De eerste plaats waar georganiseerde eigendomsrechten een fundamentele hoeksteen van de maatschappij werd, is bij de Germaanse stammen in de derde eeuw na Christus. Op een moment dat Rome voor de eerste keer “experimenteert†met gecodificeerde wettelijke bronnen die voor eens en voor altijd het bezit van, de rechten op en de handel in eigendommen moeten regelen, floreert de Germaanse economie, en kennen de stammenkoninkrijken in Hessen, Thuringen, Sachsen en Jutland grote welvaart. Terwijl Rome intussen nog verder sukkelt met praktische vraagstukken ter zake – en moeilijk gehoor vindt bij de Romeinse handelaren en boeren – worden de Germaanse volkeren beheerst door een algemeen aanvaard en afdwingbaar gewoonterecht. Ze hebben er zelfs een rune voor. ‘Odal’ of ‘Opalan’, de rune van bezit, eigendom, erfenis, waarde en eigenheid.
De Germanen hadden geen geschreven wetteksten. Ze hadden zelfs geen werkelijk “schriftâ€. Maar ze hadden ondanks hun gebrek aan ‘codices’, wel wet en recht. Zij het ongeschreven. De Germaanse volkeren aan de overkant van de Rijn hadden lang voor Justinianus zou komen aandraven met zijn exhaustieve wetbronnen, een “allodiaal†recht en een “assesâ€-recht. Dit laatste was het recht van het oudste kind om de “grondeigendommen†van de ouders te erven, met voorrang op de andere kinderen. Let wel, het betreft hier het oudste kind, en niet de oudste zoon. Na de kerstening werden dochters verboden te erven, hetgeen weldegelijk mogelijk was binnen het Germaanse gewoonterecht. Sterker nog, in het Germaanse gewoonterecht waren er strikte regels met betrekking tot de bescherming van vrouwen bij huiselijk geweld. Tacitus, de Romeinse geschiedschrijver, heeft heel wat verslagen geschreven over zijn reizen over de Rijn en beschrijft nauwkeurig hoe het Germaanse eigendomsrecht in elkaar steekt. Zowel man als vrouw kunnen erven en eigendommen bezitten. Bij het huwelijk kunnen de “statische†goederen (wat de partners bezaten voor het huwelijk) onder eigendom van de individuele partner blijven, of er kan bedongen worden voor de stamkoning, zodat de goederen in gemeenschap zullen worden beheerd. Een zeer logische en spontane regelgeving, die door de kerstening sterk werd teruggedrongen.