Het boek The Size of Nations van Alesina en Spolaore (beide economen en hooglaren aan Amerikaanse Universiteiten, respectievelijk Harvard en Brown University) handelt zoals de titel van het boek reeds doet vermoeden over de ideale grootte van een land. Centraal in hun betoog staat de tegenstelling tussen schaalvoordelen en heterogeniteit. Zij zien een mogelijke afscheiding van een gemeenschap van de staat waartoe ze behoort als een afweging van die tegenstelling.
en heterogeniteit. Zij zien een mogelijke afscheiding van een gemeenschap van de staat waartoe ze behoort als een afweging van die tegenstelling.
Schaalvoordelen van publieke goederen
De kosten per capita van publieke goederen zijn lager in grotere landen, waar meer belastingbetalers beschikbaar zijn om deze publieke goederen te betalen. Bij publieke goederen denken we aan een monetair en financieel systeem, infrastructuren, communicatiesystemen, recht en orde, publieke bibliotheken, nationale parken, ambassades. Meestal houden de totale kosten van deze publieke goederen vaste kosten in. Een deel van de kosten van publieke goederen staat los van het aantal belastingbetalers die voor deze goederen betalen en deze gebruiken. Hieruit volgt dat de kost per persoon daalt indien het aantal belastingbetalers toeneemt. Daarnaast zou een groot land (in termen van populatie of nationaal product) zich beter kunnen verdedigen tegen buitenlandse bedreigingen door haar grotere militaire kracht, omdat defensie eveneens een publiek goed is. Ten derde zou de grootte van het land, de grootte van de economie beïnvloeden. De omvang van grotere economieën en grotere markten doet de productiviteit toenemen, grotere landen zouden rijker moeten zijn.
Groot is heterogeen
Het probleem bij meerdere belastingbetalers is dat er meer voorkeuren en meer verschillende visies aanwezig zijn. Sommige burgers kiezen ervoor meer belastingsgeld te investeren in veiligheid, andere burgers dan weer om dit in onderwijs te investeren. Over de manier waarop onderwijs geregeld moet worden, bestaan eveneens nog uiteenlopende meningen.
Het is dus niet zo dat enkel voordelen aan de grootte van een land verbonden zijn. Belangrijk is de gedachte dat in grotere landen meer verschillende voorkeuren, culturen en talen binnen de populatie aanwezig zijn. De heterogeniteit binnen een land neemt toe indien de grootte van het land toeneemt. Het probleem van heterogeniteit is dat behoren tot een land inhoudt dat men akkoord gaat met het uitgezette beleid. Met meer heterogeniteit zijn meer individuen of regio’s ontevreden over het gevoerde beleid van de centrale overheid.
Internationale context
Vandaag moet deze hele afweging geplaatst worden binnen de huidige internationale context. We hebben immers te maken met een globaliseringsproces en tevens een Europese integratie. Deze beide processen doen de voordelen van het behoren tot een grote staat afnemen. Alesina en Spolaore zien een reductie van de mogelijkheid tot internationale conflicten, met als gevolg dat het belang van defensie en militaire sterkte afnemen. Daarenboven ontstaan allerhande internationale organisaties en allianties die het belang te behoren tot een bestaand groot land afnemen. In een wereld waar de nood aan militaire kracht internationaal geminderd is en men zich kan beroepen op internationale organisaties die voorzien in de veiligheid van kleinere staten, wordt defensie minder belangrijk en kleinere landen veiliger.
Het tweede voordeel dat gegeven werd om te behoren tot een groot land was de economie. Maar dit voordeel is eveneens verdwenen. De grootte van de markt van een land hangt van het handelsbeleid af dat op basis van de internationale economie gevoerd wordt. In een wereld waar volledige autarkie heerst, zal de grootte van elke markt van eender welk land gedetermineerd worden door de grootte van die respectievelijke landen. In een wereld van een volledig open handel, waar alle landen de grenzen openzetten om handel te drijven, zullen politieke grenzen de grenzen van de markten niet bepalen. Hier heeft de politieke grootte van een land geen enkele relatie met de grootte van de markten. In deze wereld waar vrije handel aan aandeel wint, nemen de voordelen van landen met uitgestrekte grenzen af. Een land dat geïntegreerd is in de wereldeconomie, heeft de wereld als haar markt.
Om aan te tonen dat grote landen niet per sé welvarend zijn, wordt door Alesina en Spolaore naar de wereld in 2003 gekeken. De vijf grootste landen van de wereld zijn China, India, de Verenigde Staten, Indonesië en Brazilië. Onder hen is enkel de Verenigde Staten rijk. Daartegenover staat dat de meeste van de rijkste landen van de wereld klein zijn. Van de tien rijkste landen van de wereld, uitgedrukt in termen van BBP per capita, zijn er slechts vier die een populatie hebben dat boven één miljoen uitkomt. Dit zijn de Verenigde Staten (260 miljoen inwoners), Zwitserland (7 miljoen), Noorwegen (4 miljoen) en Singapore (3 miljoen). Grootte en welvaart gaan blijkbaar niet hand in hand. Of lands grootte van belang is voor welvaart hangt enkel af van de mate van economische openheid van dat land. Als het handelsregime meer openheid vertoont, is het voor relatief kleine landen meer levensvatbaar om afscheiding na te streven. De economische kosten van een klein land vallen weg wanneer economische integratie toeneemt, daarom zal de voorkeur voor afsplitsing vanuit bepaalde regio’s bij internationale openheid en economische integratie toenemen.
Secessie
Enrico Spolaore benadrukt in een interview met het financieel-economisch tijdschrift Trends in 2004 dat de kosten voor Vlaanderen laag zijn indien het zou afscheiden van België. Maar de coauteur van het boek The Size of Nations verwittigt meteen dat er tegenwerkende factoren in het spel zijn: “De Europese Unie en de bestaande landen zullen echter barrières opwerpen tegen dergelijke ontwikkelingen, precies omdat de kosten van secessie in een vrijhandelswereld dalen. Eenzijdige secessie is controversieel – niet om economische maar om politieke redenen. Toen Quebec dicht bij een secessie was, dreigden Canada en de VS ermee dat ze de regio het lidmaatschap van de Noord-Amerikaanse Vrijhandelsassociatie zouden afnemen.” De creatie van nieuwe natiestaten in de EU zal in de volgende 50 jaar een belangrijk onderwerp worden, gelooft Spolaore. “Ik betwijfel wel of de EU zoals de VS zal worden: een entiteit met vijftig staten. Frankrijk in tweeën splitsen is iets anders dan bijvoorbeeld Florida in tweeën splitsen om fiscale en economische redenen. Het opdelen van Florida in noord en zuid zou iets mechanisch zijn en bedreigt de Amerikaanse stabiliteit. Met Frankrijk ligt dat anders. Secessie zal geen algemene trend zijn, maar het mag niet verboden worden door een quasi religieus dictaat. Grenzen zijn profaan, ze kunnen hertekend worden. Met andere woorden: secessie is geen moord.” Aldus Spolaore in Trends.