In 1980 luidde de moord op John Lennon het definitieve einde in van de pacifisctische en egalitaire illusies van de naoorlogse generatie.
De dood van Michael Jackson staat in lijn met de zwaarste crisis die een economisch systeem ooit heeft gekend, geïncarneerd tot het karikaturale toe. De grootste verkoper van straalschijven ooit heeft het voor elkaar gekregen zijn carrière te verdrinken in een oceaan van schulden, waar ook de Amerikaanse en mondiale economieën door verzwolgen zijn maar thans niet gesaneerd.
Michael Jackson heeft zijn leven doorgebracht in een imaginaire wereld waar Peter Pan is opgegaan, door kindercult en gemengde pedofilie, in de materialisatie van een nieuwe occidentale man die weigert groot te worden en zijn mannelijkheid te accepteren. Hij heeft volgehouden in het depigmenteren van zijn huid; heeft zijn befaamde neus afgesneden; zijn lichaam getransformeerd tot een bouwterrein, heilige priester van een religie van rassenvermenging die rassen ontkent maar overal racisten ziet.
Hij is de getalenteerde koning geworden van een rockmuziek onttrokken van haar gecontesteerde origines - de strijd van de zwarten voor gelijkheid, gevolgd door de parodie van de revolutie van de jaren '60, die aan de kinderen van de burgerij heeft toegestaan de laatste obstakels van de absolute heerschappij van de markt te vernietigen: familie, vaderland, patriarchaat, culturele en morele hiërarchie.
Ontdaan van haar 'archaïsmen', heeft het kapitaal van de verleiding haar volledige kracht kunnen laten gelden. Ze heeft zich uitgestrekt over de hele wereld, de plaatselijke culturen gebombardeerd door haar mediatieke B-52's; een opzichtige seksualiteit geconcretiseerd in de hand-tussen-de-benen van Michael Jackson, als kinderachtige markeerstift van de 'vrijheid', maar genoeg om een mondiale gedeculturaliseerde jeugd te verleiden. De fantastische monsters van Thriller verkondigden aan een westerse middenklasse, gefascineerd door het morbide spektakel, haar wrede sociale en historische klassenvervaging.
Elke woensdag van 20u-21u een nieuwe uitzending van Academisch Perspectief, het nieuw studentenprogramma op Radio Rapaille.
Academisch Perspectief is het gloednieuwe live praatprogramma op Radio Rapaille, voor en door studenten, met nu en dan een wel geleerde gast. Elke week bieden we een alternatieve kijk op de actualiteit. Onze opinies zijn gevormd vanuit een academisch verantwoord perspectief en we hopen zo onze luisteraars te sensibiliseren en op te roepen tot het bijdragen aan een nieuw maatschappelijk consensus.
Daarnaast regelmatig nieuws en verslagen vanuit de studentenwereld. Dit alles natuurlijk afgewisseld met (onder meer) die typische studentikoze muziek!
Burschen Heraus!
Albrecht Rodenbach, geboren te Roeselare in het jaar 1856, was de oudste van tien kinderen. Hij stamde uit een burgerfamilie. Na de lagere school volgt hij les aan het Klein Seminarie, waar zijn Vlaamsgezindheid groeide. Hugo Verriest had hierbij een grote invloed op hem. Deze had een grote invloed op zijn leerlingen, en dus ook op Rodenbach. Verriest zelf had les gehad van Guido Gezelle, die voor hem een groot voorbeeld was geweest. Hij wou zijn eigen leerlingen in de geest van Gezelle opleiden. Vrijheid, verantwoordelijkheid en christendom waren daarbij zeer belangrijk. Hij vulde dit aan met zijn eigen grootmenselijkheid, zijn breeddenkendheid en zijn politiek engagement. Hij was een flamingant en streefde voor het lesgeven in het Nederlands in het onderwijs in Vlaanderen.
Tijdens het schooljaar 1874-75 kwam het tot een conflict tussen leerlingen van Verriests Poësisklas en de Fransgezinde directeur. Deze leerlingen weigerden Franse liederen te zingen op het schoolfeest en zongen in de plaats daarvan een lied dat Rodenbach had geschreven: ‘Nu het lied der Vlaamse zonen’. Hierbij hoorde de strijdkreet "Vliegt de blauwvoet, storm op zee". Deze actie kreeg de naam "De grote stooringe" en was de start van de zogenaamde "Blauwvoeterie”. De tekst van dit lied had Rodenbach gebaseerd op een roman van Hendrik Conscience: de Kerels van Vlaanderen. Hierin is ook de reeds bovenvernoemde strijdkreet letterlijk te vinden. De Kerels van Vlaanderen gaat over de strijd tussen de zeelui (het woord ‘de kerels’ in de titel van het boek refereert naar deze zeelui) die zichzelf ook wel Blauwvoeten noemden, en de Isengrims. Hendrik Conscience, , had zich ook op een tekst gebaseerd, namelijk op de Histoire de Flandre van Joseph Kervyn de Lettenhove. Deze Histoire vertelt het waargebeurde verhaal van de strijd tussen de Veurnse families Blauvoet en Ingrekin tijdens de 12de eeuw.