Albrecht Rodenbach, geboren te Roeselare in het jaar 1856, was de oudste van tien kinderen. Hij stamde uit een burgerfamilie. Na de lagere school volgt hij les aan het Klein Seminarie, waar zijn Vlaamsgezindheid groeide. Hugo Verriest had hierbij een grote invloed op hem. Deze had een grote invloed op zijn leerlingen, en dus ook op Rodenbach. Verriest zelf had les gehad van Guido Gezelle, die voor hem een groot voorbeeld was geweest. Hij wou zijn eigen leerlingen in de geest van Gezelle opleiden. Vrijheid, verantwoordelijkheid en christendom waren daarbij zeer belangrijk. Hij vulde dit aan met zijn eigen grootmenselijkheid, zijn breeddenkendheid en zijn politiek engagement. Hij was een flamingant en streefde voor het lesgeven in het Nederlands in het onderwijs in Vlaanderen.
Tijdens het schooljaar 1874-75 kwam het tot een conflict tussen leerlingen van Verriests Poësisklas en de Fransgezinde directeur. Deze leerlingen weigerden Franse liederen te zingen op het schoolfeest en zongen in de plaats daarvan een lied dat Rodenbach had geschreven: ‘Nu het lied der Vlaamse zonen’. Hierbij hoorde de strijdkreet "Vliegt de blauwvoet, storm op zee". Deze actie kreeg de naam "De grote stooringe" en was de start van de zogenaamde "Blauwvoeterie”. De tekst van dit lied had Rodenbach gebaseerd op een roman van Hendrik Conscience: de Kerels van Vlaanderen. Hierin is ook de reeds bovenvernoemde strijdkreet letterlijk te vinden. De Kerels van Vlaanderen gaat over de strijd tussen de zeelui (het woord ‘de kerels’ in de titel van het boek refereert naar deze zeelui) die zichzelf ook wel Blauwvoeten noemden, en de Isengrims. Hendrik Conscience, , had zich ook op een tekst gebaseerd, namelijk op de Histoire de Flandre van Joseph Kervyn de Lettenhove. Deze Histoire vertelt het waargebeurde verhaal van de strijd tussen de Veurnse families Blauvoet en Ingrekin tijdens de 12de eeuw.
(De Kozakken steken veel jolijt in het schrijven van de brief aan de Turkse Sultan.)
Alle theorie ten spijt, vraagt het in de loop der geschiedenis momenten waarop men beter blijk kan geven van de afkeer, dan van diplomatie en rede. Het is niet voor niets dat Generaal McAuliffe zijn "Nuts" na bijna 65 jaar nog even vers in de oren klinkt. Of wat te denken van na een paar millennia nog altijd bekend te zijn met de kreet van 300 Spartanen, "Molon Labe". Men moet niet altijd alles willen verantwoorden, soms is de ander helpen herinneren hoe de verhoudingen ook alweer lagen beter met een kleurrijke "Njet".
En daarom, om bij de gedachte van deze week ook eens een humoristische toon te slaan, kijken we naar het lichtend voorbeeld van Oekraïense Kozakken. In 1676 waren deze in een oorlog met de Ottomanen verwikkeld en net nadat de Kozakken een slag tegen hen gewonnen hadden, stuurt de Turkse Sultan alsnog een eis tot overgave. De Kozakken besloten toen een nogal 'origineel' antwoord te geven, waarbij ze de boodschap en eretitels van de Sultan parodieerden in wat later bekend zou staan als De Kozakkenbrief:
***
Thou Turkish Devil!
Brother and companion to the accursed Devil, and Secretary to Lucifer himself, Greetings!
What the hell kind of noble knight art thou? Satan voids and thy army devours. Never wilt thou be fit to have the sons of Christ under thee. Thy army we fear not, and by land and by sea in our chaikas we will do battle against thee.
Thou scullion of Babylon, thou beer-brewer of Jerusalem, thou goat-thief of Alexandria, thou swineherd of Egypt (both the Greater and the Lesser), thou Armenian pig and Tartar goat. Thou hangman of Kamyanets, thou evildoer of Podolia, thou great silly oaf of all the world and of the netherworld and, before our God, a blockhead, a swine's snout, a mare's ass, and clown of Hades. May the devil take thee!
That is what the Cossacks have to say to thee, thou basest born of runts! Unfit art thou to lord it over true Christians!
The date we know not, for no calender have we got. The moon [month] is in the sky, the year is in a book, and the day is the same with us here as with ye over there—and thou can kiss us thou knowest where!
Vandaag de dag lijkt het er wel op dat als je kunst wilt maken, of kunstenaar wilt zijn, je links-progressief moet wezen. En Vlaamsgezind al zeker niet. Althans toch in ons landje ‘België’. Ik denk maar aan groepen als Deus en evenementen als de 01/10 concerten. Ik denk aan het feit dat de onderwerpen steevast ‘tegen de kapitalistische/rechtse/conservatieve maatschappij’ of ‘tegen discriminatie’ of ‘tegen de opkomst van extreem-rechts’ zijn. Maar kunst hoeft niet links progressief te zijn. Ja, kunst mag en kan maatschappij kritisch zijn, maar heeft links daar dan het monopolie op? Moet je links zijn om kunst te maken? Is Vlaams nationalisme dan ook niet maatschappij kritisch en revolutionair? We mogen als NSV’ers niet vergeten dat er ook bekende rechtse/Vlaamsgezinde kunstenaars bestaan. Inderdaad, ook van eigen bodem…
"Aangezien de kunst niet langer het voedsel van het beste is, kan de kunstenaar zijn talent gebruiken voor al zijn fantasieën en dagdromen. Alles staat een intellectueel bedrog toe. Het volk vindt in de kunst trots noch verheffing. Maar de geraffineerden, de rijken […] zoeken in ons iets nieuws, zeldzaamheid, originaliteit, aanstootgevendheid. Sinds het kubisme, ja eerder zelfs, heb ik alle critici met de talloze kladwerken tevredengesteld, welke me op het moment te binnen schoten en welke zij meer bewonderden naarmate ze er minder van begrepen. Door deze spelletjes en raadsels heb ik me snel beroemd gemaakt. En roem betekent voor de kunstenaar: verkoop, vermogen en rijkdom.
Ik ben vandaag niet enkel beroemd, maar ook rijk. Wanneer ik echter alleen ben met mezelf, kan ik me niet als kunstenaar beschouwen, in de ware zin van het woord. Grote schilders waren Giotto, Titiaan, Rembrandt en Goya. Ik ben slechts een lolbroek, die zijn tijd begreep en al het mogelijke uit de domheid, lust en ijdelheid heeft gehaald.â€
Jan Frans Willems, de vader van de Vlaamse Beweging, en Jan Frans Willems, verzamelaar van Vlaamse volksliederen. Waarom hield deze grote voorman in de strijd voor de Vlaamse ontvoogding zich bezig met volksliederen?
Omdat het volkslied, ondanks het feit dat het nog bestaat, een zekere dood tegemoet gaat. Iedereen die dit leest moet voor zichzelf maar eens nagaan hoeveel volksliederen hij of zij nog kent. En hoeveel worden er nog gezongen? Door het volkslied te laten vallen gaat een hele brok kultuur verloren. En wat krijgen we in de plaats? Een hit die nog slechts een levensduur kent van 14 dagen i.p.v. een lied dat eeuwen oud werd.
Nu weet u echter nog steeds niet welk verband er bestaat tussen het eenvoudige volkslied en de Vlaamse strijd. Het antwoord kent u, wanneer de rest niet ongelezen blijft.