Uittreksel uit 11-juli-rede van Lodewijk Dosfel in 1913
11 juli, aldus Dosfel, is geen feest van haat, maar van liefde. “Wij hebben alle volken lief, maar met ons eigen volk zijn wij vast gesmeed in lief en leed. Wij eren alle talen, omdat in elke taal mensen hebben uitgejubeld het schoonste en het hoogste van hunne zielen, omdat in iedere taal moeders de ogen hunner kindertjes toezingen en liefdewoorden ruisen onder de eiken of linden of palmbomen. ...
Alle talen hebben recht op leven, door het feit dat ze bestaan, recht op volledige organische ontwikkeling in volkomen bloei. Wij leren zoveel talen als mogelijk is. Wij willen kennis van vreemde talen verspreiden, maar niet ten koste van het bestaan der onze, noch ten koste van de normale ontwikkeling der kinderen noch in strijd met de gezonde pedagogische beginselen.
Wij beminnen onze taal, eenvoudig omdat ze de onze is. Is ze mooi? Ik vind ze mooi, omdat ik ervan houd. Wij vragen ons niet af of onze moeder mooi is. Over heel de wereld zegt de stem der natuur: eerbied voor uw moedertaal. In Vlaanderen echter zijn daartoe wetten nodig.
Wij vieren niet de nederlaag van Frankrijk, en onze zegepraal, maar alles wat Vlaanderens grootheid uitmaakte in het verleden. De grootheid van Vlaanderen was de grootheid van de Vlaamse mensen. Zijn die groter dan de mensen uit andere landen? Ik weet dat niet, maar ik vind ze groter, omdat ik Vlaming ben.â€
Uit BRUYNE, D., A. (1967), Lodewijk Dosfel 1881-1925 – kultuurflamingant, aktivist, nationalist, p.129