Zoals de titel doet vermoeden wordt het boek van Kinneging gekenmerkt door een filosofische inslag. Het boek van de hoogleraar rechtsfilosofie van de Leidense universiteit en voorzitter van het bestuur van de Edmund Burke Stichting, werd in 2006 beloond met de Socratische Wisselbeker 2006, een wisselbeker voor het beste filosofische boek van het voorbije jaar.
Kinneging gaat in zijn boek op zoektocht naar het Goede en het Slechte leven. Hij deelt dit op in drie grote categorieën: de persoonlijke ethiek, de gezinsethiek en de publieke ethiek.
Om te komen tot wat het Goede inhoudt graaft hij in oude geschriften van grote denkers uit de geschiedenis van de mensheid. Hij gaat ten rade bij het Grieks-Romeinse denken uit de Oudheid, en bij het Christendom. Hij gaat op ontdekkingstocht zonder halsstarrig vast te houden aan deze perioden. Zo maakt de auteur een synthese van de deugden en grijpt daarvoor terug naar denkers als Aristoteles, Plato, Cicero, Augustinus, Thomas van Aquino, Machiavelli, Hobbes, Montesquieu, Rousseau, Kant, Burke, Tocqueville en nog verscheidene anderen.
Hij verdedigt de stelling dat het de moeite loont om werken uit het verleden te raadplegen om zo voor het heden uit te maken wat Goed en Kwaad is, hij verzet zich hiermee tegen het Verlichtingsideaal waarin het individu centraal geplaatst wordt. Kinneging schenkt een bijzondere aandacht aan moraliserende en waarden doorgevende instituties als het gezin, de Kerk en andere intermediaire structuren. Het zijn deze instituties die de mens van jongs af leren hoe ‘goed’ te leven. Deze instituties behoeden de mens ervoor zich te laten leiden door de ondeugden waaraan de mens van nature uit niet kan weerstaan. Het contrast van zijn denken met dat van de Verlichtingdenkers die de authenticiteit van het individu centraal plaatsen is groot. Voor hen is ieder mens uniek en autonoom. Het individu is beter dan wie dan ook geplaatst om voor zichzelf uit te maken wat Goed en wat Kwaad is. Dit verschilt immers van individu tot individu. Dit individualisme leidt er volgens de Leidense hoogleraar toe dat het enige morele gebod zodoende het gebod wordt niet te moraliseren. De mens kan en mag niet oordelen over de andere. Dat dit tot een verregaande vorm van relativisme leidt hoeft geen betoog.
Voor al wie de traditie hoog in het vaandel draagt is dit een uniek boek. Het is een diepgaand boek waarin de auteur uitgebreid durft stil te staan bij een aantal knelpunten van de hedendaagse samenleving. Hij biedt een doordacht antwoord op vele vragen en verdedigt het Europese erfgoed en een persoonlijke ethiek gebaseerd op eeuwenoude deugden als voorwaarde voor een hechte en solidaire samenleving. Hij bestrijdt het Verlichtingsdenken, het individualisme en een te sterke staat. Kortweg een filosofisch boek met een sterke conservatieve inslag zoals er het laatste decennia in de Nederlandstalige literatuur nog niet te veel verschenen zijn.
B. Vermeulen Lic. Rer. Pol.
Geografie van goed en kwaad – Filosofische essays – Andreas Kinneging Uitgeverij Het Spectrum, Utrecht, 2005. 533 blz. 29,95 euro ISBN 90-274-9753-2