Braindrain of kennisvlucht is de negatieve zijde van brainexchange of kennisuitwisseling, braingain of kenniswinst is de positieve pool. Beide facetten interageren met elkaar en kunnen niet apart worden beschouwd. Kennisuitwisseling manifesteert zich zowel fysiek – wetenschappers, opgeleid personeel,… - als niet-fysiek. Het fenomeen van de kennisuitwisseling – en de voor- en nadelen die er mee samenhangen – is uiterst complex en beperkt zich niet louter tot de fysieke stroom van opgeleide personen over de grenzen heen. De internationale globalisering, het vrij verkeer van personen binnen de EU, academische uitwisselingsprogramma’s, de erkenning van diploma’s, de migratiestroom van Zuid naar Noord, het internationaal terrorisme, internet, economische spionage, de regels inzake eigendomsrecht op kennis, belastingsdruk, de investeringen in onderwijs, job- en carrièrevooruitzichten,…: al deze factoren spelen een rol in het globale diagram van de kennisuitwisseling. De wereld is op dit vlak een communicerend vat geworden met eigen wetmatigheden waartegen lokale initiatieven doelloos lijken. In de EU met zijn open grenzen is het quasi onmogelijk de kennisuitwisselingsproblematiek per lidstaat te analyseren noch lokaal remedies te vinden tegen de negatieve uitwassen. Het gebrek aan wetenschappelijk onderzoek en statistieken hieromtrent maken een analyse er niet gemakkelijker op . Het NIS bijvoorbeeld blijkt niet over statistieken en cijfers inzake kennisuitwisseling te beschikken.
Fysieke kennisvlucht
a. Vanuit de ontwikkelingslanden
Het Westen kent tegenover de rest van de wereld in globo een evenwichtige kennisuitwisseling tot een netto fysieke kenniswinst. In Nieuw-Zeeland bijvoorbeeld werd vóór 9/11 de uitstroom van opgeleide autochtonen gecompenseerd door de instroom van opgeleide immigranten. Sinds 9/11 slaat de balans over naar een fysieke kenniswinst, daar veel uitgeweken Nieuw-Zeelanders, als gevolg van de onzekere toestand in de wereld, er voor kiezen terug te keren naar hun land van herkomst . In de Nederlandse zorgsector is tijdens de afgelopen decennia de aanwerving van verpleegkundigen uit voormalige Oostbloklanden en uit landen zoals de Filippijnen, Indonesië en Zuid-Afrika toegenomen. Door het vertrek van dit goedopgeleid verzorgend personeel naar het Westen ontstaat in de landen van herkomst een caredrain of zorgvlucht . In de Filippijnen scholen zich artsen zelfs massaal om tot verplegend personeel met als doel in het buitenland aan de slag te gaan . Volgens de OESO is de fysieke kennisvlucht op dit moment vooral een probleem voor de ontwikkelingslanden . Jaarlijks vertrekken er 20.000 kaderleden, artsen en ingenieurs uit het sterk onderontwikkelde Afrika. Ook in kleine Midden-Amerikaanse landen zoals El Salvador en Nicaragua ligt het aandeel van geschoolde emigranten sinds jaren boven de 20 % van de hoger opgeleide bevolking . Om de fysieke stroom van wetenschappers naar de kenniscentra – die zich vooral in het Westen maar sinds kort ook in China bevinden – tegen te gaan, stelt de OESO voor fondsen te voorzien om wetenschappers aan te moedigen in het land van oorsprong actief te blijven . In het kader van de strijd tegen de fysieke kennisvlucht uit het Zuiden werkte de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) in het verleden verschillende programma's uit met het oog op de terugkeer van migranten naar hun land van herkomst. Deze programma's waren echter niet succesvol wegens het inherent gebrek aan veiligheid, gezondheidszorg enz. in het thuisland. Derhalve spitst de IOM zich nu toe op virtuele, financiële en tijdelijke fysieke transfers om de kennisvlucht in het Zuiden te compenseren. Via het IOM werden tijdens de periode 2001-2003 vanuit België 159 personen (sic) ge(her)transfereerd naar hun thuisland . Sommige instanties, experts en politici pleiten voor een soort Tobin-tax, namelijk een taks opgelegd aan westerse bedrijven die gebruik maken van hoger opgeleiden uit ontwikkelingslanden en die uitgekeerd wordt aan de landen waaruit de hoger opgeleiden komen, om de fysieke kennisvlucht uit de ontwikkelingslanden te compenseren . Fysieke kennisvlucht levert echter ook voordelen op voor de ontwikkelingslanden. De financiële transfers van de emigranten verhogen de koopkracht van de thuisblijvers. Voor sommige landen bedragen die transfers meer dan een kwart van het BNP . Volgens de SERV en de Europese Commissie is de fysieke kennisvlucht van het zuiden naar de EU een win-winoperatie voor de drie betrokken partijen: het gastland, het land van herkomst maar ook de migrant zelf. Negatieve effecten voor het land van herkomst moeten volgens deze instanties ingeperkt worden door Europese steun voor de uitbouw van onderwijs en onderzoek in de landen van herkomst . Daar bijvoorbeeld samenlevingsproblemen in de ontvangende landen niet in rekening worden gebracht, zijn dergelijke studies echter met een stevige korrel zout te nemen.
b) Naar de VSA
Buiten diegenen die in het kader van ontwikkelingshulp (tijdelijk) wegtrekken, volstrekt zich de fysieke kennisuitwisseling van opgeleide westerlingen vooral binnen de grenzen van de westerse wereld. En ook hier speelt het recht van de sterkste. Hét belangrijkste symptomen voor onze regio qua fysieke kennisvlucht, is de uitstroom van Vlaamse studenten en hoger opgeleid personeel naar de VSA, waar de carrièrevooruitzichten en lonen interessanter zijn dan in Vlaanderen en Europa. Tussen 1960 en 1987 immigreerden 825.000 hoger opgeleiden naar de VSA . Tien jaar geleden al gingen 62% van de Amerikaanse engineering doctorates naar buitenlandse studenten , terwijl slecht de helft van deze buitenlandse afgestudeerden binnen de 2 jaar naar hun land van herkomst terugkeren . Momenteel werken 400.000 Europese onderzoekers in de VSA. Naast carrière en loon speelt vooral de agressieve informatiestrategie van de Amerikaanse universiteiten en van de bedrijfswereld. De Amerikaanse werkgever rekruteert actief – dit in tegenstelling tot de Belgische overheid en bedrijfswereld, die nauwelijks iets ondernemen om het intellectueel kapitaal terug te halen . Bijkomend stelt zich binnen de EU vooral het probleem van de stokkende kennisoverdracht en wetenschappelijke vooruitgang omdat steeds minder studenten voor een carrière binnen de academische wereld of binnen het fundamenteel wetenschappelijk onderzoek kiezen. Ook ethische factoren spelen een rol . Een oplossing hiervoor ligt niet voor de hand . De Europese ministers engageerden zich in de Bolognaverklaring om tegen 2010 hun hogeronderwijssystemen op elkaar af te stemmen. De creatie van een Europese hogeronderwijsruimte moet die evolutie van een negatieve fysieke kennisuitwisseling met de VSA een halt toeroepen .
c) Binnen Vlaanderen
Het fenomeen van fysieke kennisvlucht en kenniswinst speelt niet enkel over de grenzen, maar ook binnen de lokale grenzen. West-Vlaanderen bijvoorbeeld wordt geconfronteerd met een jaarlijks uitwijkingsoverschot van ongeveer 700 jonge actieven. 73,8 % van de uitgeweken West-Vlamingen tussen 20 en 34 jaar bezit een diploma hoger onderwijs, in tegenstelling tot slechts 32,6 % van alle West-Vlaamse jongeren in dezelfde leeftijdsgroep . Een onderzoek uit 2000 van het Steunpunt Demografie van de Vakgroep Sociaal Onderzoek van de VUB kwam expliciet tot de conclusie dat perifere gebieden zoals West-Vlaanderen en Limburg een kennisvlucht – ingegeven door professionele motieven – van jonge hoogopgeleiden kennen die bij voorkeur migreren naar de grote stedelijke centra. Hierbij worden – voor Vlaamse maatstaven – lange afstanden niet ontzien . Buiten de jobkansen heeft dit waarschijnlijk ook te maken met het feit dat deze provincies geen grote academische kernen hebben zoals de andere Vlaamse provincies. Het versterken en het verbeteren van het hogeronderwijsaanbod en het uitbouwen en versterken van de kenniseconomie in West-Vlaanderen en Limburg worden als lokale oplossingen – en in extenso als nationale en internationale oplossing – naar voren geschoven om de fysieke kennisvlucht uit deze regio’s te stoppen .
Niet-fysieke kennisvlucht
Wat de niet-fysieke kennisvlucht betreft, is het grote probleem vandaag vooral de diefstal van westerse kennis door de Volksrepubliek China (VRC). In navolging van Japan in de jaren ’60 en ’70, maar op een veel grotere en desastreuze schaal, verslaat de VRC het westen op economisch vlak met behulp van westerse technologie en wetenschap die zij zich toeeigent op een wijze die alle internationale spelregels tart. Terwijl Chinese studenten door hun moederland massaal naar westerse universiteiten worden gestuurd om wetenschappelijke en technische kennis te vergaren, moeten de westerse bedrijven die massaal naar de VRC stromen, hun kennis en productiegeheimen de facto prijsgeven. Door de open grenzenpolitiek en de kortzichtigheid van onze beleidsverantwoordelijken en ondernemers heeft deze strategie ongekend succes. Om dit fenomeen te bestrijden is het waarschijnlijk noodzakelijk een embargo in te voeren op goederen die op basis van gestolen kennis buiten Europa worden gefabriceerd . De aan de masteropleidingen van de Europese Unie meewerkende instellingen en andere gastuniversiteiten worden door de Europese Commissie sterk aangeraden om in de aanvraag- en selectieprocedures bepalingen op te nemen, waardoor fysieke kennisvlucht uit de ontwikkelingslanden voorkomen of ontmoedigd wordt . Dit is een argument én middel om bijvoorbeeld het immense aantal Chinese studenten – en studenten van andere nationaliteiten – aan onze universiteiten te beperken.
Besluit
Fysieke kennisvlucht is op globaal vlak vooral een probleem van de ontwikkelingslanden. De kenniswinst van hoger opgeleiden uit niet-westerse landen is voor het Westen misschien geen slechte zaak. Probleem is wel dat dit fenomeen slechts een residu is van de massale migratiestroom die tot ons komt. De fysieke kennisvlucht vanuit de Derde Wereld is dus onlosmakelijk verbonden met het immigratievraagstuk en dient dan ook in dat kader zijn oplossing te vinden.
Wat de EU, België en Vlaanderen betreft, ligt het probleem van de fysieke kennisvlucht vooral in de stroom van studenten en hoger opgeleiden naar de VSA. Om deze stroom in te dammen dient meer geïnvesteerd te worden in onderzoek en ontwikkeling ter plaatse en dient op een agressievere wijze een ondernemend en fiscaal gunstig klimaat te worden gecreëerd zodat onze hoger opgeleiden en academici hier blijven, wat dan weer de nood aan hoger opgeleiden uit ontwikkelingslanden doet dalen.
Wat de niet-fysieke kennisvlucht betreft, moet de hier ontwikkelde kennis meer beschermd worden tegen kapers zoals de VRC en moeten onze bedrijven – en zeker degene die spitstechnologie ontwikkelen en produceren – ontmoedigd worden hun kennis en productieprocessen in het buitenland te ontplooien.