Donderdag, 13 september 2007Religie en moderniteit: ChristendomNa Kurt Ulfsson levert Pieter Huys in een bijdrage voor deze artikelenreeks zijn visie op de moderne maatschappij. Pieter Huys, verantwoordelijke uitgever van het conservatieve tijdschrift Nucleus en onlangs door Humo benoemd tot aanvoerder van de vijfde colonne van het Vaticaan, gaat in op de moderniteit en de religie. Huys geeft vanuit zijn religieuze achtergrond kritiek weer op de moderne maatschappij en tijdsgeest waarin wij leven. De tijdsgeest is een moeilijk te bepalen begrip. Toch is het de uitdrukking van een realiteit die een tijd bepaalt. Zij drukt zich uit in wetenschap en cultuur en in haar essentie wordt zij door iedereen als een vanzelfsprekende gemeenplaats aanzien. Onze tijdsgeest cirkelt steeds meer rond een aantal vaste thema’s die iedereen kent. De verering van de democratie, eigenlijk een techniek voor bestuur, is als ideaal onomkoombaar geworden. Zij wordt zonder meer als dé absolute voorwaarde en dé remedie voor het oplossen van eender welk maatschappelijk probleem waar ook ter wereld aanzien. Dit hoewel de techniek erop neerkomt dat een verkozen meerderheid, dit is slechts de helft plus één, eigenlijk de absolute macht heeft. Dit belet evenmin dat de democratische bekeringsijver uitgroeide tot een vast zo niet essentieel bestanddeel van de westerse politiek. Een ander leidmotief is het etnisch pluralisme dat als van zelfsprekend open staat voor eender welke migratiegolf. Migraties zijn niet alleen een verrijking maar ze aanvaarden is voor het gastvolk ook een onbetwistbare morele plicht. De geschiedenis van de 20ste eeuw is verder bijna een ideologie geworden. Dit betekent dat zij slechts één interpretatie kent ook zelfs als vele bronnen nog niet bekend zijn. Elk onderzoek moet zich aan deze strakke lijn onderwerpen . De volgzaamheid eraan is de toets niet alleen voor de wetenschappelijkheid maar ook voor de deugdelijkheid van elke culturele wetenschappelijke of politieke beweging. De centrale idee in deze tijdsgeest echter is de opvatting over de mens. Het wezen van de moderne mens heeft niets meer te zien met de eeuwenoude ervaring van het “mens zijn”. Nee, het heeft nu alles te zien met de absolute vrijheid om zichzelf te bepalen. Iedereen moet zich onbeperkt kunnen uiten en realiseren zoals hij dat wil, zelfs in wat tot voor kort perversie werd genoemd. Dit moet kunnen en desnoods moet hiervoor een” maatschappelijk draagvlak” of “sociale aanvaarding” worden gecreëerd. De verafgoding van de democratie, de opgelegde vervanging van het volk door om het even welke bevolking, de ideologisering van de geschiedenis en de perversie van de vrijheid tot eender welke ongebondenheid lijken uiteindelijk toch weinig doordachte ideeën. Toch leiden en bepalen zij steeds meer en dieper onze tijd. Dit alles heeft zeer grote en zeer vérgaande politieke gevolgen. De nieuwe mentaliteit is een cocktail geworden en werd dé referentie. Dit “mengsel” beheerst het publieke forum nu volkomen. De lippendienst eraan is hét verplicht “entrée – ticket” en hét instrument voor het participeren in om het even welke openbare discussie. Heel wat goedmenenden schijnen deze thematiek argeloos en zonder veel nadenken te aanvaarden. Men is daarbij zelfs overtuigd dat wij door de nooit ophoudende golven van emancipatie tot een ongekend niveau van vrijheid zijn gekomen. Deze wordt uitgedrukt in een inflatie van steeds meer nieuwe rechten. Het is de vrijheid van een tot nu toe ongekende nieuwsoortige maatschappelijke tolerantie voor het “elk wat wils”. Hierdoor ontstond een nieuwe taal die onze tijd beheerst en cruciaal is om te begrijpen wat er omgaat. Het verschijnsel van deze “blikken taal” in onze tijd is ver van nieuw. Om dit te verstaan en de krachtlijnen ervan in te schatten moeten wij de “niet-correcte” geschiedenis kennen. De twintigste eeuw was de eeuw bij uitstek voor de bittere strijd tussen totalitarismen. Uiteindelijk werd zij onbetwistbaar gedomineerd door het communisme. Wanneer dit marxistisch experiment ooit eindigt – en dit is in de wereld nog lang niet het geval – zal het in weerwil met de huidige vergetelheid en nonchalance als een onvoorstelbare en onbegrijpelijke blinde vlek van deze tijd worden aanzien. Deze ideologie had en heeft immers een zo ingrijpend effect op het lot van zovele volkeren en bracht daarbij gigantische geopolitieke wijzigingen die onze geschiedenis hertekenden. Vereenvoudigd kan men stellen dat deze ideologie zoals trouwens vele andere de bevrijding van de mens verkondigde. Maar zij zag deze emancipatie enkel als een louter materialistisch gebeuren. Om de nieuwe mens te creëren, want dit was het opzet, volstond het de economische structuren te veranderen. De afschaffing zonder meer van het privaat eigendomsrecht is hierbij essentieel. Door deze louter economische emancipatie zou de mens dan zijn alienatie of verdrukking overstijgen en gelukkig worden. Eindelijk zou hij dan aan zichzelf en aan zijn eigen leven genoeg hebben. Teugelloos zou hij kunnen genieten van herwonnen vrijheid die door Karl Marx in het Communistisch Manifest zo plastisch werd beschreven. Het communisme was de echte toekomst van de mens. Het zou hem bevrijden van alle angsten en ook van God. Want deze nieuwe ideologie was ook de uitdrukking van het meest radicale atheïsme. De beloften van dit marxisme waren de inspiratie van de russische oktoberrevolutie in 1917. Het bolsjevisme van Lenin zou zeker deze utopie van de bevrijde mens in een egalitaire maatschappij realiseren. Vanaf het begin bleek echter dat noch de werkelijkheid noch de maatschappij ooit aan deze droom zouden beantwoorden. De revolutionairen twijfelden echter niet en zoals Soljenitsyn het schreef hun handen beefden evenmin. Met niets ontziend geweld zou de utopie worden opgelegd en het volk zou zelfs tegen zijn zin tot geluk verplicht worden. De moorddadigheid tartte elke verbeelding, tientallen miljoenen burgers werden aan het waanbeeld opgeofferd. Deze ongemene brutaliteit bij het vestigen van de “Stralende Toekomst” ging samen met een propaganda die erin slaagde uiteindelijk een nieuwe taal op te leggen. Deze ontwikkelde zich vanuit de heersende en alomtegenwoordige ideologie. Zij verhulde en verschoonde de rauwe en bijzonder wrede werkelijkheid van verval, lafheid en meedogenloosheid. Deze wreedheid gold immers echter alleen “de vijand” die men door delatie creëerde. Daarom was ze een noodzakelijk instrument voor vooruitgang, vrede, gelijkheid en rechtvaardigheid. Tegen elke werkelijkheid in vond deze taal ingang. Het werd de communicatie tussen leiders en volk en tussen het volk onderling. Het gebruik ervan werd met de jaren in zoveel raden of sovjets vanzelfsprekend en vereiste zelfs helemaal geen bruut geweld meer. Hele volkeren verloren het oordeel des onderscheids tussen waarheid en leugen en tussen goed en kwaad. De opgelegde taal beperkte het zicht op de werkelijkheid die vervangen werd door de ideologie. Zo werd de “blikken taal” een ideaal scherm voor de ontbonden passie van zovele vormen van haat. Zij zorgde voor een totaal en cynisch amoralisme. Onder een streng voorkomende ideologie en een keurige “blikken taal” heersten een morele en spirituele leegte en chaos zonder voorgaande. Tot op vandaag zijn de vroegere communistische staten door dit generatielang aangemoedigd ontaarden en het vanzelfsprekend liegen nog steeds zeer diep gestigmatiseerd of getekend. Het Westen dat zich op zijn beurt nu boven een morele afgrond beweegt onderkent dit uiteraard niet. Deze blindheid leidt zoals hier reeds eerder aangetoond tot een ongezien politiek falen. Vandaag is het officieel communistisch experiment gestopt. Er is tot nader order in Europa geen enkel regime meer dat zich nog zo noemt. Of daarmee de politieke kust veilig is, is een heel andere vraag. Van de utopie zijn wij in elk geval niet verlost. De blikken taal is hier helemaal niet dood en lijkt steeds meer op een bijzonder soort communisme. Bepaalde communistische ideologen immers hebben andere en zachtere wegen geëxploreerd dan de bolsjevistische om de gevestigde Europese beschaving te ontwrichten. De italiaanse communist Gramsci was één van hen en zijn werk is de uitdrukking van deze andere weg. Hij werd door Mussolini in de twintiger jaren van de vorige eeuw gevangen gezet op een italiaans eiland. Daardoor kreeg hij de gelegenheid zijn gedachten over de revolutie te ordenen. Zij waren bijzonder eenvoudig, bruikbaar en efficiënt voor de subversie. Volgens hem kon het ondermijnen van de christelijke samenleving veel gemakkelijker langs de culturele en geestelijke ontreddering dan wel langs een politieke revolutionaire machtsgreep. Gramsci was overtuigd dat wie de cultuur of het cultureel klimaat in de brede zin kon veranderen en sturen ook de mensen perfect kon beheersen. Na deze cultuurbreuk zou men trouwens veel gemakkelijker en zonder bruut geweld de politieke macht kunnen verwerven. Ook hij ging dus uit van een radicaal atheïsme en vond dat de gevestigde waarden van het christendom definitief moesten ontworteld worden. Een niet onmiddellijk waarneembare maar een toch nooit geziene omwenteling zou hiermede gerealiseerd worden. Dezelfde gedachten kwamen niet enkel bij Gramsci voor. Zij werden ondermeer ook uitgewerkt vóór de tweede wereldoorlog in Frankfurt door de beroemde“Frankfurter Schule”. Ook daar pleitte men voor de zelfde cultuuromwenteling. Omwille van de vijandigheid van het regime weken deze filosofen eind der dertiger jaren “en masse” uit naar de Verenigde Staten en vestigden zich aan de Berkeley universiteit. Een van de meest bekende onder hen was Herbert Marcuse die in 1968 nog de westerse culturele studentenrevolutie mocht meemaken. De ideeën van deze voorlopers als Gramsci en de Frankfurter Schule zijn nu gemeengoed en worden door alle westerse media verspreid. Opmerkenswaard is dat de neo-trotskisten, de volgelingen van Trotsky, de stichter van het Rode Leger en vurig aanhanger van de wereldrevolutie, deze subversie eveneens ijverig bevorderen en zich daarvoor op strategische plaatsen hebben neergezet. Tot voor kort trouwens werd één der meest gezaghebbende kranten in ons continent Le Monde in Parijs geleid door een Trotskistische hoofdredacteur namelijk Edwy Plenel. Na zijn recent vrijwillig ontslag werd hij opgevolgd door een troïka dat dezelfde lijn volgt. Ook onze eigen pers voert deze “strijd”. Dit intellectueel en moreel mollenwerk slaagde perfect en creëerde een soliede publieke opinie. Trouwens dit was mogelijk omdat er bijna geen weerstand was nu de christelijke elite reeds meerdere generaties de blikken taal van de zelfde utopie hanteert. Vandaar dat vandaag deze omwenteling ons normaal voorkomt. Voor de weinigen die nog aarzelen en nadenken lijken wij in een libertair tijdperk te leven zoals er inderdaad nog in de geschiedenis zijn geweest. Hun optimisme laat hen dan geloven in een slingerbeweging die de zaken wel weer vanzelf in evenwicht zal brengen. Er is hier echter veel meer aan de hand dan een “vrijgevochten” libertarisme. Geruisloos worden immers fundamentele bakens verzet. Want alle gevestigde morele en culturele waarden, tot zelfs onze visie op de kunst binnen de Europese beschaving zijn ondermijnd en omgekeerd uit naam van de nieuwe emancipatie. Eenvoudig gezegd wat kwaad was werd goed en wat waar is werd leugen. Tot voor kort onvermoede elkaar opvolgende feiten zoals legalisering van abortus, euthanasie, homohuwelijken en zovele andere zijn de vruchten van deze reusachtige omslag en werden zo mensenrechten. Wie zich daar nu nog poogt tegen te verzetten al ware het maar uit een gezonde en argeloze bekommernis om het uitsterven van eigen volk wordt ongenadig gemarginaliseerd in een of ander verdomhoekje. De salami-taktiek tot ontwaarding van het ene houvast na het andere uit naam van deze utopie is fundamenteel en efficiënt gebleken. Zij bracht de nieuwe taal die stilaan ook hier en vandaag een geïnterioriseerde angstreflex is geworden. Want ook deze ideologie of utopie moet nu met alle middelen worden opgelegd. Daarom ontstonden hier en elders in Europa heel wat repressieve wetten met bijhorende verklikkingsorganen. Deze wetten zijn perfect democratisch en kunnen dan ook eigenlijk bijna geen openlijke weerstand meer oproepen. De media waken scherp over de mentaliteit en de “perceptie” of de kijk op de feiten waarnaar stilaan iedereen zich schikt. Deze wezenlijke en wettelijke dreiging met repressie wekt trouwens voldoende angst en voedt bij velen reeds de paniek om uitgesloten te worden. Dit volstaat om hen te verlammen weze het maar uit angst voor de bestaanszekerheid. Deze taboes zijn dan ook zo doeltreffend dat slechts weinigen nog de opgelegde “taalgrens” overschrijden. In zoveel raden of nieuwsoortige “sovjet-discussiegroepen” allerhande heerst deze onwezenlijke taal. Een zacht maar dwingend totalitarisme verspreidt zich nu bijzonder snel zij het dan met veel onbehagen. Alles gebeurt minder brutaal maar de dialectiek van het wantrouwen werkt perfect. Het lijkt inderdaad op een nieuwe sovjet met hetzelfde amoralisme en geïnterioriseerde dwang en een groeiend verlies aan vrijheid. Dit alles heeft een enorme weerslag op ons onderscheidingsvermogen. Wij kunnen de meest brandende problemen van onze landen niet meer formuleren bij gebrek aan een waarachtige taal. De vrijmoedigheid en de onbevangen omgang zijn extremismen geworden. In deze benepen en vreugdeloze kleinmoedigheid schijnt de geschiedenis voor ons te zijn stilgevallen. Het lijkt alsof het in Europa er vooral nog op aankomt een economisch comfort in stand te houden en een aantal banale zelfs vulgaire vrijheden binnen een “rubberen” kooi en taal te vrijwaren. De verwaande aanhef van de Europese constitutie is daaromtrent sprekend. De post-communistische volkeren hebben allicht gehoopt dat zij uit hun destructieve utopieën zouden worden verlost door een echte en bruisende vrijmoedigheid. Zij vinden wat zij achter zich meenden te laten. Het is de paradox van een andere maar toch zeer gelijkwaardige utopie haaks op de werkelijkheid met dezelfde dwangmatigheid en steriele middelmaat. Ondertussen gaat het geopolitiek moment aan ons voorbij en worden wij straks een speelbal en een “nomansland” voor wie het maar wil, de halve maan of een herrezen “Stralende Toekomst” of beiden. Onze elite heeft het blijkbaar echt te druk met de problemen van 65 jaar geleden en het opbod en betonneren van zoveel mensenrechten. Geen wet noch nieuwsoortige censuur kunnen echter de geschiedenis tegenhouden. Evenmin kan een blikken taal de werkelijkheid veranderen: zij kan wel het gezond verstand smoren, onze wil verlammen en onze tong binden. Alleen de moed tot echte vrijheid kan ons hiervoor behoeden. Pieter Huys
Geplaatst door Branding
in Christendom, Communisme & Marxisme, Degeneratie & Moderniteit, Levensbeschouwing, Religie
op
12:32
| Reacties (0)
| Trackbacks (0)
Trackbacks
Trackback URI voor deze bijdrage
Geen Trackbacks
theme Joshua Tree by David Cummins |
ZoekenCategorie
Gelieve naar de voorpagina te gaan voor de speler.
Gelieve naar de voorpagina te gaan voor de speler.
|



















