De Vlaamse strijd lijkt, op enkele groepen als Meervoud en Gravensteen na, volledig ingepalmd door ‘rechts’. In dit opiniestuk richt ik mijn aandacht tot het waarom, en wat dit voor de toekomst van de Vlaamse strijd inhoudt.
De partijen Vlaams Belang en N-VA zwaaien de partijpolitieke plak en zijn zo de publieke vaandeldragers van de Vlaams-nationale strijd. De Belgische moraalridders stigmatiseren maar al te graag deze partijen als fascistisch en meer van dat schoons.
Toch is de Vlaamse strijd een sociale, tegen de bourgeoisie. Men had historisch gezien ‘linkse’ flaminganten als Roossens of daarvoor nog Huysmans. De spontane opflakkering van flamingantisme bij ‘Leuven Vlaams’, deels gerecupereerd door mei’68-progressieven, is hier ook een goed voorbeeld van. Daarbij is het vooral de arbeiders- en middenklasse die ‘Vlaams-rechts’ (we laten de links/rechts polemiek vanaf dit punt gemakkelijkheidhalve achterwege) stemt. Nochtans het traditioneel kiespubliek voor links...
Jan Frans Willems, de vader van de Vlaamse Beweging, en Jan Frans Willems, verzamelaar van Vlaamse volksliederen. Waarom hield deze grote voorman in de strijd voor de Vlaamse ontvoogding zich bezig met volksliederen?
Omdat het volkslied, ondanks het feit dat het nog bestaat, een zekere dood tegemoet gaat. Iedereen die dit leest moet voor zichzelf maar eens nagaan hoeveel volksliederen hij of zij nog kent. En hoeveel worden er nog gezongen? Door het volkslied te laten vallen gaat een hele brok kultuur verloren. En wat krijgen we in de plaats? Een hit die nog slechts een levensduur kent van 14 dagen i.p.v. een lied dat eeuwen oud werd.
Nu weet u echter nog steeds niet welk verband er bestaat tussen het eenvoudige volkslied en de Vlaamse strijd. Het antwoord kent u, wanneer de rest niet ongelezen blijft.