In 1980 werd met haast-en-spoed (zelden goed uiteraard!) een ‘regionalisering’ door het parlement gejaagd. ‘Met de karwats’ werd toen gezegd. De volksvertegenwoordiging, of wat er moet voor doorgaan, wist niet eens duidelijk waarover het ging (er doen terzake enkele typische anekdotes de ronde!).
Eén ding staat vast: ze voldoet niemand. Voor de een gaat ze niet ver genoeg, voor de andere gaat ze veel te ver. Hoe dan ook: ze maakt dit land, ingevolge een ingewikkelde structuur, onbestuurbaar. Onregeerbaar door haar onduidelijke en elkaar overlappende bevoegdheden, waarin de chaos welig tiert.
De kernvraag is bij dit alles: wensen de taalgroepen in dit land eigenlijk nog wel samen te leven? Dat is een vraag die vooraf dient beantwoord te worden.
Maar met dien verstande dat men er dan tevens ook de vraag bij stelt: heeft één der partijen (of beide) wel écht zo veel te winnen bij de scheiding?
Het is ons opgevallen dat slechts zeer weinig burgers van dit land, buiten de milieus der extremen, daarop zo maar een positief antwoord durven geven. En daarom moet men nog niet eens met een verstarde ‘belgicist’ te doen hebben.
De Vlaamse beweging lijdt de laatste decennia aan een chronisch en nefast plat flamingantisme. Dit is niet meer dan een logisch gevolg van het anti-ideologisch en pragmatisch discours en hoewel ik weet dat ervaren individuen nog inhoud hebben, verandert dat hier niks aan. Toen de Vlaamse beweging dan ook een vergelijking tussen de onafhankelijkheid van Kosovo en de Vlaamse onafhankelijkheidsstrijd maakte, voelde ik mijn middageten terug opborrelen van oprechte walging (net als toen het ANZ de Oekraïense Oranjerevolutie aanhaalde twee jaar geleden overigens).
Maar nu we het er toch over hebben, de Kosovaarse onafhankelijkheid werd door EU & VSA toegejuicht en voor honderd procent gesteund. Mogen we hetzelfde voor Vlaanderen verwachten dan? Eens kijken naar een ander verhaal van (dit keer wél gerechtvaardigde) onafhankelijkheid:
Deze praktijk met bepaalde gewoontes van het verleden te breken, waar moet deze op toegepast worden?
Heb de moed te breken tot aan de grenzen van de logica. Laat me dit uitleggen.
Een belangrijke peiler van het MNR (Mouvement National Républicain), als ze wil kunnen overleven, is niet als een kloon van het FN ( Front National) naar buiten te komen. Anders kan men concluderen dat het MNR enkel van het FN verschilt op vlak van dat de mensen achter het MNR hun eigen politieke ambities willen verzilveren. De beste wijze om aan te tonen dat de mensen achter het MNR anders zijn en dat hun inzet niet te herleiden valt tot persoonlijke ambities, is door aan te tonen dat deze mensen alle risico op zich nemen. Ze hebben de keuze gemaakt ten koste van hun carrière, aangezien een Mégret of een Le Gallou in volle bewustzijn hun comfortabel statuut bij het FN opgaven.
Wat enkele doorslaggevende keuzes betreft moet men tevens aantonen dat er een nieuwe wind door blaast, een nieuwe aanvoer van zuurstof, om de geur van het verstarde discours te verjagen. Om een goede dag volledig te breken met het reactionaire, ouderwetse, verstijfde, achtergebleven, welke te vaak wat heet de ‘nationalistische milieus’ gekenmerkt heeft.
Sommige nationalisten onder ons tonen zeer weinig of zelf geen interesse in de volksnationalistische strijd buiten onze grenzen. Zij menen dat de Vlaams-nationalistische strijd zich moet beperken tot de eigen grenzen en zijn blijkbaar niet in staat om verder te denken dan het eigen volk. Het is dan ook maar de vraag of wij hen als nationalisten kunnen klasseren, de term “separatisten” is misschien veel beter van toepassing. Mensen die de afscheuring van Kosovo zien als een kans voor Vlaanderen, zijn niets beter dan het regime dat zij menen te bestrijden.
“Nationalisten” die menen dat de strijd van de Bretoenen, Schotten, Catalanen, Palestijnen, etc… voor de Vlaming niet interessant is omdat het “te ver weg” is, zijn niet veel intelligenter dan mensen die menen dat politiek een “ver-weg-van-mijn-bed-show” is. Ik vraag trouwens ook aan hen hoe zij denken ooit de strijd te winnen als zij niet dringend hun mentaliteit omdraaien en intervolksnationalistisch beginnen denken. Staatsnationalisten en andere elementen die vijandig zijn naar de volkeren van de wereld toe (kapitalisten en marxisten om er maar twee te noemen) zijn slim genoeg om internationaal te handelen en te denken. Tegenover het internationale front van het reactionaire staatsnationalisme moeten wij dan ook een vernieuwend, doch vasthoudend aan de tradities van elk specifiek volk, volksnationalisme plaatsen. Laten we de vijand bestrijden met de eigen wapens.
Hoeilaart is a disarmingly picturesque suburb just a few miles south of Brussels, complete with a multi-turreted town hall resembling a fairytale chateau, an annual wine festival and a rich history featuring prehistoric hunters, Roman armies, Augustinian monks and medieval dukes. But as Belgian politics finds itself paralyzed by the schism between the country's competing identities, tranquil Hoeilaart leaves no doubt as to its preference. Just last week, the town council voted to make proficiency in the Flemish language (a dialect of Dutch) a precondition for the purchase of land. "We are part of the Flemish region, and we want to keep our culture," says Mayor Tim Vandenput. "It is part of our history and it is part of our future."
De tijd van de grote superstaten is voorbij, een evolutie die sinds 1945 is ingezet en tot op de dag blijft verderduren. Vaak wordt het opsplitsen van grote staten in kleinere afgedaan als onrealistisch, economisch onhaalbaar, geopolitiek dom, etc... Maar�deze column van Gideon Rachman (Financial Times) is een zoveelste bewijs dat dat helemaal niet zo is. Gideon Rachman is de meest vooraanstaande columnist voor de FT met betrekking tot buitenlandse zaken.
Bartkus stelt zich in haar boek “The dynamic of secession” de vraag wanneer een bepaalde gemeenschap overgaat tot een mogelijke afscheiding van de staat waartoe ze verbonden is. Naast vier noodzakelijke elementen die aanwezig moeten zijn voor een afscheidingscrisis (onderscheiden gemeenschap, leiders, territorium en ontevredenheid; zie hieronder) is de timing tot het overwegen van zo een afscheiding belangrijk. De timing van het kiezen voor een mogelijke afscheiding hangt af van vier variabelen: (1) de opbrengsten van een verder gezet lidmaatschap in de breder bestaande politieke entiteit; (2) de kosten van zo een lidmaatschap; (3) de kosten van afscheiding en (4) de opbrengsten van afscheiding.
Op 11 november was de geopolitieke denker Alexander Doegin te gast in Antwerpen ter ere van het colloquium “Welk Europa morgen?” van de nieuw-rechtse Delta-Stichting, uitgeefster van het tijdschrift TeKoS (Teksten, Kommentaren en Studies). Een goede gelegenheid om het complexe denken van de Rus eens onder de loep te nemen.
Het boek The Size of Nations van Alesina en Spolaore (beide economen en hooglaren aan Amerikaanse Universiteiten, respectievelijk Harvard en Brown University) handelt zoals de titel van het boek reeds doet vermoeden over de ideale grootte van een land. Centraal in hun betoog staat de tegenstelling tussen schaalvoordelen en heterogeniteit. Zij zien een mogelijke afscheiding van een gemeenschap van de staat waartoe ze behoort als een afweging van die tegenstelling.
In het werk van Guillaume Faye – Pourquoi nous combattons in het bijzonder – dat ik nu enigszins kunstmatig moet verengen tot economie zijn de centrale begrippen: autarchie en organische economie. In zijn boek L’Archéofuturisme gaat hij dieper in op het begrip “economie met twee snelheden” (over een radicale verandering in de verhouding tussen landbouw en nijverheid), maar dat heeft deze redacteur (nog) niet kunnen lezen. Faye beschouwt zijn zienswijze zelf als een “derde weg” die zowel het liberalisme als het socialisme afwijst. Faye voorspelt ook dat het binnen enkele decennia tot een samenloop van ecologische, economische en etnische problemen zal komen (la convergence des catastrophes). Ik zal beginnen met een theoretische uiteenzetting van Fayes werk en vervolgens enkele van zijn praktische voorstellen toelichten.
Door vele wetenschappers wordt Haushofer het geopolitieke brein achter Hitler’s Lebensraumtheorie genoemd. Anderen houden het erbij dat zijn bijdrage eerder marginaal tot nihil was. Waar allen het over eens zijn is dat Karl Haushofer van geopolitiek een echte wetenschap heeft gemaakt. De interesse die hij in Duitsland voor het begrip ‘geopolitiek’ ontlokte, was overweldigend. Na de Tweede Wereldoorlog en het belang dat het begrip gespeeld heeft tijdens die periode is er een taboe gaan rusten op het begrip. Sinds de jaren zeventig werd de draad echter opgepikt en vandaag kan weer voluit over geopolitiek gesproken worden. Zo wordt bijvoorbeeld aan de Universiteit Antwerpen het vak ‘geopolitiek’ gedoceerd.
Sedert kort kent Vlaanderen eindelijk een Europa-debat. Of beter: een debatje. Of nog beter: de aanzet tot een debat. Nieuw is het in elk geval. Want nadenken over Europa in Vlaanderen is iets als seks in de jaren ’50. We doen het wel, maar zwijgen er best over.
Dat onze overheid een campagne over de Europese Grondwet is begonnen, heeft daarmee niks te maken. Mensen die zichzelf respecteren, halen de neus op voor steriele overheidspropaganda die wordt opgevoerd nadat (!) in eigen land de beslissing al is genomen. Door het parlement, omdat wij ongeschikt bevonden werden om zelf onze mening te geven. Had men werkelijk gedacht dat wij zouden warm lopen voor simplistische radio-spotjes waarin wordt verteld waar we kunnen nalezen wat boven ons hoofd werd bekokstoofd?