Deze tekst verscheen in het lustrumnummer van Kort Manifest n.a.v. 25 jaar Vormingsinstituut Wies Moens. In dit nummer vindt u de bijdragen van twaalf gastauteurs die allen een artikel schreven over een onderwerp passend in het gedachtegoed van Wies Moens. Meer info op http://www.wiesmoens.be/vormingsinstituut_25jaar.html
De verengelsing van ons onderwijs
De impact van de globalisering van ons onderwijs op het gebruik van het Nederlands in onze hogescholen en universiteiten blijft tot op heden beperkt. Momenteel geldt nog steeds het structuurdecreet dat het gebruik van een andere taal in de Bachelors beperkt tot 10%. In de Masterrichtingen bestaat er geen beperking, maar moet er voor elke anderstalige opleiding ook een Nederlandse worden aangeboden zo er een dubbel aanbod ontstaat. Wanneer we echter de situatie in Noord-Nederland bekijken stellen we vast dat de verengelsing daar alomtegenwoordig is. Zo worden aan de Universiteit van Amsterdam 66% van de Masteropleidingen in het Engels aangeboden terwijl aan de Technische universiteit Delft alle Masters in het Engels worden gedoceerd.
Zowel in de EMU als in België komen recessiescenario’s gevaarlijk dichtbij. Beide economieën staan voor een periode van erg zwakke groei. Dat zal onvermijdelijk de overheidsfinanciën en de arbeidsmarkt aantasten. Het enige positieve nieuws in deze malaise komt van een spectaculaire afkoeling van de inflatie. Keerzijde van deze wel erg schrale medaille is dat de inflatiestop zal overschaduwd worden door een massaal banenverlies.
Groei valt stil
De voorbije zomer werd duidelijk dat de economische problemen niet beperkt bleven tot de VS. Het land van het cowboykapitalisme zal wel ten onder gaan aan haar eigen hybris en het sociaaldemocratische Europa, waar de “vrije” markt ingesjord zit tussen allerhande bureaucratische overheden, zou triomferen. Niets is minder waar. In zowat de hele wereld doken steeds meer en meer signalen op van groeivertraging. Zeker in de eurozone bleek het ontkoppelingssprookje, waarbij de Europese economie zich niets zou aantrekken van de externe problemen (door de Europese rechterzijde gevierd als het plan “Fort Europa”), niet opgewassen tegen de pijnlijke realiteit. Het Europese conjunctuurplaatje verslechterde de jongste maanden opmerkelijk snel. De combinatie van dure olie en voeding, een sterke euro, zware problemen bij de belangrijkste (Amerikaanse) handelspartners en het moeilijke kredietklimaat blijkt de Europese economie de das om te doen.
In 1980 werd met haast-en-spoed (zelden goed uiteraard!) een ‘regionalisering’ door het parlement gejaagd. ‘Met de karwats’ werd toen gezegd. De volksvertegenwoordiging, of wat er moet voor doorgaan, wist niet eens duidelijk waarover het ging (er doen terzake enkele typische anekdotes de ronde!).
Eén ding staat vast: ze voldoet niemand. Voor de een gaat ze niet ver genoeg, voor de andere gaat ze veel te ver. Hoe dan ook: ze maakt dit land, ingevolge een ingewikkelde structuur, onbestuurbaar. Onregeerbaar door haar onduidelijke en elkaar overlappende bevoegdheden, waarin de chaos welig tiert.
De kernvraag is bij dit alles: wensen de taalgroepen in dit land eigenlijk nog wel samen te leven? Dat is een vraag die vooraf dient beantwoord te worden.
Maar met dien verstande dat men er dan tevens ook de vraag bij stelt: heeft één der partijen (of beide) wel écht zo veel te winnen bij de scheiding?
Het is ons opgevallen dat slechts zeer weinig burgers van dit land, buiten de milieus der extremen, daarop zo maar een positief antwoord durven geven. En daarom moet men nog niet eens met een verstarde ‘belgicist’ te doen hebben.
Sommige nationalisten onder ons tonen zeer weinig of zelf geen interesse in de volksnationalistische strijd buiten onze grenzen. Zij menen dat de Vlaams-nationalistische strijd zich moet beperken tot de eigen grenzen en zijn blijkbaar niet in staat om verder te denken dan het eigen volk. Het is dan ook maar de vraag of wij hen als nationalisten kunnen klasseren, de term “separatisten” is misschien veel beter van toepassing. Mensen die de afscheuring van Kosovo zien als een kans voor Vlaanderen, zijn niets beter dan het regime dat zij menen te bestrijden.
“Nationalisten” die menen dat de strijd van de Bretoenen, Schotten, Catalanen, Palestijnen, etc… voor de Vlaming niet interessant is omdat het “te ver weg” is, zijn niet veel intelligenter dan mensen die menen dat politiek een “ver-weg-van-mijn-bed-show” is. Ik vraag trouwens ook aan hen hoe zij denken ooit de strijd te winnen als zij niet dringend hun mentaliteit omdraaien en intervolksnationalistisch beginnen denken. Staatsnationalisten en andere elementen die vijandig zijn naar de volkeren van de wereld toe (kapitalisten en marxisten om er maar twee te noemen) zijn slim genoeg om internationaal te handelen en te denken. Tegenover het internationale front van het reactionaire staatsnationalisme moeten wij dan ook een vernieuwend, doch vasthoudend aan de tradities van elk specifiek volk, volksnationalisme plaatsen. Laten we de vijand bestrijden met de eigen wapens.
Op 7 mei 1994 betoogden de GUD en JNR in Parijs gezamenlijk tegen het VSA imperialisme. Daarbij werden alle slachtoffers herdacht die de afgelopen 50 jaar aan de hand van deze oorlogscriminelen hun einde vonden. Deze betoging was echter verboden en werd gewelddadig uit elkaar geslagen.
In deze chaos opende een groep agenten in burger de jacht op Sébastien Deyzieu, onder zijn vrienden bekend als een zeer gedreven militant van 22 jaar. De achtervolging leidde tot in een gebouw in de Rue des Chartreux. Even later zag men Sébastien van een van de bovenste etages vallen. Enige ogenblikken later liet hij het leven. De omstandigheden waren op zijn zachtst gezegd verdacht te noemen.
Sindsdien herdenkt men jaarlijks deze gevallen kameraad. Dit jaar zijn we aan de 14de herdenking toe, georganiseerd door ‘Comité du 9 Mai’ (www.cm9.net). Voor Franse nationalisten is dit een hoogdag, en de laatste jaren heeft de betoging zelfs veel bijval uit de rest van Europa gekregen.
Onder de leuze ‘Sébastien Présent’ worden nationalisten van over heel Europa immers herinnerd aan wie onze vijand is. Dezelfden als Sébastien destijds koelbloedig vermoord hebben, proberen vandaag met al hun macht Europa de verdoemenis in te werpen.
Een dikke week eerder vond 1 mei plaats. Alle ‘arbeiders’ verzamelen op de straten met voor hen vakbondsafgevaardigden, ministers, wereldverbeteraars en bejaarde hippies. Zij kennen vandaag geen onderdrukking. Zij worden niet vervolgd door politie, staat en kapitaal.
Nu, we hebben niet de pretentie ons de laatste rebellen te noemen of iets dergelijks, maar het is wel een treffend tafereel. Heden ten dage kent onze strijd nog altijd nieuwe martelaren, gedreven militanten die omwille van hun idealen het leven laten. Een maand geleden nog was in Duitsland een jonge militant na een nationalistische stamtafel opgewacht… en neergestoken.
Graag roep ik iedereen op vandaag een minuut stilte te houden voor Sébastien Deyzieu en andere gevallen kameraden van over heel Europa. Hun offers moeten ons doen bezinnen over hun leven en leed, en over hoe wij daar een voorbeeld aan kunnen stellen.
Moge vandaag van over heel Europa klinken:
Sébastien Présent!
Robert Steuckers is de drijvende kracht achter heel wat interessante nieuw-rechtse tijdschriften als Synergies europ�ennes en Vouloir, en was in het verleden meermaals gastspreker op vormingsavonden van de NSV!. Aan hem legden we enkele prangende vragen voor, die ons meer inzicht moeten verschaffen in de achtergronden en toekomstperspectieven van de schijnbaar onstuitbare Turkse �Drang nach Europa�.
Braindrain of kennisvlucht is de negatieve zijde van brainexchange of kennisuitwisseling, braingain of kenniswinst is de positieve pool. Beide facetten interageren met elkaar en kunnen niet apart worden beschouwd. Kennisuitwisseling manifesteert zich zowel fysiek – wetenschappers, opgeleid personeel,… - als niet-fysiek. Het fenomeen van de kennisuitwisseling – en de voor- en nadelen die er mee samenhangen – is uiterst complex en beperkt zich niet louter tot de fysieke stroom van opgeleide personen over de grenzen heen. De internationale globalisering, het vrij verkeer van personen binnen de EU, academische uitwisselingsprogramma’s, de erkenning van diploma’s, de migratiestroom van Zuid naar Noord, het internationaal terrorisme, internet, economische spionage, de regels inzake eigendomsrecht op kennis, belastingsdruk, de investeringen in onderwijs, job- en carrièrevooruitzichten,…: al deze factoren spelen een rol in het globale diagram van de kennisuitwisseling. De wereld is op dit vlak een communicerend vat geworden met eigen wetmatigheden waartegen lokale initiatieven doelloos lijken. In de EU met zijn open grenzen is het quasi onmogelijk de kennisuitwisselingsproblematiek per lidstaat te analyseren noch lokaal remedies te vinden tegen de negatieve uitwassen. Het gebrek aan wetenschappelijk onderzoek en statistieken hieromtrent maken een analyse er niet gemakkelijker op . Het NIS bijvoorbeeld blijkt niet over statistieken en cijfers inzake kennisuitwisseling te beschikken.
Bartkus stelt zich in haar boek “The dynamic of secession” de vraag wanneer een bepaalde gemeenschap overgaat tot een mogelijke afscheiding van de staat waartoe ze verbonden is. Naast vier noodzakelijke elementen die aanwezig moeten zijn voor een afscheidingscrisis (onderscheiden gemeenschap, leiders, territorium en ontevredenheid; zie hieronder) is de timing tot het overwegen van zo een afscheiding belangrijk. De timing van het kiezen voor een mogelijke afscheiding hangt af van vier variabelen: (1) de opbrengsten van een verder gezet lidmaatschap in de breder bestaande politieke entiteit; (2) de kosten van zo een lidmaatschap; (3) de kosten van afscheiding en (4) de opbrengsten van afscheiding.
Op 11 november was de geopolitieke denker Alexander Doegin te gast in Antwerpen ter ere van het colloquium “Welk Europa morgen?” van de nieuw-rechtse Delta-Stichting, uitgeefster van het tijdschrift TeKoS (Teksten, Kommentaren en Studies). Een goede gelegenheid om het complexe denken van de Rus eens onder de loep te nemen.
Sedert kort kent Vlaanderen eindelijk een Europa-debat. Of beter: een debatje. Of nog beter: de aanzet tot een debat. Nieuw is het in elk geval. Want nadenken over Europa in Vlaanderen is iets als seks in de jaren ’50. We doen het wel, maar zwijgen er best over.
Dat onze overheid een campagne over de Europese Grondwet is begonnen, heeft daarmee niks te maken. Mensen die zichzelf respecteren, halen de neus op voor steriele overheidspropaganda die wordt opgevoerd nadat (!) in eigen land de beslissing al is genomen. Door het parlement, omdat wij ongeschikt bevonden werden om zelf onze mening te geven. Had men werkelijk gedacht dat wij zouden warm lopen voor simplistische radio-spotjes waarin wordt verteld waar we kunnen nalezen wat boven ons hoofd werd bekokstoofd?