Kampioen van de gelijkheid is Frank Vandenbroucke, minister van onderwijs. De titel van de beleidsnota van de minister van 2005 spreekt boekdelen: “vandaag kampioen in wiskunde, morgen in gelijke kansen”.Gelijke kansen om sociale gelijkheid te bekomen. Deze sociale gelijkheid wordt voorgesteld als een mooi ideaal: via deze wijze krijgen ook kinderen uit ‘kansarme’ milieus de kans hun talenten te ontwikkelen. Als dat geen nobel doel is? Toch bestaat er één fundamentele kritiek op sociale gelijkheid in het onderwijs: het betreft een nivellering naar onderen toe.
Onderwijzen is een enorm belangrijk aspect in de samenleving. Goed onderwijs is het fundament van een mooie toekomst voor de samenleving, slecht (of geen) onderwijs, de ondergang. In een samenleving bekleedt de ene persoon een andere functie dan de andere, naargelang zijn of haar kwaliteiten. Die diversiteit (of ongelijkheid) zorgt er voor dat ieder plaatsje in de samenleving opgevuld wordt. Tevens bestaat er enige gradatie in het soort functie dat men bekleedt. Zo zijn er zowel leidinggevende functies als opdracht uitvoerende functies. Het eerste soort functies is voorbehouden voor de primussen onder de mensen van een gemeenschap. Andere functies worden ingevuld door personen die in mindere mate de kwaliteiten hebben van de personen die een leidinggevende functie invullen.
In het ‘gelijke kansen’ beleid van Vandenbroucke schuilt een dubbel gevaar. Vooreerst creëert men een eenheidsworst waar allen onderwezen worden op hetzelfde niveau. Zoals reeds gezegd moeten in een samenleving vele verschillende plaatsjes opgevuld worden die elkaar aanvullen. Indien men eenheid in het onderwijs creëert zullen vele plaatsen niet meer opgevuld geraken. Een tweede gevolg van deze gelijkheid is dat er geen ‘minderen’ meer van elkaar bestaan (wat mooi klinkt), maar tevens dus ook geen ‘meerderen’ meer. Reële kapaciteitsverschillen tussen leerlingen tellen dan niet meer mee. In een ver doorgedreven vorm van gelijkheid staat iedereen op gelijke voet van elkaar, met als gevolg dat de leidinggevende functies in een samenleving niet meer ingevuld worden. Een samenleving heeft nood aan een divers (en ongelijk) onderwijslandschap waar ook de meer begaafde leerling onderdak in terugvindt. Via het “gelijke kansen”-onderwijs verliest de samenleving zijn voortrekkers die hoogst noodzakelijk zijn in de toekomst. Een samenleving zonder voortrekkers, leidinggevende figuren is een samenleving die stilstaat, een samenleving zonder vooruitgang die ter plaatse blijft trappelen.
Deze gevaren wilt minister Vandenbroucke blijkbaar niet inzien. De minister van onderwijs ziet slechts naar de ‘onderkant’ van de samenleving. Wat hij vergeet is dat er een bovenkant nodig is om de onderkant op een hoger niveau te krijgen. Zonder een ‘bovenkant’, zonder voortrekkers zakt een samenleving inéén, met als gevolg dat het gehele middelmatige niveau van de samenleving die op gelijke kansen en sociale gelijkheid berust wegzakt naar onderen toe. De kinderen afkomstig van kansarme milieus die op het eerste gezicht geholpen zouden worden door het “gelijke kansen”-beleid komen terecht in een samenleving van een zeer matig niveau waar ze inderdaad op gelijke voet staan met de andere kinderen die zich nu eveneens op dat lage niveau bevinden. Sociale gelijkheid of ook wel: een nivellering naar onderen toe.