Nationalistische Vormingscel

The Dynamic of ...

Nationalistische Vormingscel

Dinsdag, 28 augustus 2007

The Dynamic of Secession – Viva Ona Bartkus

Bartkus stelt zich in haar boek “The dynamic of secession” de vraag wanneer een bepaalde gemeenschap overgaat tot een mogelijke afscheiding van de staat waartoe ze verbonden is.
Naast vier noodzakelijke elementen die aanwezig moeten zijn voor een afscheidingscrisis (onderscheiden gemeenschap, leiders, territorium en ontevredenheid; zie hieronder) is de timing tot het overwegen van zo een afscheiding belangrijk.
De timing van het kiezen voor een mogelijke afscheiding hangt af van vier variabelen: (1) de opbrengsten van een verder gezet lidmaatschap in de breder bestaande politieke entiteit; (2) de kosten van zo een lidmaatschap; (3) de kosten van afscheiding en (4) de opbrengsten van afscheiding.

Vier noodzakelijke elementen


Vooraleer over de geschikte timing gesproken kan worden moeten de vier elementen aanwezig zijn die tot een afscheidingscrisis kunnen leiden.
De vier noodzakelijke elementen die afscheidingscrisis impliceren zijn zoals eerder opgesomd: ‘onderscheiden gemeenschap’, territorium, leiders, en ontevredenheid.
Ten eerste moeten de eisen gedefinieerd worden door een identificeerbare eenheid, of onderscheiden gemeenschap, dewelke kleiner is dan de staat.
Ten tweede moet de identificeerbare eenheid verbonden zijn aan een geografisch territorium, waarop een nieuwe onafhankelijke staat gesticht kan worden. Omdat de Afrikaanse Amerikanen over de hele VS verspreid leven bijvoorbeeld, kunnen hun eisen om raciale discriminatie te beëindigen niet vertaald worden naar afscheiding.
Ten derde is leiderschap van de beweging noodzakelijk om de noden van de gemeenschap te vertalen in de vraag naar afscheiding. Zonder leiderschap kan de dwang op een gemeenschap omslagen in sociale wanorde en geweld.
Het vierde element is de ontevredenheid met de lopende omstandigheden van de bestaande staat. Dit is noodzakelijk voor de identificeerbare eenheid om verandering te vragen.
Desondanks is het laatste elementen niet altijd noodzakelijk. Veelal is de onderscheiden gemeenschap bij elkaar gebonden door gemeenschappelijke claims of percepties van discriminatie, ontkenning, uitbuiting, of uitdrukking, in economische, politieke, culturele en linguïstische, of religieuze termen.

De vier variabelen

Wanneer deze elementen aanwezig zijn bestaat de kans dat een gemeenschap overgaat tot een afscheiding. Het overgaan tot deze overweging hangt af van vier variabelen hierboven vermeld. Deze worden nu nader toegelicht.

De vier variabelen zijn:

  1. kosten van een afscheiding
  2. kosten van een verder gezet lidmaatschap
  3. voordelen van een verder gezet lidmaatschap
  4. voordelen van een afscheiding

De mogelijkheid tot een afscheiding is een afweging van de vier variabelen. Wanneer de balans van kosten en voordelen van zowel lidmaatschap en afscheiding uit evenwicht is, kan men een afscheiding overwegen of net niet.

1. De kosten van een afscheiding zijn afhankelijk van het verzet van de staat en de internationale gemeenschap. Dit verzet kan zo groot zijn dat het een gemeenschap dwingt hun strijd voor onafhankelijkheid op te geven.

Het verzet van een staat tegen een dreigende afscheiding van een gemeenschap komt niet uit de lucht gevallen. De staat moet reageren op het protest van een gemeenschap die naar afscheiding streeft. Verlies van territorium wil immers zeggen dat dit leidt tot schade aan drie afzonderlijke belangen van de staat: veiligheid, rijkdom en prestige.
Echter kan de reactie van gemeenschappen op zo een oppositie van de staat verschillend zijn. Soms leidt die oppositie tot aanpassing van de gemeenschap aan het geheel (bijvoorbeeld de Nagas in India), bij anderen leidt dit enkel tot het opschorten van de strijd naar onafhankelijkheid (bijvoorbeeld de Koerden in Turkije, Iran en Irak).
Maar al bij al is het staatse verzet één van de meest effectieve barrières in de creatie van een soevereine staat door afscheiding.
De houding van de internationale gemeenschap heeft te maken met de niet te vermijden discussie over het inherent conflict tussen het principe van zelfbeschikking en dat van de territoriale integriteit.
Zowel afscheidende gemeenschappen als staten kunnen steun vinden in het internationale recht. Respectievelijk zijn dit de principes van zelfbeschikking en territoriale integriteit.

- Zelfbeschikking
Vele internationale documenten hebben dit principe ondersteund. Een onderzoek van de resoluties van de VN, de organisatie van Afrikaanse Eenheid en de Conferentie over Veiligheid en Coöperatie in Europa bevestigen de tegenwoordige relevantie van dit principe.
Maar de betekenis van zelfbeschikking blijft ambigu. Met haar roots in de laat 18de eeuwse notie van soevereiniteit, stelt de idee van zelfbeschikking voor dat de basis van de internationale legitimiteit afhankelijk moet zijn van de wensen van het volk en niet van hun heersende elites. De ambiguïteit ligt in de vraag welke groepen het recht op zelfbeschikking kunnen inroepen.
Higgins argumenteert dat het beperkt blijft tot het recht van de meerderheid om macht uit te oefenen in een international erkende politieke eenheid. Het sleutel aspect van zelfbeschikking is om verandering teweeg te brengen binnen grenzen, niet om de grenzen an sich te veranderen.

- Territoriale integriteit
Ook het principe van territoriale integriteit is terug te vinden in de VN artikels, bijvoorbeeld artikel 2(4) van het VN Charter dat zegt:

The Organization and its Members, in pursuit of the Purposes stated in Article 1, shall act in accordance with the following Principles: … (4) all members shall refrain in their international relations from the threat or use of force against the territorial integrity or political independence of any State.

Wat opvallend is, is dat beide tegengestelde principes in het zelfde document worden aangehaald. Dit in de VN Generale Vergadering Resolutie 1514 (The UN General Assembly Resolution 1514) Dit toont nog maar eens de ambivalentie van de internationale gemeenschap aan.

Conscious of the need for creation of conditions of stability and well-being and peaceful and friendly relations based on respect for the principle of equal rights and self-determination of all peoples, and of universal respect for and observance of, human rights and fundamental freedoms without distinction as torace, sex, language or religion

(6) any attempt aimed at the partial or total disruption of national unity and territorial integryti of a country is incompatible with the Purposes and Principles of the Charter of the United Nations;
(7) all States shall observe faithfully and strictly the provisions of the Charter of the United Nations, the Universal Declaration of Human Rights and the present Declaration on the basis of equality and non-interference in the internal affairs of all States, and respect the sovereign rights of all peoples and their territorial integrity.

Deel VIII van ‘the Final At of the 1975 Helsinki Conference on Security and Cooperation in Europe’:

The participating States will respect the equal rights of peoples and their right to self-determination, acting at all times in conformity with the purposes and principles of the Charter of the United Nations and with the relevant norms of international law, including those to territorial integrity of states.

De Afrikaanse staten hebben deze ambiguïteit niet gedeeld met de internationale gemeenschap. Zij hebben het mechanisme van het internationale recht systematisch gebruikt om territoriale integriteit te verheven tot een bijna absoluut principe.
Zo ook Organisation of African Unity (OAU). Zij ontkennen niet alleen het recht op zelfbeschikking voor historische Afrikaanse gemeenschappen die momenteel geen staat bezitten, maar de organisatie weigert zelfs een forum voor deze gemeenschappen.

De zeer beperkte toepassing van zelfbeschikkingsrecht en het verheven van de territoriale integriteit tot een bijna absoluut principe, impliceert oppositie tegen afscheidingsdrang.
Ernest Gellner illustreert dit met de volgende gegevens. Ongeveer 8000 verschillende talen worden in de wereld gesproken, toch is het aantal staten met separatistische bewegingen kleiner. De redenen hiervoor zijn verschillend: gemeenschappen kunnen rond andere gedeelde eigenschappen gericht zijn zoals religie, cultuur, ras, territorium. Maar eveneens spelen de voordelen van een  blijvend behoren tot een groter geheel en kosten die gepaard gaan met een eventuele scheiding mee. Zo ook de staatse oppositie en de internationale vijandigheid.

2. De kost van een lidmaatschap kan gaan over zaken als deportatie en geweld of zelfs bedreiging van het leven maar heeft ook politieke, economische en culturele kenmerken.

In westerse liberale samenlevingen is vooral de culturele bedreiging nog van belang.
Staten die culturele homogenisatie nastreven proberen een gemeenschap te dwingen tot assimilatie.
De gemeenschap heeft dan de keuze: het behouden van haar culturele, linguïstische of religieuze achtergrond en het verspelen van elke mogelijkheid om economische en sociale vooruitgang te boeken. Of haar culturele achtergrond opgeven en een kans maken op opwaartse mobiliteit.
Hiertegenover staan Mill en Sidgwick. Zij beweren dat het wenselijk is voor kleine gemeenschappen om zich te assimileren aan een dominante cultuur. Het is bijvoorbeeld voordeliger voor een Bretoen of een Bask in een hogere ontwikkelde cultuur terecht te komen, lid te worden van de Franse nationaliteit, dan in zijn eigen Bretoense of Baskische wereldje te blijven rond toeven.
Als voorbeeld van overblijfselen van zo een beleid in een liberale en democratische westerse samenleving argumenteert Lebesque na een studie van de Franse samenleving dat deze de Bretoense cultuur consistent stigmatiserend kenmerkt.

In andere zaken, voornamelijk in ontwikkelingslanden, is assimilatie-druk ook een consequentie van rivaliteit. Competitie voor zeldzame bronnen in een onderontwikkeld land is hevig. Hierbij hoort ook de competitie voor de controle over de politieke instituties die deze bronnen verdelen. Wanneer een bepaalde groep een dominante politieke positie verwerft, zal deze de eigen belangen promoten en verdedigen, wat leidt tot ongemak en laster bij andere gemeenschappen. In vele gevallen steunen mogelijkheden voor hoger onderwijs, werk en sociale voordelen op geïnstitutionaliseerde discriminatie op basis van taal, religie of ras.

In westerse samenlevingen is er een trend naar grotere tolerantie. Sommige staten zijn de voordelen van diversiteit beginnen inzien. Deze staten (voorbeelden hiervan zijn Canada en Zwitserland) hebben zelfs officiële bronnen toegewezen om diversiteit te behouden. Deze trends verkleinen de mogelijke kosten, hierboven beschreven, voor haar burgers.

3. De voordelen van een verder gezet lidmaatschap hebben te maken met de potentiële diensten die een staat levert aan de gemeenschap. Deze bestaan voornamelijk uit drie categorieën.

De veiligheidsvoordelen. De staat waartoe men behoort beschikt over de mogelijkheid haar burgers te beschermen tegen geweld én belangrijker agressie van buitenaf.
Maar ook op economisch vlak kan het lidmaatschap voordelen bieden. Er zijn schaalvoordelen: er bestaat toegang tot een grotere markt voor de producten, transportnetwerken en communicatienetwerken. Dit alles kan voordelen bieden aan voornamelijk armere regio’s.
Als derde categorie kunnen de sociale voordelen genoemd worden. Hierbij hoort bijvoorbeeld het erkennen van de culturele diversiteit en de nood van staten om verscheidenheid te beschermen en promoten. Gemeenschappen met een verschillende culturele achtergrond hebben meermaals regeringssubsidies gekregen voor sociale initiatieven.

4. Het voordeel van een afscheiding ligt in het geloof in de mogelijkheid en het recht om bestuurd te worden door de leden van de eigen gemeenschap: het medium van de soevereine macht. Wat samenhangt met het principe van zelfbeschikking.

Maar de voordelen kunnen dubbel zijn. Een scheiding kan voordelen opleveren voor zowel de elite van het volk als voor de gemeenschap.
De voordelen voor de elite zijn van toepassing wanneer men over post-koloniale staten spreekt. De controle over mensen en bronnen komen dan in handen van de elite.
Wat het volk betreft, komt weer het principe van nationale zelfbeschikking naar voren. Het volk kan dankzij zelfbeschikking de eigen politieke lijnen uitstippelen en het eigen politieke lot bepalen.
Zelfbeschikking kan vereniging of inlijving in een staat beduiden, maar evengoed een mate van autonomie binnen een staat of een grote mate van vrijheid in een federatie, gemenebest of unie of het kan complete onafhankelijkheid betekenen.

Walzer associeerd drie voordelen aan nationale zelfbeschikking in het algemeen en afscheiding afzonderlijk.

  1. naties kunnen hun eigen veiligheid het best zelf garanderen wanneer ze het medium tot soevereine macht bezitten (voorbeelden hiervan kunnen Armeniërs en Koerden zijn)
  2. dit schenkt de mogelijkheid om het politieke leven van de gemeenschap te organiseren naar de eigen waarden en cultuur
  3. wanneer de vraag naar de eerste twee opgesomde punten genegeerd wordt, kan dit de wereldvrede verstoren.

Rond het begrip zelfbeschikking bestaat toch nog steeds veel controversie. Een selectieve toepassing van het begrip zelfbeschikking zou ook andere gemeenschappen aanzetten tot onrealiseerbare doelen.
Benes zegt dat iedereen een eigen interpretatie aan het begrip geeft dat haar eigen politieke doelen dient.
Door de afwezigheid van leiders die de limieten vastleggen, accepteert de volkse opinie het principe als een absoluut recht. Als resultaat claimt elke groep die zich een natie noemt zelfbeschikking als een absoluut recht.

De dynamiek van de balans
Deze vier variabelen in beschouwing genomen hangt het moment dat een gemeenschap al dan niet overgaat tot een mogelijke afscheiding af van de balans van deze vier variabelen.
Wanneer deze balans uit evenwicht is, kan een gemeenschap al dan niet een afscheiding overwegen. Wanneer de kosten van een lidmaatschap en de voordelen van een afscheiding stijgen en de kosten van een afscheiding en voordelen van een lidmaatschap dalen, wordt de overweging om af te scheiden van het geheel meer opportuun geacht dan voorheen.
Cruciaal bij deze materie is wanneer nu de kosten en opbrengsten van lidmaatschap en afscheiding stijgen en dalen.
Het verschil kan bijvoorbeeld gemaakt worden doordat de voordelen van een afscheiding stijgen. Of de kosten van een lidmaatschap stijgen doordat de cultuur van een bepaalde gemeenschap meer en meer achtergesteld wordt ten opzichte van de rest van de burgers van de staat. Ook kan er een reductie van de kosten van een afscheiding plaatsvinden doordat het verzet van de staat tegen een eventuele afscheiding afneemt. Dit kan zijn wanneer buitenlandse machten de afscheidende beweging steunen.
Een daling van de voordelen van blijvend lidmaatschap kan eveneens plaatsvinden. Dit zien we bijvoorbeeld wanneer de economische en sociale voordelen afnemen die de staat de gemeenschap kan bieden of wanneer de veiligheid van de gemeenschap niet meer gegarandeerd kan worden.

Reductie van de voordelen van lidmaatschap: het internationale systeem

Dit laatste punt is iets waar de laatste decennia veel veranderingen optraden: de internationale impact op de dynamiek van secessie. Hier heb ik het over het ontwikkelen van een internationaal systeem.
Door het reduceren van de veiligheid en economische voordelen van lidmaatschap stijgt de levensvatbaarheid van onafhankelijkheid voor vele verschillende gemeenschappen.

Voor de talrijke afscheidende bewegingen in de ontwikkelde westerse gemeenschappen ligt de motivatie voor een afscheiding niet in de escalerende bedreiging voor geweld afkomstig van de staat maar voornamelijk in de reductie van de voordelen die de gemeenschap heeft te verwachten van de staat: normale veiligheid, economische en sociale voordelen.

Twee typen van situaties bestaan waarin een reductie van de voordelen leiden tot een beslissing om over te gaan tot afscheiding.
De onafhankelijkheid van Noorwegen van Zweden in 1905 illustreert dat het negeren van verplichtingen van een regering kan leiden tot afscheiding.
Het tweede gaat over de internationale impact op de dynamiek van secessie. Nu gaat het niet meer over ingrepen van buitenaf (zoals het geval was bij het dalen van de kosten van een afscheiding), maar over ontwikkelingen van het internationaal systeem.
Door het reduceren van veiligheids en economische voordelen van lidmaatschap stijgt de levensvatbaarheid van onafhankelijkheid voor vele verschillende gemeenschappen.

Voor een bepaalde gemeenschap kunnen de voordelen verkregen door te integreren in een bestaande staat verkleinen door systematische ontwikkelingen die de externe veiligheid en regeringscontrole over de binnenlandse markt verkleinen.
Verschillende gemeenschappen moeten onderscheiden worden naargelang het type staat waartoe ze behoren.
Voor de afscheidende beweging is het een voordeel dat ze tot een eerder relatief klein land behoort. Wanneer de staat waartoe ze behoort eerder klein is, zal de invloed van die staat op de binnenlandse handel eerder gering zijn. Wanneer de staat behoort tot een grotere entiteit zoals een vrije handelszone is dit eveneens een voordeel.
Hier ligt ook het verschil tussen bijvoorbeeld Bretoenen en Corsicanen enerzijds en Quebecanen en Catalanen anderzijds.
Een afscheiding van de staat waartoe men behoort zou voor de eerste twee een grote economische schade betekenen. Dit omdat Frankrijk de vitale nationale belangen kan beschermen t.o.v. haar handelspartners.
De laatste twee behoren tot Spanje en Canada, twee staten die hun handel maar gematigd kunnen beïnvloeden en behoren tot een grotere vrijhandelszone. Onder deze omstandigheden zullen ontevreden gemeenschappen zoals de Catalaanse en Quebecaanse sneller een afscheiding overwegen.

Veiligheids vereisten
Versterkt de na-oorlogse evolutie in veiligheidsafspraken de potentiële levensvatbaarheid van kleine afscheidende gemeenschappen in Noord-Amerika en West-Europa?
Er zijn twee extremen, zo zegt Barry Buzan. Aan de ene zijde ligt de ‘onrijpe anarchie’ wat betreft de internationale structuur. Dit is een situatie waarin staten elkaars soevereiniteit niet erkennen en alsook streven naar dominantie over elkaar. Aan de andere zijde ligt wat Buzan noemt de ‘rijpe anarchie’, waar internationale wetgeving het gedrag van staten regelt.
Onder condities van anarchie zijn de geconstitueerde staten bronnen van bedreiging voor elkaar.
Te wijten aan de groeiende vernietigingskracht van oorlog in het algemeen, zijn heersende elites begonnen met het instellen van conventies om conflicten te vermijden. Internationale instituties ontwikkelden zich om de competitieve anarchie te milderen. Zulke modererende mechanismen in internationale relaties zoals de machtsbalans, internationale wetgeving, diplomatie,… hebben hun oorsprong in de negentiende eeuwse Europese staatskunde.
De evolutie van het internationaal systeem is het meest zichtbaar in de meer stabiele relaties in West Europa en Noord Amerika in het post-Wereld Oorlog II tijdperk. Sommige elementen van de staatkunde die bijdragen tot deze evolutie zijn reeds wijd geaccepteerd, elementen als wederzijdse erkenning of soevereine gelijkheid. Andere zijn het principe van het respect van niet-interventie en onschendbaarheid van de grenzen. Misschien het meest belangrijke is dat het bedaren van disputen tussen landen niet meer op het gevechtsveld gebeurt maar verschoven is naar diplomatieke onderhandelingen.
De ervaringen van Wereld Oorlog I en II en de uitvinding van nucleaire wapens heeft de ontwikkeling naar een ‘rijpe anarchie’ ingezet.

Als resultaat van al deze ontwikkelingen hebben de grootte van het territorium van het land, de populatie en de economie ingeboet aan belang voor wat betreft de veiligheid van het land. Met behulp van de NAVO en andere allianties, kunnen ook kleinere staten hun burgers nu een bepaalde mate van veiligheid garanderen. Een mate van veiligheid waartoe ze voor de post-oorlog periode niet toe instaat waren.

Bovendien heeft het bij elkaar brengen van de verantwoordelijkheden op veiligheidsvlak binnen de Europese Unie heeft een internationaal systeem gecreëerd voor gemeenschappen als Catalonië en Quebec om een afscheiding te overwegen zonder hierdoor de veiligheid in gevaar te brengen.

Het is niet langer dat een kleinere, militair zwakkere afscheidende gemeenschap gedwongen wordt om aan te sluiten bij een meer machtige buur. In de late twintigste eeuw zullen de Catalanen, de Quebecanen, de Vlamingen of de Schotten geen bedreigingen ondervinden zoals ze die voor de post-oorlog periode ondervonden zouden hebben. Zij kunnen hun veiligheid garanderen door lidmaatschap in de NAVO en de Europese Unie en het vertrouwen in hun buren wat betreft hun respect voor de principes van soevereiniteit, non-interventie en onschendbaarheid van territoriale grenzen. Een onafhankelijk Schotland, Quebeq, Vlaanderen of Catalonië zou geboren worden in een internationale samenleving die staten van gelijke grote zoals Denemarken, Luxemburg en Nederland niet bedreigen.

Economische integratie
Handel, productie, financiële stromen, communicatie, transport, en de interessen van multinationals overstijgen nationale grenzen. De naoorlogse economische integratie heeft de mogelijkheid van de meeste staten om onafhankelijk de eigen binnenlandse markt te controleren gereduceerd, dit door het limiteren van de effectiviteit van fiscale en monetaire instrumenten. Deze ongeziene integratie heeft de economische soevereiniteit van de meeste staten aangetast.
Centrale regeringen speelden een integrale rol in het voorzien van een algemeen systeem van koers, belasting, wet, regulering, en administratie. Vele staten gebruikten hiervoor hun wetgevende en uitvoerende machten, niet enkel voor het reguleren van hun binnenlandse economieën, maar ook om haar eigen burgers te voorzien van een zekere mate van sociale welvaart.
In de post-oorlog periode hebben deregulatie van de hoofdmarkten en de groei van vrijhandel regio’s en supra-nationale organisaties de impact van de staten verzwakt.

  1. Ten eerste, deregulatie van binnenlandse markten. In termen van grensoverschrijdende financiële stromen zijn de investeringsmogelijkheden geglobaliseerd. Deze substantiële integratie beperkt de ruimte om te bewegen in termen van monetair beleid. Met uitzondering van enkele staten in het Westen die een sterke economie hebben of sleutel koersen zoals Duitsland, Japan en de Verenigde Staten kunnen de meeste staten geen autonoom monetair beleid verder zetten, toch zeker niet zonder ernstige financiële gevolgen. Het is dan zo dat het onmogelijk is voor vele ‘kleine’ staten om hun economieën te beschermen tegen financiële schokken.
  2. Ten tweede, heeft de snelle groei van de internationale handel deze economieën opengezet door het verder limiteren van de mogelijkheid om de eigen economische prioriteiten verder te zetten.
  3. Ten derde, de ontwikkelingen van zowel supranationale organisaties zoals de Europese Unie, als de ontwikkeling van vrijhandel zones zoals de European Free Trade Association (EFTA) en de North American Free Trade Association (NAFTA) hebben een weg ingeslagen waardoor ze de burgers van kleine landen kunnen voorzien van dezelfde economische voordelen die voorheen enkel genoten werden door burgers van grotere en meer welvarendere landen.
    Lidmaatschap van kleinere staten in zulke organisatie geeft hen bijvoorbeeld voordelen wat betreft de toegang tot grotere markten voor hun producten, toegang tot kapitale markten voor investeringen, een verdediging tegen financiële instabiliteit, en mogelijkheden voor geografische mobiliteit van hun professionele klassen.
    Een voorbeeld hiervan is Slovenië dat sinds haar afscheiding van Joegoslavië een grotere geloofwaardigheid buiten Joegoslavië verworven heeft. Voor Sloveense bedrijven is het nu gemakkelijker om te concurreren in de globale markt en om buitenlandse investeerders aan te trekken. Met de toetreding tot de EU kan de Sloveense industrie goederen en diensten produceren voor een meer uitgestrekte markt.

Deze drie afzonderlijke ontwikkelingen van financiële integratie, globale handel en supranationale organisaties en vrijhandel zones leiden niet meteen tot een aanmoediging om een afscheiding te bekomen. Desondanks is het wel zo dat kleine afgescheiden gemeenschappen binnen de context van deze evoluties een veel grotere overlevingskans hebben.
In de zaak van Catalonië zijn de voordelen om tot Spanje te behoren reeds klein. De positie van Spanje binnen de EU is eerder relatief zwak. Spanje heeft maar weinig invloed in de handel en andere onderhandelingen met zowel de EU als met andere partners zoals de VS en Japan. Wanneer Catalonië dan moest afscheiden van Spanje, zou het weinig verliezen in termen van invloed in de internationale economie.
Niettegenstaande, voorziet het EU besluitvormingsproces een onevenredige invloed voor kleinere staten. Binnen de huidige institutionele structuur, zou een onafhankelijk Catalonië recht hebben op haar eigen vertegenwoordigers in de Europese Commissie en de Raad van Ministers. Met als gevolg dat Catalonië haar eigen belangen binnen de EU beter zou kunnen verdedigen dan dit nu het moment is wanneer zij door Spanje vertegenwoordigd wordt

Dus hoe beïnvloeden deze complexe internationale factoren de dynamiek van afscheiding? Deze hebben een afscheiding meer mogelijk gemaakt door het reduceren van veiligheids- en economische voordelen van een blijvend lidmaatschap.
In West-Europa is veiligheid door een potentiële militaire interventie van een buur niet langer meer een noemenswaardige bezorgdheid, zoals deze enkele decennia geleden wel was. De verschijning van een globale economie met haar karakteristieke kenmerken van grensoverschrijdende handel en financiële golven hebben de effectiviteit van instrumenten van een economisch beleid uitgeoefend door vele regeringen sterk verzwakt.
Deze veranderingen hebben de overtuiging dat een onafhankelijke staat zowel een geloofwaardig als een wenselijk alternatief is versterkt bij enkele ontevreden gemeenschappen in West-Europa en verder.

Maar deze internationale politieke en economische ontwikkelingen hebben niet alle voordelen voor een kleinere gemeenschap doen uitdoven die behoren tot een Westers liberale democratie. Voor sommige kleine gemeenschappen zoals de Romansch in Zwitserland en de Friezen in Nederland voorziet de staat in omvangrijke financiële subsidies voor culturele, educationele en sociale programma’s. Dit is een deel van reden waarom zowel Zwitserland als Nederland geen rekening hoeven te houden met steeds wederkerende separatistische eisen.
De groeiende publieke steun echter voor separatisme sinds 1960 in Catalonië en Quebeq, en in Baskenland, Schotland, Wales en andere regio’s in Westerse samenlevingen moeten daarvoor niet bezien worden als een raar fenomeen. Het moet ook niet bekeken worden als een revolte tegen een regering die zich bezondigt aan cultureel repressieve maatregelen t.o.v. een bepaalde gemeenschap. Evenmin als een regering die steeds minder haar plichten tegemoetkomt waardoor een afscheiding sterker overwogen wordt.
Het is eerder een verschuiving in kost/voordeel balans weg in de richting van een verder
lidmaatschap binnen de bestaande staat. Integratie binnen een gevestigde staat is niet langer vereist als essentieel voor de verdediging van een gemeenschap haar veiligheid en economische belangen. Dit is in bijzonder het geval wanneer de gemeenschap tegenwoordig nog behoort tot een ‘kleine’ staat, of tot een veiligheidsalliantie en een grotere, effectieve economische associatie die de belangen van de gemeenschap vertegenwoordigt.

B. Vermeulen

Geplaatst door Branding in Boekbespreking, Economie, Europa, Geopolitiek, Ideologie, Onafhankelijkheid op 00:58 | Reacties (0) | Trackbacks (0)

Trackbacks
Trackback URI voor deze bijdrage

Geen Trackbacks

Reacties
Geeft reacties weer als (Lineair | Samengevoegd)

Geen reacties

Reactie toevoegen

Enclosing asterisks marks text as bold (*word*), underscore are made via _word_.
Standard emoticons like :-) and ;-) are converted to images.

Om het posten door robots tegen te gaan, gelieve de letters die je in het plaatje ziet over te typen. Je commentaar wordt enkel gepost wanneer de letters overeen komen. Je browser dient cookies te ondersteunen (standaard staat dit aan), of je commentaar kan niet geverifieerd worden.
CAPTCHA

 
Ingestuurde reacties zullen eerst worden gecontroleerd voor deze geplaatst worden.
 

theme Joshua Tree by David Cummins
NSV! Branding

Zoeken

Archief

September 2010
Augustus 2010
Juli 2010
Recentelijk...
Ouder...

Categorie

  • Aankondigingen (27)
  • Analyse & Commentaar (1)
  • Azië (8)
  • Boekbespreking (16)
  • Branding (5)
  • Buitenland (36)
  • Buitenlandse pers (4)
  • Christendom (6)
  • Citaten (38)
  • Communisme & Marxisme (6)
  • Conservatisme (17)
  • Cultuur (40)
  • Degeneratie & Moderniteit (54)
  • Democratie (18)
  • Derde Weg (14)
  • Ecologisme (7)
  • Economie (46)
  • Elitisme (18)
  • Ethiek (8)
  • Europa (31)
  • Feminisme (8)
  • Filmbespreking (2)
  • Filosofie (23)
  • Flamingantisme (5)
  • Geopolitiek (22)
  • Geschiedbeschouwing (6)
  • Geschiedenis Internationaal (21)
  • Geschiedenis Vlaanderen (18)
  • Globalisering (13)
  • Hellenisme (3)
  • Humor (3)
  • Ideologie (71)
  • Immigratie (7)
  • Interbellum (2)
  • Islam (10)
  • Klassieke Oudheid (5)
  • Kunst (10)
  • Latijns- & Zuid-Amerika (3)
  • Letterkunde (4)
  • Levensbeschouwing (14)
  • Lustrum (2)
  • Media (43)
  • Monarchie (2)
  • Multicultuur (8)
  • Muziek (6)
  • Nationaal-Revolutionair (11)
  • Nationalisme (55)
  • Nederlanden (13)
  • Nieuw Rechts (4)
  • Nihilisme (3)
  • NSV! (24)
  • NVC-Reeksen (25)
  • Onafhankelijkheid (14)
  • Onderwijs (2)
  • Ontgroeningswerken (8)
  • Opiniestukken (39)
  • Podcasts (3)
  • Politiek (22)
  • Portret (21)
  • Proza & Poëzie (4)
  • Religie (12)
  • Rusland (2)
  • Segregatie (6)
  • Solidarisme (11)
  • Studentikoziteit (3)
  • Taal (10)
  • Toespraken (11)
  • Traditionalisme (14)
  • Uit den Ouden Doosch (5)
  • Uittreksels (35)
  • Verslagen (5)
  • Vertalingen (26)
  • Vlaamse Beweging (43)
  • Vraaggesprekken (5)
  • Vrije Meningsuiting (3)
  • VSA (19)
  • Wetenschap (1)
  • Zelfverbetering (19)
  • Zuid-Afrika (4)
  • Zusterwebsteks (15)

Alle categorieën

Abonneren

XML RSS 0.91 feed
XML RSS 1.0 feed
XML RSS 2.0 feed
ATOM/XML ATOM 1.0 feed
XML RSS 2.0 Reacties
I collect with vodpod
Gelieve naar de voorpagina te gaan voor de speler.
Gelieve naar de voorpagina te gaan voor de speler.
Zentropa Zentropa Asia Novopress Vlaanderen Groupe Sparte Klauwaert Corrupt Vijfhonderd Mijl Euro-Synergies ISI Junge Freiheit Bitter Lemon New-Right Australia/New Zealand Delta Stichting Cercle de la Rose Noire Manliness Voxnr