Vandaag de dag lijkt het er wel op dat als je kunst wilt maken, of kunstenaar wilt zijn, je links-progressief moet wezen. En Vlaamsgezind al zeker niet. Althans toch in ons landje ‘België’. Ik denk maar aan groepen als Deus en evenementen als de 01/10 concerten. Ik denk aan het feit dat de onderwerpen steevast ‘tegen de kapitalistische/rechtse/conservatieve maatschappij’ of ‘tegen discriminatie’ of ‘tegen de opkomst van extreem-rechts’ zijn. Maar kunst hoeft niet links progressief te zijn. Ja, kunst mag en kan maatschappij kritisch zijn, maar heeft links daar dan het monopolie op? Moet je links zijn om kunst te maken? Is Vlaams nationalisme dan ook niet maatschappij kritisch en revolutionair? We mogen als NSV’ers niet vergeten dat er ook bekende rechtse/Vlaamsgezinde kunstenaars bestaan. Inderdaad, ook van eigen bodem…
De Reactionair is vandaag een passagier, die zich met woorden tot schipbreuk leidt.
Links en rechts strijden enkel om het bezit van de industriegezelschap. De Reactionair voorziet haar dood.
De romantiek is het jeugdig gestamel van de Reactie, de Reactie is het rijpe diktaat van de romantiek.
De Reactionair streeft niet het nutteloze herstel van het verleden na, maar juist de onwaarschijnlijke breuk van de toekomst met dit uitzichtloos verleden.
Wij moeten met eender welk wapen vanuit eender welke struik op eender welk modern idee dat op onze weg komt schieten.
De ecologie is het herdersspel van de strikte Reactionaire teksten. (“Die Ökologie ist die Schäferspielfassung des strengen reaktionären Textes.“ – nvdr.)
De politieke erfenis van links is de lievelingslectuur van de Reactionair.
Welke in de Reactionaire houding constructieve kritiek mist, vergeet diens nobele functie, welke de duidelijke verkondiging van onze weerzin is.
Na het lezen van een Reactionair boek is de lezer minder verontwaardigd als voorheen.
Het ideaal van de Reactionair is geen paradijselijk gezelschap.
Het is de idee van de vredestijd van Oud-Europa – voor de demografische, industriële en democratische catastrofe.
Het is de hoegenaamd niet de eigenlijke waarde van economie of seksualiteit, welke de Reactionair bestrijdt, maar juist de economische of seksuele aard van de waarde zelf.
De Reactionair rekruteert bij de eerste rijen toeschouwers van een Revolutie.
De Reactionair heeft buiten de bewondering, geen model.
De communist heeft kapitalisme met een Oedipuscomplex.
De Reactionair beschouwt hen enkel met xenofobie.
Het progressief denken ontspringt uit het geloof in onze meerderheid.
Het Reactionair denken uit het bewust zijn van onze creativiteit.
Enkel een overduidelijk talent krijgt het voor elkaar, dat men de Reactionair zijn ideeën vergeeft, aangezien men door de ideeën van links, zijn gebrek aan talent vergeeft.
De Reactionair probeert meerderheden te overtuigen, de democraat enkel mits er het verwerven van vreemde zaken tegenover staat.
De drie grootste Reactionaire ondernemingen van de moderne geschiedenis zijn: Het Italiaanse humanisme, het Franse classicisme en de Duitse romantiek.
Het verval dat de Reactionair toejuicht, is geen historische epoch, maar een concrete norm. Wat Reactionairen door de eeuwen heen bewonderden, is niet de immer miserabele werkelijkheid, maar juist de eigenaardige norm, die niet gevolgd wordt.
Wanneer een Reactionair van “onafwendbare terugkeer” spreekt, moeten we niet vergeten, dat de Reactionair in duizendtallen rekent.
Ondertussen wordt ons de taak toevertrouwd te verhinderen dat de graffiti lost, die onze voorgangers op de wanden van deze kerkers achtergelaten hebben.
Ik behoor geen wereld toe, die ondergaat.
Ik verlang naar en verkondig een waarheid, die niet sterft.
Nicolás Gómez Dávila
Een stukje proza over de karaktertypering van Dávila's Reactionair.
Kom met me mee. Laat me je leiden door de donkere steegjes van het oude Londen, waar ratten en stadsvossen vechten voor rottende overblijfselen van shish kebab. En waar vuile duiven pikken van hoopjes technikleur overgeefsel en gal. Chipsverpakkingen, dansen in de wind zoals vaandels van overgave, worden aan de kant geschoven door het geslenter van een halfkale inwoner, welke door een tienermoeder op Brixton crack en dop wordt vooruitgeduwd. Haar weggetrokken lippen en fronsend gezicht, gebeiteld in de harde achterbuurten van een sociale woonwijk, voortijdig oud en geflankeerd door ronde oorringen en een roze mobieltje. Geen opleiding. Geen benul. Geen toekomst.