenleving, maar wat maakt ons dat dan? Wij zijn niet progressief, zoveel weten we, wij hollen niet zomaar achter de toekomst aan. Maar we zijn toch ook niet als fossielen blijven steken in het verleden? Edmund Burke (1) gaf hier een mogelijke verklaring toen hij de samenleving beschreef als een partnerschap tussen doden, levenden en ongeborenen. Verleden, heden en toekomst tegelijk dus. Zo komen we tot de logische vraag, wat is tijd voor ons? Het antwoord ligt in de geschiedbeschouwing. Er bestaan hier twee grote stromingen binnen, die in dit deel (helder doch schandalig summier) besproken zullen worden. Daarna zal ik verderbouwen op mijn persoonlijke visie hieromtrent, maar het staat iedereen vrij er anders over te denken natuurlijk
Nu men een heropleving van het Groot-Nederlands gedachtegoed bij de grote massa lijkt vast te kunnen stellen is dit boek meer dan ooit actueel. Om deze reden volgt hier een boekverslag van Quaestor Annabel Horemans.
Braindrain of kennisvlucht is de negatieve zijde van brainexchange of kennisuitwisseling, braingain of kenniswinst is de positieve pool. Beide facetten interageren met elkaar en kunnen niet apart worden beschouwd. Kennisuitwisseling manifesteert zich zowel fysiek – wetenschappers, opgeleid personeel,… - als niet-fysiek. Het fenomeen van de kennisuitwisseling – en de voor- en nadelen die er mee samenhangen – is uiterst complex en beperkt zich niet louter tot de fysieke stroom van opgeleide personen over de grenzen heen. De internationale globalisering, het vrij verkeer van personen binnen de EU, academische uitwisselingsprogramma’s, de erkenning van diploma’s, de migratiestroom van Zuid naar Noord, het internationaal terrorisme, internet, economische spionage, de regels inzake eigendomsrecht op kennis, belastingsdruk, de investeringen in onderwijs, job- en carrièrevooruitzichten,…: al deze factoren spelen een rol in het globale diagram van de kennisuitwisseling. De wereld is op dit vlak een communicerend vat geworden met eigen wetmatigheden waartegen lokale initiatieven doelloos lijken. In de EU met zijn open grenzen is het quasi onmogelijk de kennisuitwisselingsproblematiek per lidstaat te analyseren noch lokaal remedies te vinden tegen de negatieve uitwassen. Het gebrek aan wetenschappelijk onderzoek en statistieken hieromtrent maken een analyse er niet gemakkelijker op . Het NIS bijvoorbeeld blijkt niet over statistieken en cijfers inzake kennisuitwisseling te beschikken.
“Er kan geen samenleving bestaan zonder [een] ervaring van lidmaatschap. Want juist die maakt het voor mij mogelijk dat ik de belangen en behoeften van vreemdelingen als mijn eigen zorg beschouw. [...] Het geeft me een maatstaf om onderscheid te maken tussen hen die recht hebben op de voordelen van de opoffering die mijn lidmaatschap van mij verlangt en indringers.”
Vooreerst wijs ik u op het belang van de titel die deze tekst draagt. Ik ga in dit artikel het liberaal economisch systeem an sich niet verdedigen, wel ga ik u ervan bewust maken dat een liberale ordening van de (internationale) economie kan leiden tot het ontstaan van leefbare onafhankelijke staten met dezelfde omvang als Vlaanderen.
Na Kurt Ulfsson levert Pieter Huys in een bijdrage voor deze artikelenreeks zijn visie op de moderne maatschappij. Pieter Huys, verantwoordelijke uitgever van het conservatieve tijdschrift Nucleus en onlangs door Humo benoemd tot aanvoerder van de vijfde colonne van het Vaticaan, gaat in op de moderniteit en de religie. Huys geeft vanuit zijn religieuze achtergrond kritiek weer op de moderne maatschappij en tijdsgeest waarin wij leven.