Het verhaal van het solidarisme begint met een aanschouwing van de twee grote voorafgaande ideologie�n, liberalisme en marxisme, die een maatschappelijke stempel drukten en vandaag de dag nog steeds actueel zijn.
19e Eeuw
De maatschappij begin de 19e eeuw was een revolutionaire eeuw. In deze tijd speelde zich de Franse Revolutie en de industrialisering af. Voor deze twee grote mijlpalen in de geschiedenis van de mensheid was de maatschappij nog geordend volgens een bepaal patroon dat een uitvloeisel was van het feodalisme uit de 18e eeuw. De mens had rechten en plichten volgens zijn stand in de maatschappij. Zo was het de morele plicht van een edele om ten oorlog te trekken, terwijl het edele plicht was van de boer om er voor te zorgen dat die edellieden geen honger leden.
Toen de Franse Revolutie in de 19e eeuw uitbrak werden deze vroegere geledingen weggewerkt en ontstond vrijwel tegelijkertijd het individualisme. Het rationalisme dat ook mee opkwam maakte dat men de mens ging bekijken als een god op aarde, de maatstaf van alle dingen. Een voorbeeld hiervan is Rousseau met zijn theorie over de goede wilde man. De idee dat de mens goed is van nature en dat de maatschappij de mens slecht is, kwam opzetten als een maatschappelijk aanvaard beeld. Dat dit beeld onzin is, is vrij duidelijk. Mensen zijn niet goed noch slecht en wanneer men een terugkeer naar de menselijke natuur voorstelt, bedoelt men eigenlijk dat de mens god op aarde is. Door deze gedachte ontstaat ook de theorie over de maakbare mens.
Naast de Franse Revolutie brak ook de industrialisering uit die er voor zorgde dat heel de maatschappij conform de economie ging leven. In de 18e eeuw moest de mens gewoon zien te overleven omdat er een minieme industrie was en dus ook een minimum aan arbeiders. Door de industrialisering begonnen burgers te werken en kwam er een klasse van arbeiders en een maatschappij die enkel nog draaide rond economie.
Deze twee fenomenen zorgen er dus voor dat heel de maatschappij veranderd wordt en dat de mens als een individu beschouwd zal worden. De industrialisering heeft tot gevolg dat er zich binnenlandse migraties voordoen, vertrekkend vanuit het motto: het bedrijfsleven is beter dan het oude leven. Op deze maatschappelijke veranderingen zijn er twee systemen die er handig op inspelen: het liberalisme en het marxisme.
I. Liberalisme
Het liberalisme beschouwt de mens als een goed wezen dat vrijheid nodig heeft. Vrijheid zorgt er namelijk voor dat alles goed gaat en dat er geen maatschappelijke plichten meer zijn ten opzichte van elkaar. Het liberalisme draait rond de �messianistische� gedachte van de invisible hand(1). De mens is dus niet langer verantwoordelijk voor de maatschappij, maar voor zichzelf. Een gedachte die dwars tegenover de geordende maatschappij staat.
De bevrijdde mens wordt beschouwd als een �homo economicus�, een wezen dat enkel dingen doet uit louter economisch winstbejag. In deze maatschappij primeren economie en vrijheid. Er ontstaat een zodanige afkeer van regels en wetten dat het verenigingsleven drastisch ingeperkt wordt omdat die de persoonlijke vrijheid beperken door hun eigen regels op te leggen aan hun leden. Een voorbeeld hiervan is het verbod op de vakbonden, een beleid dat niet overal even streng werd doorgevoerd.
Het liberalisme faalt op alle vlakken. Er is geen culturele verbondenheid meer en de gewone man in de straat lijdt het er het hardst onder. Een voorbeeld hiervan is de 19e gordel in Gent. Dit is een wijk waar vroeger de arbeiders woonden. Dat dit falen een reactie moest veroorzaken blijkt uit de opkomst van het socialisme.
II. Socialisme
Men dient eerst een onderscheid te maken tussen twee vormen van socialisme: het pre-Marxisme en het Marxisme. Het pre-Marxisme is in beginsel utopisch en zelfs anarchistisch. Twee voorbeelden van deze socialisten zijn Emile Moison en De Paepe die beiden socialistisch en flamingant zijn. De laatste schrijft gedichten waarbij hij telkens naar de Vlaamse Strijd verwijst. Beide heren maken ook deel uit van de I� Internationale en daar wordt een tekst afgeleverd die zegt dat ze dromen van �een maatschappij verenigd rond taal, cultuur en ras.�
Het Marxisme daarentegen draait rond twee pijlers: een ontworteld proletariaat en het historisch materialisme. Marxisme is een ideologie die de miserie van de arbeiders naar voren brengt en er een gehele theorie rond opbouwt. Marx was ge�nspireerd door het liberalisme en zijn Joodse godsdienst. De mens wordt in het Marxisme ook beschouwd als een alleenstaand individu dat geen culturele en etnografische belangen mag kennen. Op dit punt loopt hij gelijk met het liberalisme. Volgens Marx zijn revoluties altijd mechanisch ge�nspireerd en dus heeft het geen zin om er tegen in te gaan, want de lagere klassen zullen altijd strijden om de hogere klassen omver te werpen tot er geen klassen meer zijn (dit is de klasseloze maatschappij). Het Marxisme draagt in zich dus ook een �messianisme� dat parallel loopt met het liberalisme: de klasseloze maatschappij. Enkel noemen zij het zo niet, maar wel �De Grote Avond�, waarbij er geen maatschappij meer is. Deze boodschap wordt uitgedragen als een soort godsdienst, een messianisme dat veel verder gaat dan het liberalisme. Ook voor hen staat de culturele verbondenheid in de weg van de revolutie.
Het Marxisme gelooft meer dan het liberalisme in de maakbare �homo economicus�. Leiders die het Marxisme aanhangen zijn daarom geneigd tot massamoorden en genocide omdat de mens beschouwd wordt als een louter economische factor. Vanuit hun godsdienst van de klasseloze maatschappij worden tegenstrevers beschouwd als de duivel die het goede, zijnde het Marxisme, willen vernietigen. Daarom moet men de tegenstrevers uitroeien. Een voorbeeld hiervan in de Russische anarchist Bakunin die door Marx werd uitgespuwd.
Eeuwwisseling
Op het einde van de 19e eeuw begonnen verschillende mensen een andere weg te zoeken dan het Marxisme of het liberalisme. De pauselijke encycliek Rerum Novarum kan beschouwd worden als een document met solidaristische betekenis. De term solidarisme zal voor het eerst gebruikt worden door de Duitser Willem Pesch, hoewel er nog geen enkele uitwerking bestaat van het systeem dat solidarisme zal heten.
Rond de eeuwwisseling (voor 1914) beginnen intellectuele Marxisten een andere weg in te slaan. Velen van deze mensen bekeren zich bijvoorbeeld naar het Christendom omdat ze door het Marxisme geen spiritualiteit in hun leven hebben. De voorheen Marxistische intellectuele elite zal allerlei theorie�n naast elkaar zetten en besluiten dat ze een andere weg moeten inslaan. Een voorbeeld hiervan is Ren� de Clerq die van socialist evolueert naar nationalist.
1920 � 1930
Na de Eerste Wereldoorlog hebben de jongen oud-strijders een zodanige afkeer gekregen van de bourgeoisie, die verantwoordelijk was voor deze Oorlog, dat ze kiezen voor de revolutionaire gedachte. Dit zal het begin zijn van het communisme en het fascisme. Doordat heel de middenklasse een afkeer heeft gekregen van de hogere klasse, zijn beide stromingen dan ook overal aanwezig zodat intellectuelen met beide in contact komen.
Braziac, een Franse schrijver, vertelt hoe zijn rechtse vrienden met gestrekte arm elkaar groetten, terwijl zijn linkse vrienden dat deden met een geplooide arm. Het is Mussolini die vanuit een extreem-linkse achtergrond het fascisme beschouwt als een nationalistische versie van het socialisme. En het zal Van Severen zijn die de bolsjewistische revolutie in Rusland met een blij gemoed zal begroeten. Al deze rechts-revolutionairen bouwen het solidarisme verder uit.
Wat is solidarisme?
Het solidarisme beschouwt de mens als een individu met een nood aan vrijheid, maar die ook moet kunnen functioneren binnen een maatschappij die hij verder mee kan opbouwen. Er bestaat immers geen volledige mens als die niet kan meewerken aan een maatschappij en als die geen voeling heeft met die maatschappij. De mensen moeten hun verantwoordelijkheid opnemen ten opzichte van elkaar en de maatschappij, en dit gebaseerd op een normengevoel dat de mens binnen de gemeenschap aangeleerd krijgt.
De Franse anarchist Proudhon zei dat eigendom diefstal is. Joris Van Severen zegt daarop dat eigendom dienst is, een verantwoordelijkheid. Hoe meer eigendom men heeft, hoe meer verantwoordelijkheid men heeft ten opzichte van de anderen in de gemeenschap. Iedereen moet in staat zijn om zijn plicht ten aanzien van de anderen te vervullen. Mordrel zegt dat de sterke het recht heeft om bij te zitten aan de ronde tafel, maar de arme heeft even veel recht om bescherming te krijgen van die sterkere omdat die meer verantwoordelijkheid kan dragen. Het solidarisme begint dus over heel de wereld want iedereen is een mens dus kan er ook solidariteit zijn met andere volkeren, hoewel solidarisme in se eigenlijk begint bij het eigen volk om dat zo verder te verspreiden naar de hele wereld. In een maatschappij gebaseerd op solidarisme betekent 1 en 1 niet 2, maar biedt het volk een meerwaarde aan die maatschappij omdat ze tegenover elkaar hun verplichtingen vervullen. En omdat elk volk een verplichting heeft ten opzichte van heel de wereld is het dus een noodzaak dat dit volk blijft bestaan.
Tot slot: is het solidarisme een utopie en is het haalbaar? Het is zeker niet minder dan het liberalisme en het marxisme een utopie, maar het is zeker wel haalbaar. Een voorbeeld voor een modern solidarisme is het Zwitsers leger waarin elke man tussen de 18 en de 45 elk jaar drie maanden dienst doet. Een maatschappij vervuld van solidariteit moet organische ontstaan en is het enige alternatief voor een communistische of een liberale markt!
(1)Voor de eerste keer gebruikt door de Schotse econoom Adam Smith in zijn werk �An inquiry into the wealth of nations�. Deze theorie zegt dat door het individuele belang na te jagen er een collectief goed voor de maatschappij ontstaat.