(De Kozakken steken veel jolijt in het schrijven van de brief aan de Turkse Sultan.)
Alle theorie ten spijt, vraagt het in de loop der geschiedenis momenten waarop men beter blijk kan geven van de afkeer, dan van diplomatie en rede. Het is niet voor niets dat Generaal McAuliffe zijn "Nuts" na bijna 65 jaar nog even vers in de oren klinkt. Of wat te denken van na een paar millennia nog altijd bekend te zijn met de kreet van 300 Spartanen, "Molon Labe". Men moet niet altijd alles willen verantwoorden, soms is de ander helpen herinneren hoe de verhoudingen ook alweer lagen beter met een kleurrijke "Njet".
En daarom, om bij de gedachte van deze week ook eens een humoristische toon te slaan, kijken we naar het lichtend voorbeeld van Oekraïense Kozakken. In 1676 waren deze in een oorlog met de Ottomanen verwikkeld en net nadat de Kozakken een slag tegen hen gewonnen hadden, stuurt de Turkse Sultan alsnog een eis tot overgave. De Kozakken besloten toen een nogal 'origineel' antwoord te geven, waarbij ze de boodschap en eretitels van de Sultan parodieerden in wat later bekend zou staan als De Kozakkenbrief:
***
Thou Turkish Devil!
Brother and companion to the accursed Devil, and Secretary to Lucifer himself, Greetings!
What the hell kind of noble knight art thou? Satan voids and thy army devours. Never wilt thou be fit to have the sons of Christ under thee. Thy army we fear not, and by land and by sea in our chaikas we will do battle against thee.
Thou scullion of Babylon, thou beer-brewer of Jerusalem, thou goat-thief of Alexandria, thou swineherd of Egypt (both the Greater and the Lesser), thou Armenian pig and Tartar goat. Thou hangman of Kamyanets, thou evildoer of Podolia, thou great silly oaf of all the world and of the netherworld and, before our God, a blockhead, a swine's snout, a mare's ass, and clown of Hades. May the devil take thee!
That is what the Cossacks have to say to thee, thou basest born of runts! Unfit art thou to lord it over true Christians!
The date we know not, for no calender have we got. The moon [month] is in the sky, the year is in a book, and the day is the same with us here as with ye over there—and thou can kiss us thou knowest where!
Vandaag de dag lijkt het er wel op dat als je kunst wilt maken, of kunstenaar wilt zijn, je links-progressief moet wezen. En Vlaamsgezind al zeker niet. Althans toch in ons landje ‘België’. Ik denk maar aan groepen als Deus en evenementen als de 01/10 concerten. Ik denk aan het feit dat de onderwerpen steevast ‘tegen de kapitalistische/rechtse/conservatieve maatschappij’ of ‘tegen discriminatie’ of ‘tegen de opkomst van extreem-rechts’ zijn. Maar kunst hoeft niet links progressief te zijn. Ja, kunst mag en kan maatschappij kritisch zijn, maar heeft links daar dan het monopolie op? Moet je links zijn om kunst te maken? Is Vlaams nationalisme dan ook niet maatschappij kritisch en revolutionair? We mogen als NSV’ers niet vergeten dat er ook bekende rechtse/Vlaamsgezinde kunstenaars bestaan. Inderdaad, ook van eigen bodem…
Hendrik Conscience werd in 1812 te Antwerpen geboren als zoon van een Fransman die zich vijf jaar tevoren aldaar was komen vestigen. De jonge Hendrik Conscience wist zich op te werken tot hulponderwijzer en werd kort daarop klerk bij het provinciebestuur te Antwerpen. Zijn kennis, die erg veelzijdig was en diepgaand op vele gebieden, verkreeg hij uitsluitend door zelfstudie.
Als vriend van Jan-Alfried de Laet kwam hij in nauw contact met de Romantische kunstenaarskring die de gekende rederijkerskamer ‘De Olijftak’ toendertijd was. Onmiddellijk begeetserd door het gedachtengoed van het Romantisme publiceerde hij als debuut enkel poëzie. Dat poëtische oeuvre werd een totale mislukking. Hij gooide het over een andere boeg, maar zijn eerste historisch verhaal ‘In ’t Wonderjaar’ (verschenen 1837) kon al evenmin bewondering opwekken.
Met het vaste voornemen zijn tegenstanders voor schut te zetten en de erkenning als schrijver desnoods af te dwingen, schrijft hij in 1838 zijn ‘Leeuw van Vlaanderen’. In het jonge België waarin de Vlamingen zich reeds van in den beginne in het nauw gedrongen voelden, oogstte de roman onmiddellijk grote bijval bij de vlaamsgezinden. Ook bij de nederlandstalige Belgicisten had het werk aanvankelijk succes, omdat zij de vrijheidsgedachte die in de ‘Leeuw’ wordt verheerlijk, aanzagen voor de vrijheidsidee die volgens hen aan België’s bakermat had gestaan.