De Reactionair is vandaag een passagier, die zich met woorden tot schipbreuk leidt.
Links en rechts strijden enkel om het bezit van de industriegezelschap. De Reactionair voorziet haar dood.
De romantiek is het jeugdig gestamel van de Reactie, de Reactie is het rijpe diktaat van de romantiek.
De Reactionair streeft niet het nutteloze herstel van het verleden na, maar juist de onwaarschijnlijke breuk van de toekomst met dit uitzichtloos verleden.
Wij moeten met eender welk wapen vanuit eender welke struik op eender welk modern idee dat op onze weg komt schieten.
De ecologie is het herdersspel van de strikte Reactionaire teksten. (“Die Ökologie ist die Schäferspielfassung des strengen reaktionären Textes.“ – nvdr.)
De politieke erfenis van links is de lievelingslectuur van de Reactionair.
Welke in de Reactionaire houding constructieve kritiek mist, vergeet diens nobele functie, welke de duidelijke verkondiging van onze weerzin is.
Na het lezen van een Reactionair boek is de lezer minder verontwaardigd als voorheen.
Het ideaal van de Reactionair is geen paradijselijk gezelschap.
Het is de idee van de vredestijd van Oud-Europa – voor de demografische, industriële en democratische catastrofe.
Het is de hoegenaamd niet de eigenlijke waarde van economie of seksualiteit, welke de Reactionair bestrijdt, maar juist de economische of seksuele aard van de waarde zelf.
De Reactionair rekruteert bij de eerste rijen toeschouwers van een Revolutie.
De Reactionair heeft buiten de bewondering, geen model.
De communist heeft kapitalisme met een Oedipuscomplex.
De Reactionair beschouwt hen enkel met xenofobie.
Het progressief denken ontspringt uit het geloof in onze meerderheid.
Het Reactionair denken uit het bewust zijn van onze creativiteit.
Enkel een overduidelijk talent krijgt het voor elkaar, dat men de Reactionair zijn ideeën vergeeft, aangezien men door de ideeën van links, zijn gebrek aan talent vergeeft.
De Reactionair probeert meerderheden te overtuigen, de democraat enkel mits er het verwerven van vreemde zaken tegenover staat.
De drie grootste Reactionaire ondernemingen van de moderne geschiedenis zijn: Het Italiaanse humanisme, het Franse classicisme en de Duitse romantiek.
Het verval dat de Reactionair toejuicht, is geen historische epoch, maar een concrete norm. Wat Reactionairen door de eeuwen heen bewonderden, is niet de immer miserabele werkelijkheid, maar juist de eigenaardige norm, die niet gevolgd wordt.
Wanneer een Reactionair van “onafwendbare terugkeer” spreekt, moeten we niet vergeten, dat de Reactionair in duizendtallen rekent.
Ondertussen wordt ons de taak toevertrouwd te verhinderen dat de graffiti lost, die onze voorgangers op de wanden van deze kerkers achtergelaten hebben.
Ik behoor geen wereld toe, die ondergaat.
Ik verlang naar en verkondig een waarheid, die niet sterft.
Nicolás Gómez Dávila
Een stukje proza over de karaktertypering van Dávila's Reactionair.
“’Om de wereld te hervormen moeten de mensen zelf psychisch een andere weg inslaan. Wanneer je zelf ook niet echt ieders broeder wordt, dan zal de broederschap niet aanbreken. […] Iedereen zal vinden dat hij te weinig heeft, mopperen, afgunstig zijn en de anderen naar het leven staan. U vraagt wanneer dat werkelijkheid zal worden. Dat zal werkelijkheid worden, maar eerst moeten we door een periode van menselijke vereenzaming heen’. ‘Wat voor vereenzaming’, vraag ik hem. ‘De vereenzaming die nu overal heerst, vooral in onze eeuw, maar ze is nog niet helemaal definitief, nog is haar tijd niet gekomen. Want een ieder streeft er nu naar zijn persoon zo mogelijk af te scheiden, een ieder wil in zichzelf de volheid van het leven ervaren, maar intussen leiden al zijn inspanningen in de verste verte niet tot de volheid des levens, maar tot regelrechte zelfmoord, want in plaats van te komen tot volheid van inzicht in het eigen wezen geraken zij slechts volledig vereenzaamd. In onze tijd zijn allen namelijk verdeeld in individuen, ieder zondert zich af in zijn hol, ieder mijdt de ander, houdt zich schuil, verbergt zelfs wat hij heeft en eindigt ermee dat hij door de mensen verstoten wordt en zelf de mensen verstoot. In eenzaamheid vergaart hij rijkdom en denkt: nu ben ik sterk en onafhankelijk, maar de dwaas weet niet dat hoe meer rijkdom hij vergaart, des te dieper hij wegzinkt in zelfvernietigende onmacht. Want hij is gewoon geraakt om alleen zichzelf te vertrouwen en zichzelf als een individu van het geheel af te scheiden, hij heeft zijn ziel aangeleerd niet te geloven in menselijke hulp, de mensen en de mensheid, hij siddert enkel bij de gedachte dat hij zijn geld en zijn verworven rechten kan kwijtraken.’â€
(DOSTOJEVSKI, Fiodor M., De broers Karamazov, G.A. van Oorschot, Amsterdam, 2005, 369)