De Franse nationalistische beweging van de afgelopen honderd jaar is nog ingewikkelder dan de geschiedenis van Frankrijk zelf. Zowat alle strekkingen zijn in ruime mate vertegenwoordigd, katholiek en heidens, nationaal-revolutionair en paleo-conservatief… Maar ook iets waar we hier in Vlaanderen minder last van hebben en in Frankrijk wellicht de grootste verdelende factor inhoudt: Het communautaire.
De een wil het land opdelen, de ander confederaliseren en nog een ander juist zo sterk mogelijk centraliseren. Opmerkelijk is overigens hoe het Front National, dat uitdrukkelijk voor centralisering is, zo’n goede banden heeft met het Vlaams Belang.
Alleszins ligt het er al een tijdje bovenarms op in Frankrijk. De verdeeldheid is sinds het aanbreken van de 21ste eeuw in spoedtempo toegenomen en het einde van de tunnel is, ondanks een paar hoopvolle evoluties, nog niet in zicht. Om mijn visie voor de Franse staat hier niet zomaar als buitenlander vooringenomen te lopen verkondigen, heb ik bij deze een passage vertaald uit een boek waar al meer uittreksels van te vinden zijn op nationalisme.info, en waar ik me redelijk mee kan identificeren.
Metamilitant
Nationaal Censor
Wat moet volgens u, gezien de huidige politieke conjunctuur, de positionering zijn van een grote, populaire en identitaire beweging in Frankrijk?
Men heeft nood aan moed. En dan nog wel vooral intellectuele moed. Dit houdt in ons niet in oude schema’s te laten vervallen. Deze schema’s kunnen heel comfortabel zijn, omdat men ze gewoon is, maar ze moeten wel steeds in vraag gesteld worden daar we onderhevig zijn aan evoluerende mentaliteiten en houdingen.
Ik zal een voorbeeld geven, expres een beetje provocatief, namelijk de referentie naar de natiestaat. Tot vandaag aanwezig, traditioneel gezien, omdat wanneer we een woord als ‘nationaal’ of ‘nationalist’ gebruiken, we verwijzen naar het model van de natiestaat, sterk gecentraliseerd, sterk unificerend, tot het punt waarop de verschillen vervagen, waarop het systeem ze zelfs systematisch wil uitwissen (“il est interdit de cracher par terre et de parler bretonâ€, zeiden de ‘educatieve’ panelen in de klaslokalen van de Derde Republiek). Een dergelijk schema is in feite zeer geïnspireerd door de ideologie van de Verlichting, omdat hij de pretentie heeft de realiteit zelf te scheppen, desnoods met kracht. Een oude manie, gezien Karel Martel, om de zielen van de Saxen van het platteland te redden, hen de keuze bood, in een beroemd edict van 785, tussen doop en doodstraf.
Frankrijk, in vergelijking met de andere Europese landen, heeft sinds lange tijd een hypercentralisatie gekend, welke zich vandaag vertaald hebben in een zeer Frans fenomeen, namelijk de disproporties tussen de Parijse agglomeratie en de regio’s. Het fenomeen is des te voelbaar voor sommige regio’s, geraakt door een verzwakking van de vitaliteit, van de eigenheid, tot een geografisch gebied welke men terecht een “een Franse woestijn†kan noemen. Dit vertaalt zich in een spectaculaire wijze wat betreft transport en logistiek: Het is normaal via Parijs te gaan om naar de andere kant van Frankrijk te reizen met de trein. Men kan hetzelfde zeggen over de wegen. Hier is een erfenis te zien welke we vaak als jacobijns bestempelen, gezien dit alles dateert van de enige Franse revolutie.
Men moet zich eraan herinneren, dat deze centraliserende wil, in nadele van diversiteit en provinciale rijkdom, heel lang geleden reeds ontstaan is. De monarchie, in ieder geval de absolute monarchie sinds de 16de eeuw – welke sommigen idealiseren door een deel van deze geschiedenis over te slaan – hebben de weg geplaveid voor deze jacobijnse ideologie.
Desondanks zijn de identitaire bewegingen levend gebleven en zijn gemotiveerd voor een herbevestiging. Dit verschilt natuurlijk van regio tot regio. Maar de identitairen van de Elzas, Bretagne, Corsica of Baskenland hun bestaansrecht ontzeggen is een absurditeit en daarbij een impasse. Hoe het recht geven aan deze en andere identiteiten, in welke vorm? Met welke beperkingen? Geweten dat dit debat in andere Europese staten ook gaande is, zoals Spanje, België, Italië (en deze lijst is dan nog beperkt). Hier is, geloof ik oprecht, een grote vraag, een groot politiek mijnenveld waarin men de moed moet hebben hierover na te denken, te debatteren en standpunten uit te wisselen.
Ik geloof dat de MNR zijn originaliteit en zijn potentieel naar de toekomst moet aantonen in het politieke landschap door een eerlijke, heldere en moedige houding tegenover grote vragen die rechtstreeks te maken hebben met de ideeën die we kunnen, zelfs moeten, hebben in het Frankrijk van morgen. In de voorstellen die een innoverende politieke beweging moet maken, vandaag, moet men de huidige staat van Frankrijk niet als uitgangspunt nemen, met al haar verstarde instellingen zoals links en rechts. Men moet een prospectief voor ogen nemen, groots denken. Men moet zaken die onterecht als vanzelfsprekendheid zijn gaan gelden in vraag stellen. De jacobijnse visie moet in vraag gesteld worden, indien we mensen willen aantrekken die zich nog niet in onze strekking kunnen terugvinden, omdat ze geloven dat we ons rekenen tot het systeem, maar wel verleid kunnen worden door een conceptuele moed welke zich in het politieke terrein vertaalt.
Wat ik hier zeg over het regionale vraagstuk geldt ook voor de Europese. Laten we duidelijk maken dat we voor een Europese confederatie zijn welke zich berust op de erkenning en bevestiging van de Europese volkeren. Het Europa van 100 vlaggen? Misschien zelfs een beetje meer. In ieder geval een het Europa van organische volkeren.
p. 52-54
Pierre Vial, in Une Terre, Un Peuple, DÉFI, 2000
[vertaald]