Het is reeds 200 jaar geleden dat graaf Alexis de Tocqueville het levenslicht zag. Hij werd op 29 juli 1805 te Derneuil geboren. Reeds in het jaar 1831 werd hij als rechter te Versailles naar de Verenigde Staten gestuurd om daar de strafrechten te bestuderen. Hij vatte zijn taak echtere ruimer op en maakte een diepgaande studie van alle staatkundige inrichtingen in de Verenigde Staten. Het resultaat hiervan was een werk in vier delen, ‘La démocratie en Amérique’. Het verscheen in de jaren 1835-1840. Door dit werk verwierf Tocqueville zich grote bekendheid. De ideeën van deze Franse aristocraat uit de 19de eeuw leven nog steeds verder en zijn nog steeds toepasbaar op de hedendaagse samenleving.
Tijdens de woelige jaren van de Revolutie verloor de Tocqueville een groot deel van zijn familie. Maar hij werd geen reactionair. Hij erkende dat de democratie en modernisering van de samenleving, gebaseerd op de gedacht van sociale gelijkheid, onvermijdelijk was. Zijn verblijf in de Verenigde Staten was de ideale gelegenheid om te bestuderen hoe de democratie als staatsvorm in de praktijk functioneerde en welke invloed zij had op de mentaliteit van de bevolking.
Schaduwzijden van de democratie
Tocqueville merkte op dat het algemeen kiesrecht geenszins in Amerika al die weldaden en al die euvels heeft teweeggebracht, die men hiervan in Europa verwachtte en dat zijn uitwerkingen in het algemeen anders waren dan men veronderstelde. Het dragende principe van de moderne democratie is de sociale gelijkheid. Sociale gelijkheid zou volgens Tocqueville tot nivellering leiden, tot een tirannie van de meerderheid (zowel sociaal als politiek) en ook tot een vorm van individualisme.
De drang tot nivellering (voornamelijk in het onderwijs) komt voort uit het streven naar gelijkheid. Daar gelijkheid in een democratie een na te streven iets is, moeten alle afwijkingen van het gemiddelde weg gewerkt worden. Hierdoor zal het onderwijs slechts van middelmatig niveau zijn, uitschieters (voortrekkers van de samenleving) zijn niet meer te vinden.
Tirannie van de meerderheid kan worden opgesplitst in een sociaal en een politiek aspect. Sociaal gezien is het streefdoel van de democratie dat iedereen op elkaar gelijkt. Afwijkend gedrag (bijvoorbeeld anders denken dan de (politiek correcte?) meerderheid) wordt niet getolereerd, er heerst een stille psychologische druk. Politiek gezien is het in een democratie maar de vraag, of een meerderheid bereid is de belangen van een minderheid te behartigen. Tenslotte ontstaat een vorm van individualisme. Tijdens het Ancien Regime lagen je identiteit en toekomst van begin af aan vast. Dit is niet zo in een democratische samenleving. Doordat eenieder de kans heeft hogerop te geraken (dankzij de sociale gelijkheid), zal men enkel het eigen belang nastreven. Door zoveel met zichzelf bezig te zijn, wil men geen taken in het publieke domein opnemen, er is een tekort aan ‘esprit public’. Verantwoordelijkheid wordt opzij geschoven en de staat wordt een steeds groter wordende rol in het maatschappelijk leven toegekend. Dat kon resulteren in de nachtmerrie van de milde despotie: een grote en bemoeizuchtige staat die als een herder over een kudde van verstrooide schapen heerst en die kudde aan zich bindt door in de genoegens en pleziertjes van alle schapen te voorzien.
Remedie
De Franse filosoof schuift drie vormen van remedies naar voren als tegenkracht tegen de hierboven opgenoemde schaduwzijden van de democratie. Als eerste punt vernoemt Tocqueville religie: het belang van geloof en godsdienst is niet te onderschatten omdat die de mensen vanuit een besef van boventijdelijke waarheden in staat stelt boven zichzelf uit te stijgen, altruïstische gedrag te vertonen, en verantwoordelijkheid te nemen voor publieke zaken.
Vervolgens grijpt Tocqueville terug naar decentralisatie van taken en verantwoordelijkheden. Tocqueville staat voor het ideaal van een actieve samenleving en lage belastingen. Mensen moeten taken en verantwoordelijkheden op zich nemen maar dienen hiervoor voldoende (financiële) ruimte te hebben. Een sterke centrale overheid is noodzakelijk, om de orde te handhaven en het land tegen buitenlandse vijanden te verdedigen, maar deze overheid dient zich zo min mogelijk met het maatschappelijk reilen en zeilen te bemoeien en niet de bevolking allerlei zaken uit handen te nemen die ze zelf kan regelen. Hij hoopt op krachtige intermediaire structuren als buffer tussen staat en individu.
Ten slotte bepleit hij actieve betrokkenheid van de burgers bij de politiek. Verdere democratisering van de samenleving zou mensen ertoe kunnen bewegen om vanuit een welbegrepen eigenbelang zich betrokken te tonen bij de politiek besluitvorming. Ze gaan maatschappelijke problemen beschouwen als hun eigen problemen, die ze zelf moeten oplossen en aanpakken.
Alexis de Tocqueville, tweehonderd jaar later
Tocqueville waarschuwde het Europese continent in de eerste helft van de 19de eeuw reeds voor een te dominante staat, individualisme en het gevaar van de dictatuur van de (politiek correcte) meerderheid. Hij wilde het belang van de staat doen afnemen en de burger weer verantwoordelijkheid laten dragen. Tevens stond hij voor een somber mensbeeld. Het kwade is niet contingent maar een vast gegeven. Zijn ideeën maken duidelijk waartegen het conservatisme zich vandaag nog keert: het naïeve mensbeeld dat de afgelopen decennia aan het beleid ten grondslag heeft gelegen, de vrijheid die ontaardde in gemakzucht en vrijblijvendheid en tot een dodelijk relativisme ten opzichte van het meest waardevolle dat onze cultuur heeft voortgebracht, een civil society die zich volledig afhankelijk heeft gemaakt van een staat die via allerlei organisaties geld, macht en gezag creëerde en distribueerde, een staat die zich met van alles en nog wat bemoeit en daartoe zware belastingen heft en haar kerntaken verwaarloost, en een politiek systeem dat uitgesproken regentesk is en de kloof tussen burger en politiek niet alleen in stand houdt maar zelfs cultiveert, daarbij gesteund door de media die doortrokken zijn van progressieve eenzijdigheden en er daarmee voor zorgen dat aan een belangrijke basisvoorwaarde voor democratie in Vlaanderen niet wordt voldaan.
De geschriften van deze man zijn tweehonderd jaar na zijn geboorte nog steeds relevant voor ons en de moeite waard om ze weer te bestuderen. Ook wij kunnen nog lessen trekken uit de bevindingen die Tocqueville in de 19de eeuw gemaakt heeft.
B. Vermeulen Nationaal Scriptor 2005-'07
Beknopte bibliografie: - DE VALK, J.M.M., (1990) ‘Democratie: wezen en oorsprong, Alexis de Tocqueville’, Agora, Kampen: 317p.