Iedereen met een beetje kennis van politiek of geschiedenis heeft wel eens gehoord van Machiavelli. Men verbindt hem onmiddellijk met de bekende leuze “het doel heiligt de middelen”. En daar stopt het dan ook meestal, men beschouwt hem dan ook niet voor niets vaak als een van de bronnen van het fascisme of andere totalitaire systemen. Niets is echter minder waar. In dit artikel breng ik de werkelijke standpunten van Machiavelli naar voren.
Machiavelli was een Middeleeuws politiek denker (15e eeuw) die ook bepaalde functies bekleed heeft in de republiek van Florence. Maar over zijn leven en carrière ga ik het niet hebben, wel over zijn boek ‘Discorsi’. Machiavelli schreef ook het bekendere (maar kleinere) boek “De Vorst” waarin hij uitlegt hoe een vorst zich moet gedragen in specifieke situaties.
Voor ons is dit echter vrij irrelevant en ik ga mij dan ook beperken tot het meer omvangrijke en inhoudelijk sterker ‘Discorsi’. Hierin brengt Machiavelli ideeën naar voor over staat en politiek. Hij beschrijft hierin de ideale staat, de schepping ervan, de hervorming ernaar, de organisatie ervan, enz. Maar ook hoe vorsten moeten reageren in bepaalde situaties, hoe samenzweringen organiseren en (Middeleeuwse) militaire strategieën komen aan bod. Ik zal me bij dit artikel beperken tot de relevante aspecten.
De eerste plaats waar georganiseerde eigendomsrechten een fundamentele hoeksteen van de maatschappij werd, is bij de Germaanse stammen in de derde eeuw na Christus. Op een moment dat Rome voor de eerste keer “experimenteert†met gecodificeerde wettelijke bronnen die voor eens en voor altijd het bezit van, de rechten op en de handel in eigendommen moeten regelen, floreert de Germaanse economie, en kennen de stammenkoninkrijken in Hessen, Thuringen, Sachsen en Jutland grote welvaart. Terwijl Rome intussen nog verder sukkelt met praktische vraagstukken ter zake – en moeilijk gehoor vindt bij de Romeinse handelaren en boeren – worden de Germaanse volkeren beheerst door een algemeen aanvaard en afdwingbaar gewoonterecht. Ze hebben er zelfs een rune voor. ‘Odal’ of ‘Opalan’, de rune van bezit, eigendom, erfenis, waarde en eigenheid.
De Germanen hadden geen geschreven wetteksten. Ze hadden zelfs geen werkelijk “schriftâ€. Maar ze hadden ondanks hun gebrek aan ‘codices’, wel wet en recht. Zij het ongeschreven. De Germaanse volkeren aan de overkant van de Rijn hadden lang voor Justinianus zou komen aandraven met zijn exhaustieve wetbronnen, een “allodiaal†recht en een “assesâ€-recht. Dit laatste was het recht van het oudste kind om de “grondeigendommen†van de ouders te erven, met voorrang op de andere kinderen. Let wel, het betreft hier het oudste kind, en niet de oudste zoon. Na de kerstening werden dochters verboden te erven, hetgeen weldegelijk mogelijk was binnen het Germaanse gewoonterecht. Sterker nog, in het Germaanse gewoonterecht waren er strikte regels met betrekking tot de bescherming van vrouwen bij huiselijk geweld. Tacitus, de Romeinse geschiedschrijver, heeft heel wat verslagen geschreven over zijn reizen over de Rijn en beschrijft nauwkeurig hoe het Germaanse eigendomsrecht in elkaar steekt. Zowel man als vrouw kunnen erven en eigendommen bezitten. Bij het huwelijk kunnen de “statische†goederen (wat de partners bezaten voor het huwelijk) onder eigendom van de individuele partner blijven, of er kan bedongen worden voor de stamkoning, zodat de goederen in gemeenschap zullen worden beheerd. Een zeer logische en spontane regelgeving, die door de kerstening sterk werd teruggedrongen.
“Eerst zult ge de sirenen ontmoeten, die eenieder betoveren, die geraakt in hun buurt. Voor de man, die komt in hun nabijheid, is de thuiskomst verkeken, als hij niet op zijn hoede is, maar naar hun stem luistert. Hij zal noch zijn vrouw noch zijn kinderen terugzien, die zich al verheugden op zijn komst. Met de betovering van hun lied, dat zij zingen waar zij zitten op een hooggelegen weide, die met het verblekend gebeente van hun slachtoffers bezaaid is, brengen zij de onvoorzichtige in hun ban. Zeil dus snel voorbij die gevaarlijke plaats, en opdat niemand uwer mannen hun vervoerend gezang zal kunnen horen, moet ge hun oren met bijenwas verzegelen, na die eerst gesmolten te hebben. Doch mocht ge zelf hun toverlied willen horen, laat u dan aan handen en voeten vastbinden aan de grote mast. Vrij kunt ge dan genieten van de dubbelzang der Sirenen. Maar zeg het uw mannen tevoren, dat ze nòg vaster nu binden naar mate gij dringender smeekt om ontbonden te worden.†(Circe aan Odysseus) (1)
Vele mensen vragen zich af of het bestuderen van oude mythen en legenden, zoals die van de Grieken, Romeinen, Kelten en Germanen, wel zin heeft. Mijn antwoord daarop is duidelijk, het heeft zin. Zo is het belangrijk om de geschiedenis te kennen en deze te bestuderen met het heden indachtig en met het oog op de toekomst (om geen vroeger gemaakte fouten te herhalen), is mij altijd geleerd. Vermits mythologie een gedeelte van de geschiedenis verhaalt en we dankzij de grote verscheidenheid aan mythen de geschiedenis beter hebben kunnen in kaart brengen, is ook deze belangrijk om te bestuderen en te koesteren.
Zoals de titel doet vermoeden wordt het boek van Kinneging gekenmerkt door een filosofische inslag. Het boek van de hoogleraar rechtsfilosofie van de Leidense universiteit en voorzitter van het bestuur van de Edmund Burke Stichting, werd in 2006 beloond met de Socratische Wisselbeker 2006, een wisselbeker voor het beste filosofische boek van het voorbije jaar.