“Eerst zult ge de sirenen ontmoeten, die eenieder betoveren, die geraakt in hun buurt. Voor de man, die komt in hun nabijheid, is de thuiskomst verkeken, als hij niet op zijn hoede is, maar naar hun stem luistert. Hij zal noch zijn vrouw noch zijn kinderen terugzien, die zich al verheugden op zijn komst. Met de betovering van hun lied, dat zij zingen waar zij zitten op een hooggelegen weide, die met het verblekend gebeente van hun slachtoffers bezaaid is, brengen zij de onvoorzichtige in hun ban. Zeil dus snel voorbij die gevaarlijke plaats, en opdat niemand uwer mannen hun vervoerend gezang zal kunnen horen, moet ge hun oren met bijenwas verzegelen, na die eerst gesmolten te hebben. Doch mocht ge zelf hun toverlied willen horen, laat u dan aan handen en voeten vastbinden aan de grote mast. Vrij kunt ge dan genieten van de dubbelzang der Sirenen. Maar zeg het uw mannen tevoren, dat ze nòg vaster nu binden naar mate gij dringender smeekt om ontbonden te worden.” (Circe aan Odysseus) (1)