Donderdag, 4 oktober 2007Op weg naar het Gouden Tijdperk - Deel 2: Voluntate et LaboreHet eerste deel van dit dossier eindigde met de boodschap de ondergang voor te bereiden door ons enkel nog op de beste elementen (onszelf incluis) te concentreren. Dit staat in schril contrast met de huidige tendens van ‘redde wat er te redden valt’ die zich binnen de beweging aftekent, en enige richtlijnen lijken dan ook aan de orde. Overigens, zelfs losstaande van het eerste deel zal deel 2 waarde hebben voor de echte nationalist. Hoe dan ook, de richtlijnen zijn voor de eenvoud en retentie ondergebracht in de lijfspreuk van Sven Hedin (1), namelijk ‘Voluntate et Labore’, oftewel, ‘Wilskracht en Arbeid’. Voluntate… Wilskracht is de levensbron van de nationalist. Door onze wil zetten we door, tegen de stroming in, tegen de tijd gekeerd. Via een nuchter wetenschappelijke benadering feiten onder ogen zien, dat zal de reactionair onder ons genoeg energie (pretentie?) geven een mening te verkondigen. Dito de filosoof, overigens. Echter, voor wie het niet volstaat “ik geloof” te verklaren, maar wel “ik zal” te zweren, moet er een voedingsbodem voor dat schaarse goed wilskracht ontstaan. Hoe kan men echter een voedingsbodem creëren wanneer alles in theorie gegoten is? Onze feiten en overwegingen, ideeën en overtuigingen moeten leven, voordat ze ons kunnen motiveren. Men kan hier stellen dat ze dit doen in historische figuren en vervlogen tijden, doch dat kan nooit als volledig op maat gemafakt beschouwd worden. Er moet een integrale voedingsbodem uitgewerkt worden. En wat kan dit beter zijn dan het beeld van een Gouden Tijdperk! (2) In zulk een referentiebeeld kan alle theorie tot leven komen. Dit maakt ze meer dan losstaande vaststellingen, hier kan alles zich binnen een geanimeerd model materialiseren. Terug verwijzend naar de inleiding van het dossier is dit beeld, deze hoogte, voor ogen kunnen houden precies het denken en voelen dat onze ineenstorting zo ontzettend somber en moeilijk te dragen maakt. Het schrille contrast tussen wat is en wat zou moeten zijn, zoiets kan niet anders dan bezielen. Zo kunnen we ons leven enkel nog met een Gouden Tijdperk voor ogen als zinvol ervaren en ons hier met volle overgave voor geven. Dit maakt het de ultieme bron van wilskracht. Hoe vormen we dit beeld van een Gouden Tijdperk echter? Dat we de klok simpelweg 60 jaar moeten terugdraaien, zoals legio conservatieve denkers ons graag vertellen wanneer ze het over arbitraire zaken als ‘retrocultuur’ hebben (3), is mijns inziens alleszins een onderschatting. Meer dan 100, nee, meer dan 1.000 jaar geleden, zat het al verkeerd. Het is eigenlijk nooit helemaal goed geweest als we het zo gaan bekijken. Daarom kunnen geschiedenisboeken volgens mij geen absoluut antwoord bieden. Hindoestanen kunnen dit beamen, zij schatten de kloof tussen een vorig en een volgend Gouden Tijdperk veiligheidshalve op een paar miljoen jaar (4). Telkens weer stellen we vast dat we ons niet integraal kunnen baseren op welke gevestigde belangen, cultuur of religie dan ook. En waarom zouden we, als de geschiedenisboeken ons dan toch een ding geleerd hebben is het wel dat we niet alleen cultuurdragers zijn, maar ook, en juist, cultuurscheppers. Aard We moeten antwoorden zoeken in datgene wat zeker niet contemporeel is, zijnde onze aard. En hiermee komen we toe aan hoe we de oorzaken van de gevolgen kunnen onderscheiden. Onze aard is de beste houvast om onze oorspronkelijke hoogte te bepalen. De Advaita Vedanta (een niet-dualistische stroming binnen het Hindoeïsme) stelt dat in het diepste van onszelf een dimensie bestaat waar men alleen ‘is’, waar alles dus stabiel blijft. Maar inderdaad, aan de oppervlakte zijn de dingen wel degelijk in beweging. Het wiel draait, maar de as staat stil, de Vedanta roept dan ook op tot het ontdekken van de as om deze van het wiel te kunnen onderscheiden (5). Dit is echter allesbehalve vanzelfsprekend. Edward Goldsmith stelt dat we onderbewuste kennis niet via een wetenschappelijke benadering kunnen vergaren. Waarnemingen zijn immers per definitie subjectief, omdat het allemaal afhangt van de interpretatie die we eraan geven. En interpretatie is dan weer afhankelijk van onze relatie tot de natuur (en dus ook tot al het natuurlijke). Goldsmith stelt dan ook in dit licht dat we waarnemingen moeten interpreteren volgens metafysische beginselen, en deze zijn dan weer intuïtief. (6) Concluderend kan enkel intuïtie onze aard blootleggen. Een wetenschappelijke benadering zal relaties en losstaande principes aanduiden, maar het mist de waarde die we daaraan zouden geven vanuit onszelf. Aan een objectieve waarneming moeten we daarom een subjectieve interpretatie geven, vanuit onze intuïtie. Op deze wijze kunnen we onze aard aanduiden en zodoende het beeld vormen van een Gouden Tijdperk. Om deze aard op intuïtieve wijze bloot te leggen, deze onderbewuste kennis te vergaren, bestaat maar een echte methode, en dat is spiritualiteit. Nu, dit dan wel in de brede zin van het woord, mensen met een afkeer voor het hele fenomeen hoeven hier niet door af te haken, er is absoluut geen nood zich in iets duurs als ‘spirituele wijsbegeerte’ te scholen. Wat telt is dat we bij alles kunnen stilstaan, om er eens vanuit onszelf naar te kijken. “Hoe kijk ik, vanuit wat ik als mijn aard beschouw, tegen deze waarneming aan?” Dat is spiritualiteit, meditatie, of, wat dichter bij ons Westers bed, concentratie. Wat telt is dat we onze aard terug leren aanvoelen door te oordelen wat van onze waarnemingen in het verlengde hiervan ligt en wat niet. En ja, ‘terug’ wordt hier in metafysische zin bedoeld. Des te meer je hierin bedreven raakt, des te meer je vanuit je aard kan denken en handelen, en des te meer je referentiebeeld hiernaar kan gezet worden. Zo kan je de oorzaken van het verval herkennen en verwerpen. Zo gelooft het Hindoeïsme dat in het Gouden Tijdperk een volledig spiritueel bewustzijn is. Het verlies van spiritueel bewustzijn is dan ook de hoofdoorzaak van het verval, aan ons er terug meester over te worden. Zoektocht Nu, hier zullen ongetwijfeld enkele lezers bij fronsen. Geen zorgen, er wodrt helemaal niet opgeroepen tot het kind met het badwater weg te gooien. Bestaande culturele en religieuze factoren die een manifestatie van onze aard zijn moeten natuurlijk niet verdwijnen in een spreekwoordelijke spirituele beeldenstorm. Opnieuw, onze aard moet zich voor het referentiebeeld materialiseren in concrete uitingen, in principe om het even welke, zolang ze maar als eigen kunnen beschouwd worden. Een zoektocht in het verleden, in de (vooral elementaire) filosofie en in de literatuur is hiervoor dus inderdaad onmisbaar. Maar dat is ze enkel omwille van de oneindige schat aan waarnemingen. We moeten dus selectief te werk gaan, en daarbij niks klakkeloos aanvaarden. Doch je aard ontdekken is een streefdoel. En streven doet men een leven lang. Haal dus gerust je fafvoriete elementen uit de ideologie, het verleden, de literatuur etc. om op terug te vallen. Aanbid je rolmodellen, vervlogen tijden, dogma’s… “Iedereen moet zijn troeteldiertjes hebben” grapte anarcho-conservatief Tiwaz. Tiwazf is een groot voorstander van vorming via filosofie om zelf je conclusies te trekken in plaats van ze voorgekauwd op je bord te krijgen. Hij stelt dat iedereen begint als ‘Homo Politicus’, geleid door dogma en ideologie. Door te weten (en zijn) wie hij is, kan de Homo Politicus vervolgens van het dogma losbreken en gradueel het stadium bereiken van wat Tiwaz, geïnspireerd door Aristoteles, de ‘Zoôn Politicon’ noemt. We nemen dit nog een stapje verder; aanvaard niks als deel van je eigen aard vóór deze het ook werkelijk goedkeurt, maar aanvaard eender wat je bezielt tót je eigen aard het goedkeurt. Je referentiebeeld mag dus net als je kennis vol met gaten zitten, je moet niet overal bij stellen “oh daar heb ik nog niet genoeg bij stilgestaan, daar mag ik nog geen mening over hebben”. Vul deze gaten in met eender wat je wilt, maar ga er uiteindelijk wel eens bij stil staan om te weten hoe je daar nu werkelijk tegenover staat. Met wat filosofische acrobatie kunnen we stellen dat het persoonlijk referentiebeeld van een Gouden Tijdperk het grootste troeteldier is dat men zich kan inbeelden. Maar het is ook het enige dat in zijn recht staat precies datgene te zijn; en het is tevens iets om een leven lang aan te sleutelen. Daarom ook dat het ontwikkelen van een referentiebeeld in de eerste plaats een individueel proces moet zijn. Onze aard bindt, meer dan op eerste zicht lijkt en zeker voldoende, maar we zijn tegelijk allemaal verschillend. We kunnen hierover gerust debatteren en vergelijken, dat helpt alleen maar natuurlijk. Wat echter telt, de onmiskenbare essentie van het eerste streefdoel, is dat het referentiebeeld schoon en bezielend genoeg is om een onuitputtelijke bron van wilskracht te zijn. Hier mag niet van afgeweken worden, nog liever dat men gebonden aan het dogma blijft dan deze bron van wilskracht te verliezen. (7) … et Labore Arbeid dan. Als wilskracht de theoretische essentie van onze opdracht inhoudt, dan is dit de praktische. Arbeid wordt hier geïnterpreteerd als handelen, meer bepaald handelen door het streven naar de manifestatie van het referentiebeeld. Dit in de eerste plaats door een beter leven te leiden, tegen het verval gekeerd. We moeten allereerst onze aandacht op onszelf richten, en vervolgens op zij die het waard zijn onze rangen te vervoegen. Hoe dan ook, door het eerste streefdoel leven onze idealen in ons referentiebeeld van een Gouden Tijdperk, nu moet het Gouden Tijdperk nog in ons leven. De levenswijze moet zodoende opstaan uit ons persoonlijk referentiebeeld, en dat kan enkel door dit beeld te laten manifesteren in alle aspecten van ons individueel leven. Naar zulk een superieur leven (waarom het kind niet bij haar naam noemen?) streven maakt in de eerste plaats dat we kritisch met onszelf moeten zijn. Dat deze levenswijze op onze superieure aard berust, maakt het zelf ook superieur, vrij van verval, tegen deze tijden van verval. De capaciteit voor de waarheid te staan, zelfs tegen eigen belangen in, is echter geen sinecure. Maar wat kan er nu eenmaal over gezegd worden? Het streven naar een superieure levenswijze staat en valt bij de wilskracht van de persoon in kwestie. Daarom dat het ‘Voluntate’ onlosmakelijk met het ‘Labore’ verbonden is. De vraag moet niet “Hoe verslaan we het verval?” luiden, maar juist “Hoe overleven we het verval?” (8) Onze slag slaan wij pas wanneer dit tijdperk haar einde bekomt. Dan zal vanzelf duidelijk worden wat ons te doen staat. Tot die tijd is aangebroken moeten wij in de allereerste plaats een zinvol leven tegen het verval, een superieure levenswijze, leiden. Hierdoor kunnen we opgemerkt worden, aanhang vinden en juist dat zal ons verenigen. Daarom komt het ook opnieuw op het individu aan. Het is foutief te verwachten dat iets of iemand hierin het voortouw zal nemen om de weg te wijzen. Er is zo niets of niemand alleen al omdat vrijwel niets of niemand in deze tijden nog bewust aan een levenswijze tegen het verval werkt, hoe onlosmakelijk dit ook verbonden is met onze overtuiging. Wordt dit op individuele basis gedaan, al is het maar bij een klein deel van de nu al kleine beweging, zoals dat ooit gebeurde in vooroorlogse tijden, dan kunnen de beste elementen toch opstaan. En zij kunnen degenen die het waard zijn hiertoe aanzetten, door een rolmodel te zijn. Daarom ook dat dit streven naar een superieure levenswijze altijd het privilege van een kleine minderheid, en dat dus dan nog vaak binnen een minderheid, zal blijven. Reken niet op brede steun hierin, laat staan een massacultuur. Spengler stelt zo dat “wanneer een Natie opstaat, vastberaden te vechten voor haar vrijheid en eer, dan zal het altijd een minderheid zijn die de meerderheid daartoe aanzet” (9). En om er nu weer eens een eigenzinnige draai aan te geven, het zal een minderheid zijn die een minderheid aanzet tot wat uiteindelijk nog van de meerderheid overblijft ertoe aan te zetten. Doch voor alles een begin. Zij die dit streefdoel eigen maken staan voor de waarheid, dat staat boven de kwalificaties van wie het ook wil vatten. De mens heeft een nare gewoonte voor kwantiteit in plaats van kwaliteit te gaan. Toen koning Leonidas tegenover de Perzische hordes stond was kwantiteit echter zijn minste zorg. Het kon hem niet deren, de zege was bij voorbaat gehaald. Wij moeten het voorbeeld stellen, allereerst voor eigen beweging en dan voor de waardige minderheid. De Bhagavad-Gita stelt Kalki voor als degene die tijdperk na tijdperk komt, wanneer rechtvaardigheid vernietigd is en het kwade regeert, om de ‘Heerschappij van de Rechtvaardigheid’ te herstellen (Bhagavad-Gita, 4:7,8). Hij is degene die steeds opnieuw, doorheen de geschiedenis, telkens met de methodes die op dat moment ter zijner beschikking staan, vecht voor het ideaal van integrale perfectie. Een perfectie die enkel in een Gouden Tijdperk mogelijk is. Kalki is natuurlijk niet meer dan een metafoor, en dit is ook niet meer dan een oproep tot het streven naar die perfectie. Het pad tot wording Zoals hierboven reeds gesteld ontspringt de superieure levenswijze uit ons referentiebeeld. Hier kan zodoende geen concreet gegeven van gemaakt worden. De antwoorden zullen zich bij ieder enigszins anders stellen en ze laten veel ruimte open voor debat. Daarom wil ik enkel nog wat concrete suggesties doen ter verduidelijking. De superieure levenswijze moet uitbeelden hoe we zouden zijn indien het niet ooit – dat is te zeggen, vanuit het referentiebeeld dat we als Gouden Tijdperk voorop stellen – mis zou zijn gelopen. Alles wat we dus als verval kunnen beschouwen dient verworpen te worden. Alles wat we via de zoektocht in ons onderbewustzijn treffen als manifestatie van onze aard moet dan weer worden aangenomen. Aan de hand van het (immer vormend) referentiebeeld kunnen we concrete acties ondernemen om onze levenswijze daadwerkelijk te verheffen. Maar je kan superioriteit pas herkennen als je verval erkent, ook bij jezelf, en dat zal ongetwijfeld gepaard gaan met tegenslagen. Indien je referentiebeeld echter als integraal je eigen beschouwd kan worden, dan presenteert de keuze zich simpel, je kan toch moeilijk tegen jezelf in leven? Laat me nu dus enkele verhelderende voorbeelden geven om de gedachten op gang te brengen, maar vergeet niet dat dit enkel ter illustratie dient. Een schijnbaar banaal voorbeeld is de televisie. Waarom stellen zo veel nationalisten zich zo graag bloot aan decadente propaganda? De degenererende populatie kijkt vandaag de dag honend terug op hoe de bevolking in de middeleeuwen alles wat de priester predikte blind overnam. Dan zien we ze weer daar met hun “ze hebben ons wat wijsgemaakt terug toen.” En diezelfde meerderheid gelooft ondertussen zowat alles wat de televisie hen voorschotelt! Dergelijke hypocrisie is daarbij slechts het begin van de gevolgen die de buis met zich meebrengt. Is de oorzaak niet eerder dat men niet voor zichzelf nadenkt? Heeft, wie dat wel doet, nog televisie nodig? Waarvoor hebben we, in een ideaal tijdperk, televisie nodig? Lijd je aan een verslaving? Dat het lichaam je eigen bezit is noem ik graag de mythe van de individuele vrijheid. Men beweert dat je het kan gebruiken zoals je maar wilt, voor lust, ascese, zelfverheerlijking… Maar is dat wel zo? Is het niet eerder dat, wanneer we het eigen lichaam schaden, we daarmee het collectief naar beneden trekken? Ontbreken wij zelfs de wilskracht onze eigen gezondheid en zeden te verdedigen? Iets algemener dan. Er is reeds decennialang een wijdverspreide propaganda gaande die iets predikt in de zin van: “Have fun! Je bent toch op deze aarde om lol te trappen.” Maar zijn we dat wel? Zijn we niet slechts individuen? Besteden we vanuit deze logica niet juist te veel tijd aan activiteiten die eigenlijk zinloze ontspanning inhouden? Prioriteiten stellen kan tot een openbaring leiden. In de inleiding van het dossier is reeds gesteld dat een nederlaag enkel komt door lafheid, laksheid en karakterloosheid. Het zal niet alleen de doodsteek van ons volk betekenen, maar ironisch genoeg ook van die activiteiten welke men als zo belangrijk percipieerde. Natuurlijk moet er ontspanning zijn, maar heeft ontspanning een ander doel dan uitpuffen? Als het niet daartoe dient, is het dan geen laks uitstel? Tijdverspilling? En als we dan meteen even stil staan bij de ontspannende bezigheden op zich, stroken die überhaupt wel met de aard, het referentiebeeld? Uit alledaagse zaken kunnen zodoende zeer interessante vragen opduiken, die tot even interessante antwoorden leiden. En opnieuw, of er dan ook gevolg aan wordt gegeven, dat is niet meer dan de individuele kwestie van wilskracht, arbeid en eerlijk met jezelf zijn. Lichtbakens De superieure levenswijze ontdekken en toe-eigenen is het voornaamste werk, maar daarnaast moeten we als lichtbakens zij die het waard zijn kunnen aantrekken. Hiervoor moeten we aldus herkenbaar zijn, immers: “[…] im Endeffekt hat doch alle Tiefsinnigkeit des gedanklichen Betriebes keinen lebendigen Wert, wenn sie der Äuserlichkeit nicht auf den Grund zu gehen weiß.” (10) Nationalisten van tegenwoordig vallen doorgaans tussen twee extrema. Een eerste is de Jan met de pet. Niks uiterlijks hint op zijn overtuiging en als je met hem erover praat, brengt hij toch wel de grootste voorzichtigheid aan de dag om zeker niet af te schrikken. Een tweede is de razende revolutionair. Aan zijn uiterlijk merk je doorgaans van ver reeds waar hij voor staat, en hij deinst er niet voor terug met volle passie zijn vurige rebellie te ontrafelen voor al wie er al dan niet gehoor naar heeft. Dat eerste type is verkeerd omdat wij gewoonweg niet van deze tijd zijn. Waarom zouden we dan moeten meelopen met de moderne decadentie in al haar vormen? Om niet af te schrikken? Dat tweede type heeft dan weer doorgaans een gebrek aan communicatieve vaardigheden, normen en zelfbeheersing tot gevolg. Dat dit niet werkt is inmiddels al langer bewezen, want het schrikt inderdaad af. Vraag blijft dus hoe we ons dan kenbaar moeten maken. We mogen niet afschrikken, maar we moeten ons wel onderscheiden. En dat met als gevolg nijd op te wekken. Wat we nodig hebben, is een nieuwe subcultuur. Een die ons zowel op vlak van voorkomen als omgangsstijl verenigt. Beleefdheid en etiquette zijn begrippen die bij dat laatste te binnen schieten. Robert A. Heinlein stelde zo in zijn roman Time Enough for Love (11) dat “een heer zijn” deel is van een langzame realisatie binnen het menselijk bewustzijn van motieven die hoger liggen dan loutere zelfbediening. Deze stelling valt op zijn minst treffend te noemen. Hoe dan ook, het mag misschien de wenkbrauwen doen fronsen bijvoorbeeld onze uitgeholde omgangsregels te herzien, maar de enige echte vraag moet zijn of het strookt met ons referentiebeeld. Zo zouden bijvoorbeeld de reacties op een versterking van geslachtsgeoriënteerde omgangsregels wel eens zeer interessant kunnen uitpakken. Er is alleszins geen reden hier ook maar in de geringste mate voor terug te deinzen, wel integendeel. Voorkomen “Die neuerliche Anbetung des Schönen in Überwindung der reinen Äußerlichkeiten, wird sich in keinem ewigen Jugendwahn verlieren und was rein äußerlich nicht augenscheinlich strahlt, vermag es dann von innen zu tun, denn innere Haltung und Schönheit , Charakter und Persönlichkeit dürfen wieder zu Ehren kommen.” (12) Als tegen de tijd gekeerd hebben we niks te maken met decadente individualistische modeverschijnselen, zij het populair, dan wel rebels. Wij zijn ook geen Amish, waar ik in dit licht graag even naar wil verwijzen. Hoewel ze hopeloos achtergesteld zijn in hun koloniale stijl, maken de regels daaromtrent wel een goede basis om de mosterd vandaan te halen. Hun conservatieve houding op vlak van kledij en haardracht is in de eerste plaats om ijdelheid uit te sluiten. Dit is een goed principe op zich. Maar dit zou niet ten koste mogen gaan van trots en schoonheid. Trots, fierheid, is iets wat we moeten aanmoedigen en dus ook uitstralen. En als wij trots zijn op ‘onze’ schoonheid, mogen we dat ook benadrukken natuurlijk, zonder daarin decadent te worden. Een tweede rede voor de Amish hun kledingcode is uniformiteit. Ze zijn herkenbaar als groep door hun uniforme stijlkenmerken en zodoende worden deze ook met hun levenswijze in verband gebracht. Verzorgde kledij gepaard laten gaan met uniforme stijlkenmerken slaat twee vliegen in een klap. Het maakt ons herkenbaar als beweging en daarbij stelt het de symboliek in een positief daglicht. Eigenlijke smaak is hierbij subjectief en dus deel van het persoonlijk referentiebeeld, iets waar geen echt oordeel over te vellen valt. Waar het hier om gaat is het marketingpotentieel, de wisselwerking tussen kledij en symboliek met als doel ons positief te profileren en zodoende onze levenswijze aan te prijzen. Beweging En daarmee komen we bij de beweging. Dankzij de systematische onderdrukking door onze tegenstanders bevat de beweging nog weinig zwakke elementen en zodoende spelen we redelijk op zeker met onszelf als doelgroep. We kunnen maximale capaciteit behalen via collectieve presentatie. Zij die hier geen gehoor aan geven hebben we immers geen zaken mee. Maar hiervoor moet de beweging dus eerst zelf voor deze mentaliteit gewonnen worden, waardoor het opnieuw op het individu aankomt. Onder gelijkgezinden hebben we als voordeel het streven openlijk te kunnen promoten, dit door middel van voormelde levenswijze en uitstraling, alsmede via het gesproken en geschreven woord. Zo zou het een revolutie op zich zijn in nationalistische tijdschriften de terugkeer van de ‘volkse opleiding’ te zien. Waarom geen artikels over gezondheid, naast die over de zoveelste actualiteit? Of vormingsavonden waarin een poging wordt gedaan tot het terug tot stand brengen van een duidelijk herkenbare Völkische omgangsetiquette? En zoals ik al zei, onze aard bindt meer dan op eerste zicht lijkt, de trefvlakken zullen hierin verbazend veelvuldig zijn, meer dan voldoende voor een superieur minderheidscollectief te vormen. Tenslotte nog even de partijpolitiek vermelden. Hier valt veel over te zeggen natuurlijk. Voor de een vormt dit het alfa en omega van de beweging. Voor de ander is het hypocriet en een gevaarlijke ziekte voor diezelfde beweging. De vraag die we ons hier wellicht moeten stellen is wat het doel van partijpolitiek is en in welke mate een partij met onze idealen moet stroken. Het is reeds duidelijk geworden dat een populistische ‘nationalisme-light’ partij goed dienstdoet als wervingsmiddel, gezien het potentieel in contact met de beweging brengt. Maar zou een echte nationalistische partij electoraal succes kunnen boeken? Kunnen verkiezingsoverwinningen de mentaliteit van de meerderheid veranderen? En is dat überhaupt wel wenselijk? Een Gouden Tijdperk is een van schoonheid en perfectie, niet van degeneratie en decadentie. En toch is dat precies waar deze samenleving op steunt. Of het ons nu een dienst doet of niet, een ding kunnen we wel stellen. Het mag ons niet beïnvloeden. We mogen niet verloren raken in diplomatie en democratie. Onze idealen moeten onbuigzaam zijn, omdat ons einddoel, ons referentiebeeld, niet aan gesleuteld mag worden door contemporele factoren. Elite (2) Wilskracht en arbeid, Voluntate et Labore, de voornaamste motivatie om deze theorie naar voren te schuiven is dat nationalisme anders afgeroomd zal blijven worden tot niet meer dan een mening. Gezien het tijdperk waar we nu in leven is deze evolutie niet verwonderlijk, maar zeker wel nefast. Er is immers genoeg wat het bewerkstelligt en niks wat het ook maar poogt tegen te houden, op een zeldzaam schrijfsel zoals dit na. Dat daarbij als enige ‘marketingkanalen’ de partijpolitiek, drukkingsgroepen en toogpraat wordt gebruikt maakt het geheel zelfs rampzalig. Om hiervan los te komen is een mentaliteitswijziging nodig. Het is óf onze idealen verder de afgrond in zien glijden, óf deze juist belichamen. Als onze overtuiging een is van schoonheid en perfectie, als wij een elite vormen, dan leeft of sterft ze met ons, maar tenminste niet meer door ons! Noten
Geplaatst door Branding
in Degeneratie & Moderniteit, Elitisme, Filosofie, Geschiedbeschouwing, Ideologie, Levensbeschouwing, Nationalisme, Traditionalisme, Zelfverbetering
op
00:31
| Reacties (0)
| Trackbacks (0)
Trackbacks
Trackback URI voor deze bijdrage
Geen Trackbacks
theme Joshua Tree by David Cummins |
ZoekenCategorie
Gelieve naar de voorpagina te gaan voor de speler.
Gelieve naar de voorpagina te gaan voor de speler.
|



















