“[D]e industrie is niet alleen de toepassing van de wetenschap, toepassing waarvan die laatste – op zichzelf – totaal onafhankelijk zou moeten zijn. Zij wordt er de bestaansreden en de rechtvaardiging van, zodanig dat hier nogmaals de normale betrekkingen omgekeerd blijken te worden. Datgene waarop de moderne wereld al haar krachten heeft toegepast, zelfs wanneer ze heeft beweerd aan wetenschap op haar manier te doen, is in werkelijkheid niets anders dan de ontwikkeling van de industrie en het ‘machinisme’. En door zo de materie te willen beheersen en haar naar hun gebruik te buigen zijn de mensen er alleen in geslaagd zich er de slaven van te maken. Zoals we in het begin zeiden: niet alleen hebben ze hun verstandelijke (als het nog toegelaten is zich van dat woord te bedienen in een dergelijk geval) ambities beperkt tot het uitvinden en bouwen van machines, maar ze zijn uiteindelijk zélf machines geworden. Inderdaad, de ‘specialisatie’ – zo geroemd door bepaalde sociologen onder de naam ‘arbeidsverdeling’ – heeft zich niet alleen opgedrongen aan geleerden, maar ook aan technici en zelfs aan arbeiders, en voor die laatsten is elke verstandelijke arbeid op die manier onmogelijk gemaakt. Heel anders dan de ambachtslui van vroeger, zijn zij niets anders dan de bedieners van machines. Zij vormen als het ware één geheel ermee. Zij moeten onophoudelijk – op een volledig mechanische manier – bepaalde gedetermineerde bewegingen herhalen om het minste tijdverlies te vermijden. Altijd dezelfde en altijd volbracht op dezelfde manier. Zo willen het tenminste de Amerikaanse methodes die aanzien worden als de hoogste graad van ‘vooruitgang’. Inderdaad, het gaat er alleen om zoveel mogelijk te produceren. Men bekommert zich weinig om de kwaliteit, het is enkel de kwantiteit die belangrijk is. We komen eens te meer terug op dezelfde vaststelling die we al gemaakt hebben in andere domeinen: de moderne beschaving is waarlijk wat men een kwantitatieve beschaving kan noemen, wat niets anders is dan een andere manier om te zeggen dat zij een materiële beschaving is”.
“Dat plengoffer na een met succes overleefde veldslag behoort tot de mooiste herinneringen van veteranen. Zelfs als er van de twaalf tien gesneuveld waren, gingen die laatste twee zonder mankeren op de eerste verlofavond samen aan de drank, hieven zwijgend een glas op hun dode kameraden en bespraken op een schertsende toon hun gezamenlijke belevenissen. In die mannen leefde iets wat enerzijds de gruwelijkheid van de oorlog benadrukte, maar die anderzijds ook op een hoger plan bracht – het wezenlijke genoegen van het gevaar, de ridderlijke drang zich te bewijzen in het gevecht. In de loop van vier oorlogsjaren kristalliseerde zich door het vuur een steeds zuiverder, steeds vermeteler soldatenaard uit. ” (1)
"De nieuwe mens is nog aan het evolueren. Inderdaad, hij is niet zichtbaar voor iedereen, daar hij niet van het drukke centrum komt welke voortdurend de aandacht van het publiek trekt, maar van de stille rand. Elke nieuwe kracht welke gemaakt is om het einde van een tijdperk teweeg te brengen en dit ook gedaan heeft, kwam van de rand van dat tijdperk met al haar dominante waarden en pseudo-waarden. Het is in de momenten van de grootste crisis, in het opstaan van het nieuwe, dat de 'buitenstaanders' hun speciale functie opnemen voor een nucleus te vormen welke het nieuwe centrum zal uitmaken, waarrond de komende wereld zich vanaf dat moment zal ordenen."
E. Gunther Grundel, The Mission of the Young Generation
"De deugdelijkheid van de eigen identiteit in een kwaad daglicht stellen en als racisme bestempelen, is een opvallend voorbeeld van verstandsverbijstering van de rede."
« Gedurende de eeuwen waarin de inzet tot rijping kwam, om uiteindelijk te culmineren in het Rijk, zei men niet "Tegen de Moren" maar "Sint-Jacob en laat ons Spanje oprichten!", welke een oproep tot strijd was, tot offensief. Wij, discipels van deze school, wij zijn niet van plan "Weg met dit, weg met dat!" te roepen. Wij verkiezen "Sta op! Spanje sta op!"... Spanje één, groot, vrij... en niet Spanje ontmoedigd en arm. »
"Het is maar goed dat de mensen van de natie ons bancair en monetair systeem niet begrijpen, zouden ze dat wel doen, dan geloof ik dat er voor morgenochtend een revolutie zal zijn."
~Henry Ford
Is het niet treffend dat een wel zeer doorslaggevend aspect van de maatschappij gewoon niet meer ter sprake komt in de politiek? Namelijk ons economisch systeem op zich?
"Aangezien de kunst niet langer het voedsel van het beste is, kan de kunstenaar zijn talent gebruiken voor al zijn fantasieën en dagdromen. Alles staat een intellectueel bedrog toe. Het volk vindt in de kunst trots noch verheffing. Maar de geraffineerden, de rijken […] zoeken in ons iets nieuws, zeldzaamheid, originaliteit, aanstootgevendheid. Sinds het kubisme, ja eerder zelfs, heb ik alle critici met de talloze kladwerken tevredengesteld, welke me op het moment te binnen schoten en welke zij meer bewonderden naarmate ze er minder van begrepen. Door deze spelletjes en raadsels heb ik me snel beroemd gemaakt. En roem betekent voor de kunstenaar: verkoop, vermogen en rijkdom.
Ik ben vandaag niet enkel beroemd, maar ook rijk. Wanneer ik echter alleen ben met mezelf, kan ik me niet als kunstenaar beschouwen, in de ware zin van het woord. Grote schilders waren Giotto, Titiaan, Rembrandt en Goya. Ik ben slechts een lolbroek, die zijn tijd begreep en al het mogelijke uit de domheid, lust en ijdelheid heeft gehaald.”
[…] "Wat in feite geleid heeft tot een ontzetting, werd van beweerd een ‘stap voorwaarts’ te zijn. Na eeuwen van ‘slavernij’, wilde de vrouw zichzelf zijn en doen wat ze zelf wil. Maar dit zogeheten feminisme is er niet in geslaagd een eigen persoonlijkheid te creëren, behalve dan het na-apen van de mannelijke. Vrouwen met deze eisen herbergen in feite een fundamenteel gebrek aan zelfvertrouwen, alsmede de onbekwaamheid te functioneren als een echte vrouw, en niet als een man. Door dit misverstand is de moderne vrouw haar traditionele rol gaan beschouwen als onterend en trekt ze aldus in het defensief wanneer ze ‘uitsluitend als een vrouw’ behandeld wordt. Dit was het begin van een verkeerde evolutie; hierdoor wilde ze wraak nemen, haar ‘waardigheid’ heroveren, haar ‘echt potentieel’ tonen en in concurrentie met de man in zijn mannenwereld treden.