Voor velen lijkt liberalisme de beste, zo niet de enige manier waarop politieke leiders en sociale groepen kunnen samenwerken, en waardoor sociale veranderingen en politieke hervormingen kunnen slagen. In elk geval is dit het geval in Oost-Europa, maar ik geloof dat dit ook tot een aanzienlijk niveau geldt voor andere landen welke wij omschrijven als het Westen. Liberalisme wordt niet alleen gezien als synoniem met vrijheid, maar ook als het lot van de moderne wereld, de fundamentele bindende kracht achter de beschaving, en de enige politieke taal waardoor we elkander kunnen begrijpen. Toen Oost-Europeanen zichzelf van de Sovjet hegemonie bevrijdden, was het eerste dat hen verteld werd, en velen vertelden dit tegen zichzelf, dat ze een liberaal patroon moesten gaan volgen. Wat dit ‘liberaal patroon’ inhield, moest nog duidelijk worden. Maar waar geen twijfel rond bestond, was dat een openlijke afwijzing van dit patroon, zelfs slechts mondeling, of het opzettelijk vervangen van het woord ‘liberaal’ door ‘niet-liberaal’, onaangename gevolgen zou teweeg kunnen brengen bij internationale instellingen en in de internationale publieke opinie.
Liberalisme is natuurlijk een los en nogal obscuur concept dat verschillende ideeën verzamelt, die niet altijd met elkaar te verenigen zijn in de verschillende historische contexten. Het gaat van radicaal vrije markt kapitalisme tot de welvaartstaat, over Ludwig von Mises, naar John Rawls, richting Reagonomics en verder door via de Europese Unie. Wisselen tussen een enge en een brede definitie van liberalisme, en terug, is, zeker in de polemiek, een algemene praktijk geworden bij politici, politieke commentatoren en het gros van de mensen. Daarom is een coherente en exhaustieve definitie van ‘liberalisme’ zeer moeilijk. Dit is echter geen excuus voor de zoektocht naar zo’n definitie op te geven. Coherente en exhaustieve definities van socialisme of conservatisme zijn niet minder moeilijk, maar dit heeft critici nooit weerhouden bezwaren tegen deze twee te opperen.
Laat me dus mijn eigen formulering geven. Een liberaal is iemand die een afgeslankte kijk op de mens, gemeenschap, moraliteit, religie, geschiedenis en filosofie heeft, vanuit de overtuiging dat dit de veiligste wijze is voor menselijke coöperatie tot stand te brengen. Hij ontkent niet dat rijkere principes en normen mogelijk zijn, maar hij gelooft dat deze principes enkel valide zijn binnen bepaalde groepen en gemeenschappen. Daarom weigert hij aan deze principes en normen enige universele waarde te hangen en protesteert wanneer iemand zijn overtuiging, hoe juist deze ook mag zijn, probeert op te leggen aan de volledige sociale entiteit. Liberalen hebben wellicht afwijkende meningen over economische vrijheden en de rol van de overheid, maar ze staan verenigd in hun overtuiging dat een afgeslankte kijk op vlak van antropologische, morele en metafysische assumpties de eerste voorwaarde is voor vrijheid en vrede. Wie deze assumpties wil verrijken brengt ideologisch conflict teweeg en ondermijnt daardoor de basis voor vredelievende samenwerking, wat de deur opent naar discriminatie.