In 1933 was het 400 jaar geleden dat Willem van Oranje werd geboren. Door veel Nederlanders werd (en wordt) Willem van Oranje gezien als de vader des vaderlands. Er werden daarom een nationale commissie ingesteld om een hulde te organiseren in Delft, de stad waar Willem van Oranje werd vermoord in 1584 en de Oranje's sindsdien worden begraven in de Nieuwe Kerk. In dit artikel wil ik ingaan op de relatie tussen de Vlaamse beweging en de Willem van Oranje hulde van 1933.
De aktivistische ballingen
Sinds de Eerste Wereldoorlog verbleven veel radicale Vlaamsgezinden in Nederland. Het aktivisme van de Raad van Vlaanderen en de vernederlandsing van de Universiteit van Gent werden na de oorlog door de Belgische regering genadeloos vervolgd. Vele Vlaamse academici moesten als gevolg van deze repressie uitwijken naar Nederland om vervolging en zelfs de doodstraf te ontlopen. De Vlaamsgezinden konden op veel sympathie rekenen onder de Nederlandse studenten. De activisten konden op een warm onthaal rekenen van de studentenafdelingen van het Algemeen Nederlands Verbond (ANV), die op 11 juli 1919 op initiatief van de afdeling Delft een heus Guldensporenfeest organiseerden in Den Haag om de Vlamingen een hart onder de riem te steken.
Het Nederlandse hoofdbestuur van het ANV kon zich in tegenstelling tot de Nederlandse studenten wat moeilijker een houding aannemen ten opzichte van de Vlaamse aktivisten en kwam daardoor in botsing met de studentenafdelingen, die zich onder leiding van de afdeling in Delft afscheurden van het ANV en zich op 1 juli 1922 organiseerden in het Diets Studenten Verbond (DSV). De Groot-Nederlandse studenten-congressen, die vanaf 1910 beurtelings in Nederland en Vlaanderen werden gehouden, werden dienovereenkomstig ook omgedoopt in Dietse Studentencongressen. Zo bleef er onderling veel contact tussen de Vlaamse en Nederlandse studenten. Omstreeks 1930 had het DSV in Nederland zo’n 1000 leden op een studentenpopulatie van 12.000 studenten. Het was geen massa-beweging, maar zeker wel een factor van belang in de academische wereld en daarbuiten.
De Vlaamse ballingen zaten zelf ook niet stil. Josué de Decker, voormalig lid van de Raad van Vlaanderen, stichtte op 13 mei 1922 samen met de priester Robrecht de Smet het Vlaams-nationalistische weekblad Vlaanderen. Dit weekblad moest in Nederland en Vlaanderen de geesten rijp maken voor een compromisloos anti-Belgisch Vlaams-nationalisme, waarbij Groot-Nederland als einddoel werd gesteld. Ditzelfde einddoel had ook Jan Derk Domela Nieuwenhuys van Nijegaard. Deze was predikant te Gent, maar moest in 1918 uitwijken vanwege zijn betrokkenheid bij het activisme, waarna hij zich vestigde in Beetsterszwaag in Friesland. Aldaar was zijn huis een zoete inval voor Vlaamse ballingen voor wie hij de Leeuwenvlag uithing als zij op bezoek kwamen.
De organisatie van het Hulde
In januari 1933 verscheen in verschillende nationale dagbladen in Nederland de oproep van de Wilhelmus van Nassouwe-commissie. In deze oproep werd de Hulde van Willem van Oranje aangekondigd naar aanleiding van het 400-jarig jubileum van zijn geboortejaar, wat werd begeleid door een Comité van aanbeveling. In het Comité van aanbeveling zaten verscheidene Nederlandse politici van naam, zoals minister van staat Hendrik Colijn, professor jonkheer B.C. de Savornin Lohman en leider van de Nationaal-socialistische beweging (NSB) ir. A.A. Mussert. Maar in dit comité zaten ook vele radicale Vlaams-nationalisten, zoals de voornoemde Josué de Decker, Robrecht de Smet, ds. Jan Derk Domela Nieuwenhuys van Nijegaard, dr. August Borms, dr. Raymund van Sante, dr. Antoon Jacob en, last but not least, kapelaan Cyriel Verschaeve.
De Wilhelmus van Nassouwe-commissie was uiteraard niet uit de lucht komen vallen. In de commissie waren de krachten verenigd van de drie organiserende verenigingen, te weten het Algemeen Nederlands Verbond, het Diets Studenten Verbond en het Nationaal Jongeren Verbond. De commissie kon overigens rekenen op brede steun onder de Nederlandse bevolking, waaronder de verscheidene verenigingen zoals de Algemeen Nederlandse Christelijke Ambtenaarsbond, het Genootschap van Leraren en de R.K. Middenstandsvereniging. Ondanks de onmiskenbare nationalistische en zelfs Groot-Nederlandse signatuur van de organiserende verenigingen waren publieke figuren van naam en maatschappelijke organisaties bereid om hun medewerking hieraan te verlenen.
Voor de gelegenheid had het Diets Studenten Verbond aan kapelaan Cyriel Verschaeve gevraagd een gedicht te schrijven in de vorm van een eed van trouw. Zie hier het resultaat:
Wij heffen hart en hand
Voor ‘t heil der Nederlanden
En zweren vast den eed:
Tot doodsbeproefde trouwe
Wilhelmus van Nassouwe
Met U te staan gereed
Begin april 1933 riep Staf De Clercq de Vlaams-nationalisten in Vlaanderen op naar de Willem van Oranje-hulde te Delft te gaan: “In deze tijden, nu bij de Vlaamsche Nationalisten de laatste opwerpingen overwonnen worden, om geheel onzen strijd onomwonden in het Groot-Nederlandsche teeken te stellen, diene het hooge voorbeeld van Willem van Oranje ons tot baken en tot lichtpunt!”
De Oranje-hulde in 1933
In februari en maart 1933 had het Diets Studenten Verbond in alle universiteitssteden van Nederland en Vlaanderen een Wilhelmus van Nassouwe-dag ingericht. Het programma bestond uit een lezing door aan de betreffende universiteit verbonden professor over de historische betekenis van Willem van Oranje en een toneelstuk over Willem van Oranje van de hand van de Vlaming Paul de Mont opgevoerd door het Nationaal Vlaams Toneel. In april 1933 vond het XVIIIde Diets Studentencongres plaats in Nijmegen, waarbij nog eens werd opgeroepen om aanwezig te zijn op de Willem van Oranje-hulde op 17 april te Delft.
Op de bewuste 17 april was het een drukte van belang in Delft. In totaal kwamen er meer dan 25.000 mensen af op de Willem van Oranje-hulde, waaronder 2000 Vlamingen en vertegenwoordigers van 60 Vlaamse verenigingen. Er werden extra treinen ingezet om de toeloop op te vangen. Het was een ware volkshulde die de grote markt in Delft vulde en de straten er om heen geheel verstopte. De hele dag was er geen autoverkeer mogelijk in Delft... Het marktplein werd gevuld met een zee van vlaggen van de meer dan 300 verenigingen, naast de nationale driekleur en uiteraard de Vlaamse leeuw. De toestromende menigten konden reeds van verre het carillonspel van de Nieuwe Kerk horen dat op die dag een speciaal concert gaf ter gelegenheid van de volkshulde.
De plechtigheid zelf werd ingezet door de massazang van het Wilhelmus, dat toen slechts pas sinds 1932 het officiële volkslied van Nederland was, waarna de sprekers het woord kregen. Na de lezingen van Generaal C.J. Snijders, de voormalige opperbevelhebber van de Nederlandse strijdkrachten, en de Katholieke publicist Anton van Duinkerken, was het de beurt aan de Vlaamse spreker dr. Antoon Jacob. Hij sprak over de gezamenlijke cultuur van Nederland en Vlaanderen en het ideaal van eenheid dat Willem van Oranje voorstond. De daarop volgende toespraak van de protestants-christelijke voorman prof. dr. F.C. Gerretson was een aanvulling op het betoog van Jacob, waardoor de plechtigheid een Groot-Nederlands karakter kreeg. Dit werd des te duidelijker toen Jan Derk Domela Nieuwenhuys van Nijegaard de eed van trouw, die was opgesteld door Cyriel Verschaeve, afnam op de grote markt. Tienduizenden zegden met opgeheven arm bij de woorden van de Vlaamse kapelaan na om trouw te zweren aan Willem van Oranje, waarna het défilé langs de gedenkschrift aan de muur van de Nieuwe Kerk trok met daarop de eed van trouw.
Conclusie
Tijdens het Interbellum kregen de Vlaams-nationalistische ballingen in Nederland een warm ontvangst in Groot-Nederlandse en academische kringen. Er was daarbinnen een grote betrokkenheid bij de Vlaamse strijd, die ook werd gezien als een Nederlandse strijd. Terwijl in België de activisten werden vervolgd door de staat kregen zij in Nederland de gelegenheid om op te treden naast hoogwaardigheidsbekleders op de nationale volkshulde voor Willem van Oranje in Delft.
In Nederland hadden verenigingen en mensen met aanzien geen enkel probleem met de Vlaams-nationalisten, integendeel zij waren van harte welkom om mee te doen. De organisatie van dit bij uitstek nationale evenement was overigens volledig in handen van Groot-Nederlandse nationalisten uit Vlaanderen en Nederland. Ook de volkshulde zelf was zo ingericht dat Groot-Nederlanders een belangrijke rol vervulden en het geheel een Groot-Nederlands karakter kreeg. Nu nog prijkt het gedicht van Cyriel Verschaeve aan de Nieuwe Kerk te Delft en maant zij de Vlaams-nationalisten van toen en nu aan te gedenken dat de Vlaamse strijd een Groot-Nederlandse strijd dient te zijn.
Ruud
Literatuur:
• dr W.D. Voorthuysen, “Trouw Dietsch, het Dietsch Studenten Verbond (1922-1941)”, Amsterdam 2005
• Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging, Uitgeverij Lannoo 1998
[Ruud is oud-Commilito van de NSV! en heeft toestemming aan de NVC verleend zijn artikels te publiceren. Hijzelf behoudt het verder kopieerrecht.]