Bartkus stelt zich in haar boek “The dynamic of secession” de vraag wanneer een bepaalde gemeenschap overgaat tot een mogelijke afscheiding van de staat waartoe ze verbonden is. Naast vier noodzakelijke elementen die aanwezig moeten zijn voor een afscheidingscrisis (onderscheiden gemeenschap, leiders, territorium en ontevredenheid; zie hieronder) is de timing tot het overwegen van zo een afscheiding belangrijk. De timing van het kiezen voor een mogelijke afscheiding hangt af van vier variabelen: (1) de opbrengsten van een verder gezet lidmaatschap in de breder bestaande politieke entiteit; (2) de kosten van zo een lidmaatschap; (3) de kosten van afscheiding en (4) de opbrengsten van afscheiding.
Op 11 november was de geopolitieke denker Alexander Doegin te gast in Antwerpen ter ere van het colloquium “Welk Europa morgen?” van de nieuw-rechtse Delta-Stichting, uitgeefster van het tijdschrift TeKoS (Teksten, Kommentaren en Studies). Een goede gelegenheid om het complexe denken van de Rus eens onder de loep te nemen.
Het boek The Size of Nations van Alesina en Spolaore (beide economen en hooglaren aan Amerikaanse Universiteiten, respectievelijk Harvard en Brown University) handelt zoals de titel van het boek reeds doet vermoeden over de ideale grootte van een land. Centraal in hun betoog staat de tegenstelling tussen schaalvoordelen en heterogeniteit. Zij zien een mogelijke afscheiding van een gemeenschap van de staat waartoe ze behoort als een afweging van die tegenstelling.
In het werk van Guillaume Faye – Pourquoi nous combattons in het bijzonder – dat ik nu enigszins kunstmatig moet verengen tot economie zijn de centrale begrippen: autarchie en organische economie. In zijn boek L’Archéofuturisme gaat hij dieper in op het begrip “economie met twee snelheden” (over een radicale verandering in de verhouding tussen landbouw en nijverheid), maar dat heeft deze redacteur (nog) niet kunnen lezen. Faye beschouwt zijn zienswijze zelf als een “derde weg” die zowel het liberalisme als het socialisme afwijst. Faye voorspelt ook dat het binnen enkele decennia tot een samenloop van ecologische, economische en etnische problemen zal komen (la convergence des catastrophes). Ik zal beginnen met een theoretische uiteenzetting van Fayes werk en vervolgens enkele van zijn praktische voorstellen toelichten.
Door vele wetenschappers wordt Haushofer het geopolitieke brein achter Hitler’s Lebensraumtheorie genoemd. Anderen houden het erbij dat zijn bijdrage eerder marginaal tot nihil was. Waar allen het over eens zijn is dat Karl Haushofer van geopolitiek een echte wetenschap heeft gemaakt. De interesse die hij in Duitsland voor het begrip ‘geopolitiek’ ontlokte, was overweldigend. Na de Tweede Wereldoorlog en het belang dat het begrip gespeeld heeft tijdens die periode is er een taboe gaan rusten op het begrip. Sinds de jaren zeventig werd de draad echter opgepikt en vandaag kan weer voluit over geopolitiek gesproken worden. Zo wordt bijvoorbeeld aan de Universiteit Antwerpen het vak ‘geopolitiek’ gedoceerd.
Sedert kort kent Vlaanderen eindelijk een Europa-debat. Of beter: een debatje. Of nog beter: de aanzet tot een debat. Nieuw is het in elk geval. Want nadenken over Europa in Vlaanderen is iets als seks in de jaren ’50. We doen het wel, maar zwijgen er best over.
Dat onze overheid een campagne over de Europese Grondwet is begonnen, heeft daarmee niks te maken. Mensen die zichzelf respecteren, halen de neus op voor steriele overheidspropaganda die wordt opgevoerd nadat (!) in eigen land de beslissing al is genomen. Door het parlement, omdat wij ongeschikt bevonden werden om zelf onze mening te geven. Had men werkelijk gedacht dat wij zouden warm lopen voor simplistische radio-spotjes waarin wordt verteld waar we kunnen nalezen wat boven ons hoofd werd bekokstoofd?