“Dat plengoffer na een met succes overleefde veldslag behoort tot de mooiste herinneringen van veteranen. Zelfs als er van de twaalf tien gesneuveld waren, gingen die laatste twee zonder mankeren op de eerste verlofavond samen aan de drank, hieven zwijgend een glas op hun dode kameraden en bespraken op een schertsende toon hun gezamenlijke belevenissen. In die mannen leefde iets wat enerzijds de gruwelijkheid van de oorlog benadrukte, maar die anderzijds ook op een hoger plan bracht – het wezenlijke genoegen van het gevaar, de ridderlijke drang zich te bewijzen in het gevecht. In de loop van vier oorlogsjaren kristalliseerde zich door het vuur een steeds zuiverder, steeds vermeteler soldatenaard uit. ” (1)
"De nieuwe mens is nog aan het evolueren. Inderdaad, hij is niet zichtbaar voor iedereen, daar hij niet van het drukke centrum komt welke voortdurend de aandacht van het publiek trekt, maar van de stille rand. Elke nieuwe kracht welke gemaakt is om het einde van een tijdperk teweeg te brengen en dit ook gedaan heeft, kwam van de rand van dat tijdperk met al haar dominante waarden en pseudo-waarden. Het is in de momenten van de grootste crisis, in het opstaan van het nieuwe, dat de 'buitenstaanders' hun speciale functie opnemen voor een nucleus te vormen welke het nieuwe centrum zal uitmaken, waarrond de komende wereld zich vanaf dat moment zal ordenen."
E. Gunther Grundel, The Mission of the Young Generation
§ 18. Antieke Trots – […] Een Griek van edele afkomst trof tussen zijn hoogte en die uiteindelijke laagte een dergelijke afstand aan, zulke ontzaglijke tussenstadia, dat hij de slaaf nauwelijks nog duidelijk kon zien: zelfs Plato heeft hem niet goed meer gezien. Met ons is het anders: gewend als wij zijn aan de leer van de gelijkheid der mensen, zij het dan ook niet aan de gelijkheid zelf. […] (Friedrich Nietzsche, De Vrolijke Wetenschap)
‘Vrijheid’ en ‘Gelijkheid’. Twee toverwoorden, twee slagzinnen, waarmee de revolutionairen van 1789 de Derde Stand mee zou bevrijden uit haar ketens. Ofschoon deze idealen de kroniek van een aangekondigde farce waren (1), worden zij tot vandaag gebruikt en vooral misbruikt door vele politieke stromingen. Te pas en te onpas worden zij gebruikt om het volk mee te paaien, maar eigenlijk weet niemand wat ermee bedoeld wordt.
Wij zijn uiteraard allen kinderen van de Verlichting, of we het nu willen of niet. Onze denkpatronen, onze rationalistische en nuchtere kijk op de maatschappij wordt voor een groot deel bepaald door de denkbeelden van bepaalde filosofen uit de 17de en 18de eeuw. Zij brachten begrippen als ‘vrijheid’ en ‘gelijkheid’ onder de aandacht en gaven er een specifieke wending aan. Wat betekenen ze eigenlijk in de moderne zin van het woord, en wat waren zij van betekenis voordat deze ‘modernen’ op de proppen kwamen met hun toverwoorden? Met andere woorden: wat was de betekenis van vrijheid en gelijkheid volgens traditionalisten?
Vaak merk ik bij beginnende (maar ook ervaren) nationalisten dat ze intellectueel potentieel en honger hebben, maar omdat hun levensstijl er niet naar is of ze gewoonweg niet weten hoe, dit niet ontplooien.
Welnu, normaal zie ik af van te concrete tips en verkies ik de algemene principes uiteen te zetten in de dingen des leven, maar dit geval lijkt toch wel een uitzondering waard. Daarom volgt hier een lijst praktische tips om het intellectueel potentieel te ontwikkelen zodat naast het Durven Denken ook het Kunnen Denken aan bod komt voor de afwisseling.
Voordat ik van start ga nog even de opmerking dat ik ongetwijfeld wat steekjes zal laten vallen. Voel u vrij dit via de reactiemodule van nationalisme.info te melden en ik zal na een tijdje een addendum schrijven zo nodig.
Het eerste deel van dit dossier eindigde met de boodschap de ondergang voor te bereiden door ons enkel nog op de beste elementen (onszelf incluis) te concentreren. Dit staat in schril contrast met de huidige tendens van ‘redde wat er te redden valt’ die zich binnen de beweging aftekent, en enige richtlijnen lijken dan ook aan de orde. Overigens, zelfs losstaande van het eerste deel zal deel 2 waarde hebben voor de echte nationalist. Hoe dan ook, de richtlijnen zijn voor de eenvoud en retentie ondergebracht in de lijfspreuk van Sven Hedin (1), namelijk ‘Voluntate et Labore’, oftewel, ‘Wilskracht en Arbeid’.
Als nationalisten zetten wij ons af tegen de ondergang van onze samenleving, maar wat maakt ons dat dan? Wij zijn niet progressief, zoveel weten we, wij hollen niet zomaar achter de toekomst aan. Maar we zijn toch ook niet als fossielen blijven steken in het verleden? Edmund Burke (1) gaf hier een mogelijke verklaring toen hij de samenleving beschreef als een partnerschap tussen doden, levenden en ongeborenen. Verleden, heden en toekomst tegelijk dus. Zo komen we tot de logische vraag, wat is tijd voor ons? Het antwoord ligt in de geschiedbeschouwing. Er bestaan hier twee grote stromingen binnen, die in dit deel (helder doch schandalig summier) besproken zullen worden. Daarna zal ik verderbouwen op mijn persoonlijke visie hieromtrent, maar het staat iedereen vrij er anders over te denken natuurlijk
Goede vrienden, Vlaamse patriotten en vooral commilitones, welkom
Commilitones dat zijn ook de NSV senioren onder ons, geen oude maar oud-studenten, waaronder verschillende stichters en leden van het eerste uur, allemaal prille 50 ‘tigers.Maar commilitones zijn in de 1e plaats de huidige studenten zowel van het mannelijke als het vrouwelijke geslacht. Deze laatsten werden vroeger porren genoemd, maar ik hoor van mijn kinderen, studenten, dat dit een term is die helaas zowat in onbruik dreigt te geraken.De term misschien wel, maar de grote aanwezigheid van porren op de NSV activiteiten, ook vanavond, is echter een fenomeen dat de tand des tijds duidelijk, gelukkig maar doorstaan heeft. Maar maak u geen zorgen, deze van mij onverwachte bedenking betekent niet dat ik hier vandaag de politiek correcte toer op ga.